Sectorbeeld Onderwijs

Het sectorbeeld Onderwijs gaat over de opleidingen die zijn gericht op het leraarschap. Voorbeelden daarvan zijn de pabo-opleidingen, de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen en de universitaire lerarenopleidingen.

De belangrijkste ontwikkelingen, trends en de stand van zaken in de sector Onderwijs worden in dit sectorbeeld weergegeven. U kunt lezen over groepen van opleidingen of over specifieke indicatoren per opleidingsgroep.

Een sectorbeeld is bedoeld om feitelijk (neutraal) te informeren over de stand van zaken bij de opleidingen. Hiervoor combineert de inspectie verschillende bestaande openbare bronnen over bijvoorbeeld studentenpopulatie, studiesucces en studentenenquêtes. Ook de oordelen over de kwaliteit van het onderwijs door de NVAO zijn een bron. Het sectorbeeld Onderwijs is aangevuld met informatie en oordelen uit inspectieonderzoek onder afgestudeerden van pabo’s en lerarenopleidingen.

Het sectorbeeld bestaat uit verschillende onderdelen. Na de inleiding, wordt ingegaan op elf indicatoren. Elke indicator komt apart aan bod. Bij elke indicator  worden de verschillende groepen opleidingen met elkaar vergeleken. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan vijf groepen opleidingen:

  • pabo;
  • tweedegraads lerarenopleidingen;
  • eerstegraadslerarenopleidingen;
  • universitaire lerarenopleidingen;
  • eerstegraads lerarenopleidingen kunst/lichamelijke opvoeding.

Hoe deze ten opzichte van elkaar gepositioneerd kunnen worden, kunt u zien in het "Schematisch overzicht van de subsectoren en indicatoren".

Naast deze vijf groepen onderscheiden we ook opleidingen professionalisering, onderwijsondersteuners en een groep overig. Omdat deze laatste drie groepen niet opleiden tot een onderwijsbevoegdheid worden deze niet apart beschreven. Deze worden wel meegenomen in de beschrijving van de indicatoren. Zie ook de indeling van de sector Onderwijs.

Het sectorbeeld Onderwijs is het derde sectorbeeld dat we presenteren via de website. Eerder publiceerden we al het sectorbeeld Gedrag & Maatschappij en het sectorbeeld Techniek. Over de lerarenopleidingen publiceerden wij in 2014 het rapport De sector lerarenopleidingen in beeld, dat u kunt beschouwen als voorloper van het sectorbeeld Onderwijs.

De inspectie is benieuwd wat u vindt van de vorm en presentatie van het sectorbeeld. We nodigen u van harte uit uw reactie met ons te delen.

Beleidsontwikkelingen

In deze paragraaf gaan we kort in op de voornaamste ontwikkelingen binnen de Sector Onderwijs. Voor informatie over ontwikkelingen die specifiek zijn voor een bepaald type opleiding verwijzen we naar de teksten over de subsectoren.

Landelijke kennisbases en -toetsen

De pabo’s en de lerarenopleidingen in het hbo hebben maatregelen genomen om de vakkennis van studenten te verhogen. Voor alle vakken zijn landelijke kennisbases vastgesteld en geïmplementeerd. In de kennisbasis wordt vastgelegd over welke (vak)kennis een afgestudeerde moet beschikken. Om vast te stellen of de studenten bij hun afstuderen beschikken over de beoogde kennis, werken lerarenopleidingen in het hbo nauw samen bij de toetsing van de vakkennis. Bij een aantal vakken worden landelijke eindtoetsen afgenomen: in 2015-2016 voor Nederlandse taal en Rekenen-wiskunde op de pabo en voor een aantal vakken van de tweedegraads opleidingen. Voor vakken waarvoor geen landelijke kennistoets bestaan, waarborgen de opleidingen de kwaliteit door middel van peerreview. Deze gezamenlijke aanpak van de lerarenopleidingen zorgt ervoor dat alle studenten die afstuderen over dezelfde vakkennis beschikken. In het studiejaar 2015-2016 maakten ruim vijfduizend pabo-studenten een of meerdere landelijke kennistoetsen Nederlandse taal en maakten bijna zesduizend studenten een of meerdere kennistoetsen Rekenen-wiskunde. Bij de tweedegraads lerarenopleidingen hebben drie en een half duizend studenten deelgenomen aan een landelijke kennistoets.

Opleiden in de school

Scholen en lerarenopleidingen werken samen om aankomende docenten op te leiden en al werkzame leraren verder te professionaliseren. Sinds 2009 gebeurt dit onder meer binnen de samenwerkingsverbanden ‘Opleiden in de school’. In zo’n samenwerkingsverband werken één of meer lerarenopleidingen en één of meer scholen in po, vo en mbo samen. Deze samenwerkingsverbanden of ‘opleidingsscholen’ moeten aan kwaliteitseisen voldoen en krijgen overheidssubsidie na een positieve beoordeling door de NVAO. De deelnemende lerarenopleidingen moeten bijvoorbeeld geaccrediteerd zijn en de deelnemende scholen moeten onder het basistoezicht van de Inspectie van het Onderwijs vallen. Zie voor informatie over de beoordeling van de samenwerkingsverbanden de factsheet Accreditaties.

In november 2016 zijn er 55 door OCW erkende samenwerkingsverbanden. De overheid streeft naar uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen, hetzij binnen de huidige opleidingsscholen, hetzij door uitbreiding met een aantal nieuwe opleidingsscholen. Uit gegevens van OCW blijkt dat circa een vijfde deel van de studenten wordt opgeleid volgens het concept van opleiden in de school (Kamerbrief derde voortgangsrapportage Lerarenagenda: samen werken aan een doorlopende leerlijn voor leraren, 29 november 2016).

Binnen de 55 erkende samenwerkingsverbanden zijn er ongeveer 35 door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend als ‘academische opleidingsschool’. Dit wil zeggen dat zij niet alleen zijn erkend als opleidingsschool maar ook voldoen aan extra eisen. De academische samenwerkingsverbanden verbinden het opleiden van leraren met praktijkgericht onderzoek en schoolontwikkeling.

Routes naar het leraarschap

De laatste jaren zijn nieuwe routes en trajecten ontwikkeld om leraar te worden, met als doel meer studenten te interesseren voor het leraarschap. Voorbeelden van routes die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld zijn de academische pabo, de educatieve minoren in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs, en de trajecten Eerst de Klas en Onderwijstraineeship. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor zij-instromers in het beroep van leraar.

Zij-instromers in het beroep

Sinds 2000 kunnen mensen met werkervaring en een hogeronderwijsdiploma via een traject ‘zij-instroom in het beroep van leraar’ worden opgeleid tot docent. Er bestaan  trajecten voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De trajecten zijn kleinschalig maar voorzien in een behoefte van studenten. Ook kunnen de trajecten bijdragen aan verhoging van het aantal universitair opgeleide docenten in primair en voortgezet onderwijs. Uit een inventarisatie van de inspectie uit 2015 (Zij-instroom van beroep leraar)  bleek dat tussen 2010 en 2013 ruim de helft van alle zij-instromers die een eerstegraads bevoegdheid behaalden, werd opgeleid voor een tekortvak (in talen of een exact vak). Dertig procent werd opgeleid voor natuur-, wis- of scheikunde en twintig procent voor een taal. Van de zij-instromers die in de periode 2010-2013 een tweedegraads traject volgen, is twee derde gericht op een tekortvak in bèta of talen. De trajecten voor zij-instroom in het beroep leveren daarmee een bescheiden maar relevante bijdrage aan het tegengaan van het lerarentekort.

Doorgaande professionalisering

Het beroep van leraar is veelzijdig. Het vraagt een goede basis binnen de opleiding, maar ook begeleiding, intervisie en verdere scholing in het werk op school daarna. Op dit moment bieden al veel scholen samen met pabo’s of lerarenopleidingen begeleiding en scholing aan startende leraren. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de projecten Begeleiding Startende Leraren , waarin universiteiten en scholen voor voortgezet onderwijs samenwerken. Sinds de start van de projecten in 2014 nemen circa 325 scholen voor voortgezet onderwijs hieraan deel.

Zoals eerder aangegeven in de rapporten Beginnende leraren kijken terug, vindt de inspectie het van belang dat deze initiatieven worden uitgebouwd naar een systematische leerroute, zodat álle (startende) leraren de gelegenheid krijgen om op een gestructureerde manier door te groeien. Daarvoor is nodig dat lerarenopleidingen, scholen en onderwijsorganisaties samen nadenken over de vraag welke beheersingsniveaus worden verwacht van startende dan wel meer ervaren leraren. Ontwikkelingsdoelen zijn vooral nodig voor de complexere vaardigheden, waarvan afgestudeerden nu vinden dat ze die te weinig meekrijgen: het ontwikkelen van toetsen of examenopgaven, het omgaan met verschillen tussen leerlingen en het bieden van maatwerk. Scholen zouden daarbij een stimulerend personeelsbeleid moeten voeren, zodat (beginnende) leraren daadwerkelijk gebruikmaken van scholingsaanbod, gekoppeld aan de eigen ontwikkelingsdoelen.

Meer bevoegde leraren opleiden

De hierboven genoemde maatregelen om nieuwe doelgroepen aan te spreken en verdere ontwikkeling na de opleiding mogelijk te maken, blijven ook in de nabije toekomst uiterst relevant. In het vo en mbo worden vooral in de bèta-vakken en de moderne vreemde talen lerarentekorten verwacht. Ook in het basisonderwijs wordt een tekort aan leraren voorspeld, vooral in bepaalde regio’s. De sterke daling van de instroom in de pabo’s de afgelopen jaren in combinatie met de toenemende vraag naar lerarenbasisonderwijs heeft tot gevolg dat er over een aantal jaren meer leraren nodig zullen zijn dan er beschikbaar zijn. Dit is een zorgelijke situatie die vraagt om maatregelen. Voor de komende jaren zal de belangrijkste uitdaging zijn om meer leraren op te leiden, met behoud van kwaliteit en de hoge eisen die worden gesteld aan een bevoegde leraar.

Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO)

De Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) beoordeelt de macrodoelmatigheid van de opleidingen in het hoger onderwijs. Ten behoeve hiervan wil de CDHO een goed inzicht krijgen in de trends en de ontwikkelingen in de verschillende sectoren in het hoger onderwijs. Eind 2017 is in dit kader de sectoranalyse Onderwijs gepubliceerd. Een belangrijk onderdeel van deze sectoranalyse betrof inzicht in de arbeidsmarktperspectieven op de korte en langere termijn voor afgestudeerden in de sector Onderwijs. Met name hoofdstuk 4 “arbeidsmarktsituatie na afstuderen”, hoofdstuk 5 “samenstelling arbeidsmarkt” en het hoofdstuk 6 “arbeidsmarktperspectieven” sluiten aan bij het sectorbeeld Onderwijs van de inspectie. Zowel IvhO als CDHO maken analyses van onderwijssectoren. Beiden belichten vanuit hun eigen taak, andere invalshoeken van de sectoren. De producten sluiten op elkaar aan en sinds 2016 wordt afstemming gezocht over de keuze voor een sector, indeling van opleidingen, en definities. In de toekomst zal waar mogelijk ook afstemming gezocht worden voor conclusies, publicatiemoment en vervolg na publicatie.
Download de sectoranalyse Onderwijs van de CDH.