Kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten mbo

Bij het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten (OR) kijken we of de instelling voldoende studiesucces boekt. Dit houdt in dat we onderzoeken of de instelling met haar studenten resultaten behaalt die tenminste in overeenstemming zijn met de gestelde norm.

Daarbij kijken we onder andere naar de verhouding tussen studenten die de instelling mét een diploma verlaten en de totale uitstroom van studenten uit de instelling. De gehanteerde normen vloeien voort uit het onderzoekskader mbo 2017 en gelden voor een periode van vier jaar (bij niet bekostigde instellingen: twee jaar).

Verder bespreken we met de instelling of de gegevens over het vervolg van de loopbaan van de studenten bij de opleiding bekend zijn en tenminste aan de verwachting van de opleiding voldoen.

Wat is onze werkwijze?

Het vierjaarlijks onderzoek begint met een gesprek met het bestuur. Op basis van de informatie uit dit gesprek en op basis van informatie die bij de inspectie beschikbaar is maken we een onderzoeksplan. In het onderzoeksplan beschrijven we welke kwaliteitsgebieden en standaarden wij gaan onderzoeken. Als het kwaliteitsgebied onderwijsresultaten object van onderzoek is, beschrijven we in het onderzoeksplan waarom we dit kwaliteitsgebied onderzoeken.

De onderwijsresultaten kunnen we ook onderzoeken naar aanleiding van gesignaleerde risico’s. Dat kan dus ook onafhankelijk van het vierjaarlijks onderzoek.

Onderaan deze pagina vindt u documenten over het toezicht op het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten bij bekostigd en niet-bekostigd mbo.

Onderwijsresultaten in het mbo in 2021/2022

In het mbo zijn de centrale examens in het schooljaar 2019/2020 ondanks de coronacrisis gewoon doorgegaan. Deze resultaten worden door de inspectie in de beoordeling van de onderwijsresultaten 2021/2022 meegewogen.

Iets hoger diplomarendement, maar aantal opleidingen met een onvoldoende licht toegenomen

Uit een analyse van de inspectie blijkt dat er in schooljaar 2019/2020 iets meer studenten met een diploma zijn uitgestroomd dan in de jaren ervoor. We zien dus een lichte stijging in het diplomarendement. Toch blijkt uit het driejaarsgemiddelde dat het aandeel mbo-opleidingen met onvoldoende resultaten licht toegenomen is. Dit is een landelijke trend, die al in de 2 jaar voor coronacrisis ontstaan is. Binnen de landelijke trend kunnen er natuurlijk afwijkingen zijn.

Inspectie gaat het gesprek aan bij een onvoldoende

De berekening en normering van onderwijsresultaten in het mbo blijft in schooljaar 2021/2022 gelijk aan eerdere jaren. Als van een opleiding het driejaarsgemiddelde of de langjarige trend onvoldoende is dan gaan we het gesprek aan.

  • Als tijdens een onderzoek blijkt dat een driejaarsgemiddelde onder de norm komt, dan gaan we in gesprek met het bestuur. We gaan dan na in hoeverre deze onvoldoende wordt veroorzaakt door de coronacrisis.
  • Als een opleiding een langjarige onvoldoende trend laat zien, gaat het onderzoek verder dan de coronacrisis. Het gesprek zal gaan over de analyse door de instelling, van eerder gesignaleerde tekorten en de te verwachten effecten van ingezette verbetermaatregelen.

Uiteraard blijven we de onderwijsresultaten voor het jaar 2020/2021 nauwlettend monitoren op de mogelijke effecten van de coronacrisis.

Berekening onderwijsresultaten voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo)

Vanaf 2012 betrekken we de opbrengsten van bekostigd en niet-bekostigd vavo bij het toezicht. We maken voor de beoordeling van de resultaten geen onderscheid tussen bekostigde en niet-bekostigde instellingen.

Vanwege de doorgroei van het Onderwijsnummer zijn meer gegevens beschikbaar en hebben we onderzocht of aanpassingen en aanvullingen in de indicatoren mogelijk zijn. Bij de berekening gaan we uit van driejaarsgemiddelden.

We hanteren de volgende normen:

  1. Het verschil tussen het resultaat van het Schoolexamen (SE)en het Centraal examen (CE) mag niet hoger zijn dan 0,5 punt.

EN

  1. Voor het centraal examen geldt de absolute norm van 6,0
    OF
  2. Het percentage voldoende vakken is 65% of hoger.

We passen deze normen gedurende 3 jaren toe en evalueren tussentijds jaarlijks met het werkveld. Deze evaluatie is gebruikt bij het opstellen van het nieuwe onderzoekskader dat op 1 augustus 2021 in zal gaan. Vanaf die datum geldt de volgende norm:

  1. Het verschil tussen het resultaat van het Schoolexamen (SE) en het Centraal examen (CE) mag niet hoger zijn dan 0,5 punt
    EN
  2. Het percentage voldoende vakken is 65% of hoger.

Aanpassing toezicht op onderwijsresultaten vavo in verband met COVID-19

Als gevolg van de Covid-19 pandemie is in schooljaar 2020 het centraal examen (CE) niet doorgegaan. Dit is van invloed op de onderwijsresultaten van de vavo-afdelingen, zoals deze door de Inspectie van het Onderwijs berekend worden. We betrekken de resultaten van examenjaar 2020 daarom niet bij de berekening van de onderwijsresultaten vavo. We richten het toezicht op de onderwijsresultaten vavo de komende jaren als volgt in:

  • Schooljaar 2021-2022: We berekenen de onderwijsresultaten van vavo-afdelingenop basis van de examencijfers van 2018 en 2019. Daarnaast kijken we naar de resultaten van de schoolexamens (SE) 2020 en die van de voorgaande jaren. Wanneer hiertussen grote verschillen bestaan, gaan we hierover in gesprek met het bestuur.
  • Schooljaar 2022-2023: We berekenen de onderwijsresultaten van vavo-afdelingen op basis van de examencijfers van 2019 en 2021.

Bestanden met onderwijsresultaten in het Internet Schooldossier

Ieder jaar plaatst de inspectie in het Internet Schooldossier (ISD) van mbo-instellingen bestanden met cijfers over de onderwijsresultaten. Kwaliteitszorgmedewerkers kunnen hier de onderwijsresultaten voor hun instelling inzien zoals deze door de inspectie berekend zijn. Dit geeft instellingen de mogelijkheid om de cijfers te vergelijken met hun eigen berekeningen.

Voor het bekostigd mbo zijn de bestanden in 2020 in twee verschillende formaten geplaatst: het bekende formaat en een nieuw formaat. In het oude (brede) formaat zijn op één rij de indicatoren van opeenvolgende jaren in verschillende kolommen te zien. In het nieuwe (smalle) formaat is per instelling voor ieder jaar een aparte rij aangemaakt. Tevens zijn voor alle indicatoren tellers en noemers opgenomen. Vanaf volgend jaar zullen de bestanden uitsluitend volgens het nieuwe formaat worden aangeboden.

Berekening onderwijsresultaten niet bekostigde instellingen

De inspectie maakt voor de berekening van de onderwijsresultaten van niet-bekostigde instellingen gebruik van gegevens uit Basisregister Onderwijs (Bron). Voor een klein aantal instellingen hanteren we nog een vragenlijst. Dit betreft instellingen met inschrijvingen van voor 2012, waarvoor nog niet aan de informatieplicht via Bron hoeft te worden voldaan.

Bij aanlevering in Bron is het van belang dat niet-bekostigde instellingen de gegevens zodanig invoeren dat ze geschikt zijn voor de berekening van de onderwijsresultaten. Daarom stelden de inspectie, DUO en NRTO een aantal definities op om eenduidigheid van de aangeleverde gegevens te bevorderen. Hieronder kunt u het document 'Definities voor administreren gegevens niet-bekostigde instellingen' downloaden.