Toezicht op afstandsonderwijs: wat is nodig en wat gaat al goed?

Het coronavirus (ofwel COVID-19) blijft voor verstoring van het reguliere onderwijs zorgen. Scholen en instellingen moeten regelmatig moeite doen om de bezetting rond te krijgen en onderwijs is regelmatig digitaal of hybride. Natuurlijk realiseert de inspectie zich dat het voor veel scholen en instellingen zoeken blijft. Tegelijkertijd is het in deze tijden extra belangrijk ervaringen te delen en van elkaar te leren. Daarom is de inspectie het project ‘Kwaliteit van en toezicht op afstandsonderwijs’ gestart.

De inspectie kijkt hierbij met scholen, opleidingen en besturen mee hoe zij met afstandsonderwijs omgaan. Hoe gebruiken ze dat, tegen welke zaken lopen ze aan en wat gaat er goed? Met dit project wil de inspectie een eerste beeld schetsen van de verschillende praktijken en van de kwaliteit van het afstandsonderwijs voor leerlingen en studenten. Ze brengt hierbij in kaart wat er al goed gaat en wat in het afstandsonderwijs nodig is.

Afstandsonderwijs
©Rijksoverheid

De eerste fase van het onderzoek vindt in december plaats op 60 scholen en opleidingen. Dit onderzoek is vooral inventariserend, er worden geen oordelen gegeven. De inspectie gebruikt de eerste uitkomsten voor de Staat van het Onderwijs 2021, zodat ze een eerste inzicht kan geven in de kwaliteit en de kwaliteitsborging van het afstandsonderwijs en hybride onderwijs.

Kansen en bedreigingen van afstandsonderwijs

Voor het onderzoek heeft de inspectie kansen en bedreigingen van afstandsonderwijs in kaart gebracht. Het gaat hier om een wetenschappelijke literatuurstudie en een juridische analyse. De inzichten uit deze studies verschijnen binnenkort op deze website.

Hoe kijkt de inspectie naar afstandsonderwijs?

De inspectie onderzoekt de kwaliteit van afstandsonderwijs door specifieke accenten te leggen in haar onderzoek op scholen en opleidingen. Zo vindt het onderzoek op afstand (digitaal) plaats. De gebruikelijke instrumenten worden gehanteerd (zoals gespreksleidraden, het waarderingskader). Deze worden vooral toegepast op het afstandsonderwijs. Daarnaast is er een instrument ontwikkeld om de kwaliteit van lessen of lespakketten in kaart te brengen en zullen er gesprekken met bestuurders plaatsvinden. De inspectie voert deze onderzoeken uit in de sectoren po, vo, so en mbo.

Naast de eigen onderzoeken naar afstandsonderwijs op scholen en opleidingen, heeft de inspectie ook een vragenlijst voor leerlingen en studenten ontwikkeld. Deze is gebruikt in het hoger onderwijs; de resultaten hiervan worden gepresenteerd in de Staat van het Onderwijs 2021.

Onderzoek in december (fase 1)

In december 2020 bezoekt de inspectie 60 á 70 scholen en opleidingen om in kaart te brengen wat scholen/opleidingen doen en wat de kwaliteit van het afstandsonderwijs is. Zij kijkt – waar mogelijk – met leerlingen/studenten mee in de digitale lessen, voert gesprekken met leerlingen/studenten, leraren en schoolleiders/directeuren. Op deze wijze vormt zij zich een beeld van de stand van zaken van de kwaliteit van het onderwijs in verschillende sectoren. In januari 2021 voeren inspecteurs gesprekken met de schoolbesturen en gaan zij meer scholen/opleidingen onderzoeken.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met het Loket van de Inspectie van het Onderwijs onder vermelding van “afstandsonderwijs’’.