Vierjaarlijks onderzoek bestuur en instellingen mbo

Vanaf augustus 2017 vernieuwt de inspectie het toezicht op besturen en opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs.

Iedere leerling in Nederland heeft recht op onderwijs van ten minste voldoende kwaliteit, dat het beste bij hem of haar past. De besturen en opleidingen kiezen zelf hoe ze het onderwijs willen inrichten. Inspecteurs zien er op toe dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Hiermee waarborgen we dat leerlingen ten minste basiskwaliteit aan onderwijs krijgen. Verder zullen we ook stimuleren tot verdere verbetering van de onderwijskwaliteit. 

Eigen verantwoordelijkheid van besturen en opleidingen voor de onderwijskwaliteit en hun ambities vormen het uitgangspunt voor het vernieuwde onderwijstoezicht. Op die manier blijft het toezicht aansluiten bij de ontwikkelingen in de samenleving en in het onderwijs.

Hoe gaat het toezicht er straks uitzien voor het mbo?

“Wat gaat er goed? Wat kan er beter? En wat móet er beter?” Misschien is dat wel de kortste samenvatting van de manier waarop de inspectie toezicht op het onderwijs gaat houden, en in het mbo ook op de examinering/diplomering. In de onderzoekskaders staat een beschrijving van de nieuwe werkwijze. Wat we beoordelen leest u in de waarderingskaders. Ook is een speciale brochure ontwikkeld voor besturen en opleidingen: 'Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur?' 

De kern van het vernieuwde toezicht

  1. Waarborg: basiskwaliteit - Onveranderd is dat de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland blijft waarborgen.
  2. Stimuleren tot beter - We willen actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en opleidingen, en hen stimuleren de onderwijskwaliteit op een hoger plan te brengen.
  3. Eenduidig toezicht en op maat - In het toezicht sluiten we zoveel mogelijk aan op de eigen ambities van bestuur en opleidingen.
  4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur - Het instellingsbestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs.

Daarom komen bestuur en opleidingen in het vernieuwde toezicht samen in beeld.

Waar gaat het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen over?

In het vierjaarlijks onderzoek doen we onderzoek op twee niveaus:

  • op het niveau van het bestuur: de kwaliteitszorg en het financieel beheer
  • op het niveau van opleidingen: verificatieonderzoek om vast te stellen of het bestuur een juist beeld heeft van de opleiding, kwaliteitsonderzoek bij eventuele risico-opleidingen, en op verzoek van het bestuur of opleiding een onderzoek naar ‘goede opleidingen’.

In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen staan de volgende vragen centraal:

  1. Is er voldoende zicht op de onderwijskwaliteit en wordt er gestuurd op verbetering van de onderwijskwaliteit?
  2. Is er een professionele kwaliteitscultuur en functioneert het transparant en integer?
  3. Wordt actief gecommuniceerd over de eigen prestaties en ontwikkelingen van het bestuur en van de opleidingen?
  4. Is het financieel beheer deugdelijk?

Hoe ziet het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen eruit?

Het onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Expertanalyse

b. Startgesprek

c. Onderzoeksplan

d. Onderzoek bij het bestuur

e. Onderzoek op opleidingsniveau

f. Eindgesprek en rapport

g. Feedbackgesprek op locatie

h. Vervolgtoezicht bepalen

A. Expertanalyse

Ieder onderzoek start met een expertanalyse van de informatie die de inspectie beschikbaar heeft over het bestuur en de opleidingen. Hiervoor hoeft het bestuur geen nieuwe informatie aan te leveren.

B. Startgesprek

In het startgesprek vragen we het bestuur een analyse te presenteren van de prestaties en ontwikkelingen op bestuursniveau en op hoofdlijnen van de opleidingen. We spreken vervolgens af bij welke opleidingen een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd. Het bestuur kan de inspectie tevens vragen om een onderzoek te doen bij een ‘goede opleiding’.

C. Onderzoeksplan

De uitkomsten van de expertanalyse en het startgesprek vertalen we vervolgens in een onderzoeksplan op maat. In het plan staat welke opleidingen we onderzoeken voor de verificatie, en op welke standaarden. Ook vermeldt het plan welke risico-opleidingen worden onderzocht, en welke eventuele goede opleidingen. Voor de planning en organisatie van de onderzoeksactiviteiten zoeken wij zo veel mogelijk afstemming met het bestuur

D. Onderzoek bij het bestuur

Wij willen inzicht krijgen in de manier waarop het bestuur zich verantwoordt over de kwaliteit en of het bestuur een doeltreffend systeem van kwaliteitszorg hanteert waarmee het de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs garandeert, en of het tot verdere kwaliteitsverbetering stimuleert. In ieder geval voeren wij een gesprek met het bestuur, de interne toezichthouder en het medezeggenschapsorgaan. Voor de duidelijkheid: we geven geen oordeel over de interne toezichthouder of de medezeggenschap.

E. Onderzoek op opleidingsniveau

Bij het onderzoek op opleidingsniveau kan het onderwijsteam een beeld geven van ‘waar ze staan’: wat is de visie, wat zijn de ambities, doelen en beoogde/behaalde resultaten?  De vorm is vrij. Wij luisteren, kijken en stellen vragen om zo veel mogelijk relevante informatie te verwerven voor de inrichting van het onderzoek. 

F. Eindgesprek en rapport

Van de oordelen en bevindingen maakt het inspectieteam een conceptrapport. Het rapport is beknopt en gericht aan het bestuur.
In het eindgesprek bespreken we met het bestuur en de opleidingen ‘wat goed gaat’ en ‘wat beter moet’ (deugdelijkheidseisen) en ‘wat beter kan’ (eigen aspecten van kwaliteit). Op basis van dit gesprek stellen wij het definitieve rapport op. We maken het eindrapport van het vierjaarlijks onderzoek openbaar op onze website.

G. Feedbackgesprek op opleidingsniveau

Eventuele feedbackgesprekken op opleidingsniveau gaan alleen over een onderzoek naar aanleiding van risico’s. Deze gesprekken worden op verzoek van de opleiding georganiseerd.

H. Vervolgtoezicht bepalen

Na het onderzoek bepalen we hoe wij het vervolgtoezicht bij het bestuur zullen inrichten. Het oordeel over het financieel beheer en met name de kwaliteitszorg op bestuursniveau is leidend voor de inrichting van het vervolgtoezicht. We onderscheiden in hoofdlijnen vier scenario’s, afhankelijk van onze oordelen en bevindingen.

  1. Kwaliteitszorg op orde en geen tekortkomingen bij de opleiding en/of het bestuur: vertrouwen – geen vervolgonderzoek nodig
  2. Kwaliteitszorg op orde, maar tekortkomingen: afspraken met bestuur over eigen rol bij kwaliteits- en/of herstelonderzoek
  3. Kwaliteitszorg niet op orde: in alle gevallen voert de inspectie kwaliteits- en/of herstelonderzoek uit
  4. Financieel beheer niet op orde: combinatie van scenario’s

In de tussenliggende jaren

De inspectie zal in de tussenliggende jaren – in de jaren dat geen vierjaarlijks onderzoek wordt uitgevoerd - een (jaarlijkse) prestatieanalyse uitvoeren. Als uit die analyse blijkt dat er risico’s zijn bij bepaalde opleidingen, dan zal dat veelal leiden tot een gesprek met het bestuur en zo nodig een onderzoek. Voor jaarlijkse prestatieanalyse gebruiken we onder meer gegevens over de leerresultaten en over studenttevredenheid. Ook eventuele signalen van ouders en studenten over tekorten in het onderwijs betrekken we bij die analyse.

Schooljaar 2016/2017

Dit schooljaar is een tussenjaar. Lees hierover meer.

Video Vierjaarlijks onderzoek besturen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs

In deze video leggen we uit hoe het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en opleidingen in het mbo verloopt.