Evaluatie pilots in 2015

Tachtig procent van de schoolleiders, directeuren en bestuurders die een vernieuwd inspectiebezoek hebben meegemaakt, vindt het een verbetering ten opzichte van de bestaande manier van inspecteren. Dit blijkt uit de evaluatie van de pilots die de inspectie uitgevoerd heeft en die op 20 juni 2016 aan de Tweede Kamer is gestuurd.

De meest recente evaluatie vindt u in het rapport Naar vernieuwd toezicht, gepubliceerd op 8 juni 2017.

Scholen en besturen waarderen vernieuwd toezicht

Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld van hoog niveau. Waar de inspectie dat op scholen ziet, gaat ze dat voortaan expliciet vertellen: wat gaat er goed, welke kwaliteiten herkennen we bij deze school, op deze instelling, bij dit bestuur. En wat kan er beter? De inspectie wil schoolleiders, -bestuurders en docenten stimuleren om te werken aan voortdurende verdere verbetering.

Daarom is de inspectie bezig het toezicht in het basis-, speciaal, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs te vernieuwen. De inspectie blijft overigens onverminderd waarborgen dat scholen aan de basiskwaliteit voldoen en houdt risico’s scherp in de gaten. Het voorgenomen vernieuwde toezicht sluit aan op de plannen in het regeerakkoord en op de initiatiefwet Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht die voorjaar 2016 werd vastgesteld.

Het vernieuwde toezicht

Dit is de kern van het vernieuwde toezicht.

  • Onveranderd is dus dat de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland blijft waarborgen en risico’s scherp in de gaten houdt.
  • Bovendien wil de inspectie actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en scholen en instellingen, en hen stimuleren de onderwijskwaliteit als geheel op een hoger plan te brengen. Dit gebeurt onder meer doordat inspecteurs vaker feedback geven en daarbij ook benoemen wat goed gaat en waar kansen voor verbetering zijn.
  • In de rapporten geeft de inspectie niet alleen aan op welke punten (eventueel) niet voldaan wordt aan wettelijke vereisten, maar ook welke goede praktijken ze gezien heeft. Besturen en scholen kunnen vragen om te beoordelen of een school/opleiding de waardering ‘goed’ verdient.
  • Het toezicht wordt meer op maat: de inspectie sluit zo veel mogelijk aan op de eigen ambities van besturen en scholen/instellingen. In het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs vervult het schoolplan daarin een spilfunctie. Onderzoeken op school beginnen vaak met een presentatie door de school zelf.
  • Omdat het bestuur verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs komen bestuur en scholen of opleidingen in het vernieuwde toezicht samen in beeld. Daarna volgen onderzoeken bij de aangesloten scholen en opleidingen.
  • Besturen en scholen die een beter proces van aansturing en borging hanteren en waarvan we de resultaten in de klas terug zien, bieden ook betrouwbaarder informatie over de kwaliteit van hun onderwijs. Op deze informatie sluit de inspectie aan. Zo creëert de inspectie maatwerk en houdt de inspectie minder toezicht waar dat kan, en meer waar het moet.

In het vernieuwde toezicht is ook een onderscheid aangebracht tussen wettelijke en niet-wettelijke elementen, zoals vastgelegd in de wet Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht. In de onderzoeken op scholen en opleidingen zijn extra stimulerende elementen opgenomen. Zo geven we vaker feedback tijdens onderzoeken en wordt de school uitgenodigd om de onderzoeksdag te starten met een eigen presentatie.