Huisvesting levert geen ernstig financieel risico op in mbo en ho

De continuïteit van het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs wordt niet bedreigd door te hoge huisvestingskosten en in de afgelopen jaren is er geen verschuiving te zien van uitgaven voor personeel naar huisvesting.

Conclusies

Deze conclusies trekt de Inspectie van het Onderwijs op basis van onderzoek naar huisvestingskosten in 2013 en 2014. Ze staan in het rapport ‘Huisvesting in mbo, hbo en wo’ dat vandaag door minister Bussemaker van OCW naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Aanleiding voor het onderzoek waren grote investeringen in het mbo en ho en de daaraan verbonden mogelijke financiële risico’s. Recente voorbeelden hebben laten zien dat de impact van met huisvesting samenhangende risico’s groot kan zijn.

Verdere bevindingen van het onderzoek zijn:  

  • Schoolbesturen zijn autonoom in hun beslissingen. De inspectie zou eventuele risico’s van investeringen in huisvesting sneller kunnen signaleren als instellingen hun huisvestingsplannen (investering én financiering) gedetailleerd en transparant melden, voordat zij contractuele verplichtingen aangaan. Dit is nu vaak nog niet het geval. Instellingen zijn daartoe niet verplicht. Het schoolbestuur moet zijn plannen wel voorleggen aan de interne toezichthouder (Raad van Toezicht).
  • Een goed onderbouwd beeld van de ontwikkeling van de studentaantallen is van groot belang bij beslissingen over vastgoed. In de jaarstukken ontbreekt vaak de onderbouwing van deze cijfers, zodat het lastig is risico’s in te schatten.
  • Vastgoed wordt vaak over zeer lange periodes afgeschreven (tot wel 60 jaar) met een mogelijk risico van tussentijdse waardedaling, met name bij recent opgeleverde gebouwen en vooral in regio’s met krimp. Dit hoeft op zich geen risico in te houden maar kan tot problemen leiden bij herfinanciering.

Financieel toezicht op bekostigde onderwijsinstellingen

De Inspectie van het Onderwijs houdt financieel toezicht op de bekostigde onderwijsinstellingen. Ze kijkt daarbij of de financiële continuïteit op termijn gewaarborgd is en of de uitgaven van de instellingen rechtmatig en doelmatig zijn. Met ingang van het verslagjaar 2013  zijn instellingen verplicht om een continuïteitsparagraaf op te nemen in hun jaarrekening. Daarin blikt een instelling drie jaar vooruit met financiële prognoses. In het rapport over de huisvesting in het mbo en ho pleit de inspectie voor verruiming van deze horizon tot 5 jaar.