Online-onderwijs was uitdaging, fysiek waar mogelijk

Verreweg de meeste niet-bekostigde mbo-instellingen (87%) pasten in cursusjaar 2020/2021 hun onderwijs aan vanwege coronamaatregelen of -gevolgen. De meeste van deze instellingen boden een tijdlang ten minste voor een deel online (afstands-)onderwijs in plaats van fysiek onderwijs.

Studenten beamen dit, uit de studentenenquête blijkt dat 82% van de ondervraagde studenten meer online onderwijs kreeg. 57% van de studenten kreeg zelfs veel meer online onderwijs. Daarnaast pasten instellingen hun onderwijsprogramma aan (42%), de examinering (38%) en/of de beroepspraktijkvorming (34%). Een klein aantal instellingen deed aanpassingen binnen de begeleiding van studenten (11%) en binnen de manier van toetsen (7%).

Hybride lessen

44% van de ondervraagde studenten had te maken met zogeheten hybride lessen. Dat hield in dat een deel van studenten de les op de opleiding volgt en een ander deel dezelfde les online.

Fysieke onderwijsactiviteiten

Bij 80% van de instellingen vonden tijdens de coronaperiode fysieke onderwijsactiviteiten plaats. Dat fysieke onderwijs gebeurde bij de instellingen zelf of op een andere locatie. Bij een groot aantal instellingen (71%) waren dit de praktijklessen, bij ongeveer de helft van de instellingen ging het om begeleidingsgesprekken (46%), onderwijs in beroepsgerichte theorie (54%) en examenvoorbereiding (50%). Bij 29% van de instellingen ging het om onderwijs in de generieke vakken (Nederlands, Engels, rekenen en loopbaan & burgerschap).

Vraag aan directies: Welke onderwijsactiviteiten vonden tijdens de coronaperiode op de instelling plaats?

Er kon meer dan één antwoord worden gegeven.

  • Praktijklessen: 17 maal genoemd  (71%)
  • Onderwijs in beroepsgerichte theorie: 13 (54%)
  • Examenvoorbereiding: 12 (50%)
  • Begeleidingsgesprekken (individueel door stagebegeleider of studieloopbaanbegeleider: 11 (46%)
  • Onderwijs in generieke vakken (Nederlands, Engels, rekenen, en loopbaan en burgerschap): 7 (29%)
  • Anders: 11 (46%)

Bij 41% van de niet-bekostigde mbo-instellingen waar fysieke onderwijsactiviteiten plaatsvonden was er (bijna) geen verschil tussen de fysieke onderwijsactiviteiten vóór en tijdens corona. Bij 59% van de instellingen waren er wél verschillen. Bij deze laatste instellingen was tijdens corona vooral sprake van kleinere groepen studenten (50%) en meer online activiteiten (64%).

Moeite met inrichten van online-onderwijs

Als instellingen moeite hadden het onderwijs aan te passen tijdens de coronacrisis, ging dat meestal over hoe ze het online-onderwijs moesten inrichten (60%); bijvoorbeeld de juiste begeleiding van studenten en aansprekende en didactisch goed uitgevoerde lessen. In enkele gevallen noemen instellingen als knelpunt ook digitale kennis en vaardigheden van docenten, passende stages en duidelijke informatie vanuit de overheid.
Wat betreft de inrichting van fysiek onderwijs heeft een klein aantal instellingen (16%) de toen beschikbare lesruimte als knelpunt ervaren. Zo konden niet alle studenten bij elkaar in een lokaal zitten vanwege de anderhalvemeter-maatregel.