Onderzoekskaders Nederlands onderwijs in het buitenland

Vanaf 1 januari 2019 werken we bij Nederlands onderwijs in het buitenland met nieuwe onderzoekskaders. We sluiten hiermee aan op het toezicht in Nederland, waar we vanaf 2017 met nieuwe onderzoekskaders werken. De kaders voor het buitenland zijn hiervan afgeleid.

Vaststelling onderzoekskaders

De onderzoekskaders zijn al goedgekeurd maar de definitieve vaststelling moet nog plaatsvinden. De vernieuwde regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (regeling NOB) moet eerst door de Tweede Kamer worden goedgekeurd. Deze regeling vormt de wettelijke basis voor het toezicht van de inspectie. We verwachten dat de nieuwe kaders in maart 2019 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 worden vastgesteld. Na publicatie in de Staatscourant kunt u de nieuwe kaders op onze website vinden.

Opbouw van de verschillende onderzoekskaders

Voor Nederlands dagonderwijs in het buitenland, NTC-onderwijs en afstandsonderwijs gelden dezelfde kaders. Er is een onderzoekskader voor het primair onderwijs en een voor het voortgezet onderwijs. De kaders zijn afgeleid van de onderzoekskaders in Nederland en ook de terminologie is zoveel mogelijk hetzelfde.

De kaders zijn opgebouwd rondom 3 elementaire vragen over de betekenis van het onderwijs:

  • Leren de leerlingen genoeg?
  • Krijgen de leerlingen goed les?
  • Zijn de leerlingen veilig?

De randvoorwaarden kwaliteitszorg en financi├źn moeten op orde zijn om aan deze criteria te kunnen voldoen.

Om antwoord te kunnen geven op deze 3 vragen en te kunnen voldoen aan de randvoorwaarden, is het kader opgedeeld in 5 kwaliteitsgebieden:

  • Onderwijsproces
  • Schoolklimaat
  • Onderwijsresultaten
  • Kwaliteitszorg en ambitie
  • Financieel beheer

Onder elk kwaliteitsgebied valt een aantal standaarden, zoals het aanbod, het didactisch handelen, het pedagogisch klimaat en de kwaliteitscultuur. Nieuw is het kwaliteitsgebied Financieel beheer, waar we met name kijken naar de continuïteit.

Veranderingen in het toezicht

De onderzoekskaders verschillen op een aantal punten van het toezicht tot nu toe. Het grootste verschil ligt in de bevindingen. Op standaardniveau kennen we 3 bevindingen: onvoldoende, voldoende en goed. Op schoolniveau hanteren we alleen de bevindingen onvoldoende en voldoende. De bevinding op schoolniveau is gebaseerd op de bevindingen op standaardniveau.