Hoe houdt de inspectie toezicht op scholen in Nederland? Het bestuur is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit op de scholen. Daarom begint en eindigt het toezicht door de inspectie bij het bestuur. Daarnaast houdt de inspectie op verschillende manieren ook zelf rechtstreeks toezicht op de scholen.

Onderzoeken op scholen worden op maat gemaakt, en bestaan in de regel uit een combinatie van lesbezoeken, analyse van documenten en gegevens, gesprekken met leraren, met schoolleiding, met leerlingen  en ouders, en een terugkoppeling naar het team. Voor een impressie van een schoolbezoek, bekijk de video op de pagina Leraren en de inspectie.

We onderzoeken scholen:

a. met een jaarlijkse prestatieanalyse op afstand (iedere school)

b. met kwaliteitsonderzoeken als er risico’s zijn (iedere school met risico’s)

c. met verificatieonderzoeken bij het vierjaarlijks onderzoek naar besturen en scholen (een deel van de scholen per bestuur)

d. via het vierjaarlijks schoolbezoek (overige scholen) in het kader van thema- of stelselonderzoeken.

Wat betekenen de verschillende soorten onderzoeken op scholen in de praktijk?

Dit zijn de onderzoeken die de inspectie op scholen uitvoert.

a. Jaarlijkse prestatieanalyse van iedere school

Ieder jaar maken wij een analyse van iedere school of instelling. Dat doen we op basis van de informatie die de inspectie al heeft over het bestuur en de scholen en opleidingen.

We kijken onder meer naar de leerresultaten en de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen. Ook bekijken we bijvoorbeeld de ontwikkeling van leerlingenaantallen en personeelsomvang en het jaarverslag van het bestuur. Ten minste eens per jaar analyseren we de data die we op die manier hebben verzameld. Ook kijken we naar eventuele signalen van bijvoorbeeld leraren, ouders of leerlingen. Als we geen risico’s zien, dan sluiten we de analyse af. Het bestuur hoort dan niets van ons. Vermoeden we dat er risico’s zijn? Dan voeren we een nadere expertanalyse  uit. De jaarlijkse analyse vormt ook het vertrekpunt van het vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en scholen.

b. Kwaliteitsonderzoek bij risico’s

Als tijdens de jaarlijkse prestatieanalyse mocht blijken dat er risico’s zijn bij een school, voeren we zo nodig onderzoek uit. Ook als het bestuur nog niet voor het vierjaarlijks onderzoek staat ingepland. Bij zo’n onderzoek beoordelen inspecteurs lessen, ze analyseren gegevens die de school bijhoudt, en ze voeren gesprekken met betrokkenen. Ook meldingen en signalen kunnen aanleiding zijn voor een  tussentijds kwaliteitsonderzoek. Een tussentijds kwaliteitsonderzoek kan ten slotte ook worden ingesteld om de kwaliteit van een school te beoordelen als de school eerder van de inspectie een herstelopdracht heeft gekregen.

c. Vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en scholen

Iedere vier jaar onderzoekt de inspectie ieder schoolbestuur, en een aantal van de scholen die onder het bestuur vallen. De inspectie onderzoekt het bestuur en beoordeelt het bestuur in ieder geval op de kwaliteitszorg en het financieel beheer. De scholen van het bestuur waar risico’s zijn, worden altijd onderzocht met een kwaliteitsonderzoek.

Bij een deel van de andere scholen van het bestuur voeren we een zogeheten verificatieonderzoek uit. Dit verificatieonderzoek laat zien of de sturing op de kwaliteit door het bestuur ook in de praktijk werkt. Dat kan door klassen te bezoeken, en bijvoorbeeld door met leraren te spreken over wat de inspecteurs uit de gesprekken met het bestuur hebben meegenomen. Daarnaast brengen we tijdens een verificatieonderzoek de kwaliteit bij de onderzochte scholen in beeld op vooraf bepaalde standaarden. Als uit een verificatieonderzoek risico’s zouden blijken, dan wordt het onderzoek omgezet in een kwaliteitsonderzoek.

Tot slot is er binnen het vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en scholen het onderzoek naar Goed mogelijk. Scholen die volgens het bestuur goed zijn, kunnen op verzoek van het bestuur door de inspectie worden onderzocht. Voorwaarde is dat er eerst een zelfevaluatie plaatsvindt. Na afloop van het onderzoek kan een school de waardering ‘Goed’ krijgen.

d. Vierjaarlijks schoolbezoek overige scholen  

Tijdens het vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en scholen bezoekt de inspectie een deel van de scholen dat onder een bestuur valt. De scholen die we op dat moment niet bezoeken, betrekken we in andere onderzoeken waarin we een bepaald onderwerp in kaart willen brengen. Bijvoorbeeld een onderzoek naar gelijke kansen bij de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs, of een onderzoek naar passend onderwijs. Het uiteindelijke doel van zo’n onderzoek is dan niet de school te beoordelen. Maar als een inspecteur tijdens zo’n onderzoek een risico zou aantreffen, kan dat aanleiding voor nader kwaliteitsonderzoek