Hoe ziet het toezicht er straks uit?

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Hoe ziet het toezicht er straks uit voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs?

“Wat gaat er goed? Wat kan er beter? En wat móet er beter?” Misschien is dat wel de kortste samenvatting van de manier waarop de inspectie toezicht op het onderwijs gaat houden.

In de onderzoekskaders staat een beschrijving van de nieuwe werkwijze. Wat we beoordelen leest u in de waarderingskaders. Ook is een speciale brochure ontwikkeld voor besturen en scholen po, (v)so en vo met als titel 'Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur?'

Dit is kern van het vernieuwde toezicht:

  1. Waarborg: basiskwaliteit - Onveranderd is dat de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland blijft waarborgen.
  2. Stimuleren tot beter - We willen actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en scholen, en hen stimuleren de onderwijskwaliteit op een hoger plan te brengen.
  3. Eenduidig toezicht en op maat - In het toezicht sluiten we zoveel mogelijk aan op de eigen ambities van bestuur en school. Het schoolplan vervult daarin een spilfunctie.
  4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur - Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs. Daarom komen bestuur en scholen in het vernieuwde toezicht samen in beeld.

Het vierjaarlijks onderzoek

Het vierjaarlijks onderzoek doen we straks onderzoek op twee niveaus:

  • op het niveau van het bestuur: de kwaliteitszorg en het financieel beheer
  • op het niveau van de scholen: verificatieonderzoek/schoolbezoek, kwaliteitsonderzoek bij risicoscholen, en op verzoek van het bestuur of school een onderzoek naar goede scholen.

Het vierjaarlijksonderzoek bij besturen en opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs ziet er iets anders uit. Lees hierover meer.

In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en scholen staan de volgende vragen centraal:

  1. Is er voldoende zicht op de onderwijskwaliteit en wordt er gestuurd op verbetering van de onderwijskwaliteit?
  2. Is er een professionele kwaliteitscultuur en functioneert het transparant en integer?
  3. Wordt er actief gecommuniceerd over de eigen prestaties en ontwikkelingen van het bestuur en die van zijn scholen?
  4. Is het financieel beheer deugdelijk?

Hoe ziet het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en scholen eruit?

Het onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: a. Expertanalyse, b. Startgesprek, c. Onderzoeksplan, d. Onderzoek bij het bestuur, e. Onderzoek op school- of opleidingsniveau, d. Eindgesprek en rapport, g. Feedbackgesprek op school, h. Vervolgtoezicht bepalen.

A. Expertanalyse

Ieder onderzoek start met een expertanalyse van de informatie die de inspectie beschikbaar heeft over het bestuur en de scholen en opleidingen. Hiervoor hoeft het bestuur geen nieuwe informatie aan te leveren.

B. Startgesprek

In het startgesprek vragen we het bestuur een analyse te presenteren van de prestaties en ontwikkelingen van scholen die onder het bestuur vallen. We spreken vervolgens af op welke school/scholen een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd. Het bestuur kan de inspectie tevens verzoeken om een onderzoek te doen bij een ‘goede school’.

C. Onderzoeksplan

De uitkomsten van de expertanalyse en het startgesprek vertalen we vervolgens in een onderzoeksplan op maat. In het plan staat welke scholen we onderzoeken voor de verificatie, en op welke standaarden. Voor de planning en organisatie van de onderzoeksactiviteiten zoeken wij zo veel mogelijk afstemming met het bestuur.

D. Onderzoek bij het bestuur

Wij willen inzicht krijgen in de manier waarop het bestuur zich verantwoordt over de kwaliteit en of het bestuur een doeltreffend systeem van kwaliteitszorg hanteert waarmee het de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs garandeert, en of het tot verdere kwaliteitsverbetering stimuleert. In ieder geval voeren wij een gesprek met het bestuur, de interne toezichthouder en het medezeggenschapsorgaan. Voor de duidelijkheid: we geven geen oordeel over de interne toezichthouder of de medezeggenschap.

E. Onderzoek op school- of opleidingsniveau

Bij het onderzoek op school- of opleidingsniveau kan het schoolteam/onderwijsteam een breed beeld geven van ‘waar ze staan’: wat is hun visie, wat zijn hun ambities, doelen en beoogde/behaalde resultaten. De vorm is vrij. Wij luisteren, kijken en stellen vragen om zo veel mogelijk relevante informatie te verwerven voor de inrichting van het onderzoek. We kijken ook hoe de informatie aansluit op het schoolplan.

F. Eindgesprek en rapport

Van de oordelen en bevindingen maakt het inspectieteam een conceptrapport. Het rapport is beknopt en gericht aan het bestuur.

In het eindgesprek bespreken we met het bestuur en de scholen ‘wat goed gaat’ en ‘wat moet beter’ (deugdelijkheidseisen) en ‘wat beter kan’ (eigen aspecten van kwaliteit). Op basis van dit gesprek stellen wij het definitieve rapport op.

We maken het eindrapport van het vierjaarlijks onderzoek openbaar op onze website.

G. Feedbackgesprek op school

Eventuele feedbackgesprekken op schoolniveau gaan alleen over een onderzoek naar aanleiding van risico’s. Deze gesprekken worden op verzoek van de school georganiseerd. Als het eigen aspecten van kwaliteit betreft, leggen we daarbij nadrukkelijk de relatie met het schoolplan.

H. Vervolgtoezicht bepalen

Na het onderzoek bepalen we hoe wij het vervolgtoezicht bij het bestuur zullen inrichten. Het oordeel over het financieel beheer en met name de kwaliteitszorg op bestuursniveau is leidend voor de inrichting van het vervolgtoezicht. We onderscheiden in hoofdlijnen vier scenario’s, afhankelijk van onze oordelen en bevindingen.

  1. Kwaliteitszorg op orde en geen tekortkomingen bij scholen en/of het bestuur: vertrouwen – geen vervolgonderzoek nodig.
  2. Kwaliteitszorg op orde, maar tekortkomingen: afspraken met bestuur over eigen rol bij kwaliteits- en/of herstelonderzoek.
  3. Kwaliteitszorg niet op orde: in alle gevallen voert de inspectie kwaliteits- en/of herstelonderzoek uit.
  4. Financieel beheer niet op orde: combinatie van scenario’s.

In de tussenliggende jaren

De inspectie zal in de tussenliggende jaren, naast de vierjaarsonderzoeken de overige scholen betrekken in bredere onderzoeken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderzoeken hoe de praktijk van het burgerschapsonderwijs is, hoe in de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs gelijke kansen bevorderd kunnen worden, of hoe passend onderwijs voor docenten en leerlingen praktisch uitwerkt.