Financieel beheer in het toezicht

In het vierjaarlijks onderzoek bij besturen en scholen doet de inspectie ook uitspraken over het financieel beheer van het bestuur. Het onderzoek daarnaar is onderdeel van het onderzoek naar kwaliteitszorg en financieel beheer. De centrale vraag in dit onderzoek luidt dan ook: is de sturing op kwaliteit op orde en is er sprake van deugdelijk financieel beheer?

In het onderzoek naar het financieel beheer van het bestuur geven we een oordeel over de continuïteit en de rechtmatigheid. Dat oordeel kan voldoende of onvoldoende zijn.

Voor het oordeel over de continuïteit onderzoeken we de actuele financiële positie van het bestuur. Daarbij onderzoeken we ook in welke mate het bestuur inzicht heeft in de financiële uitgangspositie en de ontwikkelingen in de komende drie jaar, en daar beleid op uitzet.

Voor het oordeel over de rechtmatigheid willen we vaststellen dat het bestuur integer en transparant handelt en op de juiste wijze verantwoording aflegt over de verwerving en besteding van de rijksbijdrage. Dit wordt in de eerste plaats door de instellingsaccountant beoordeeld. In de meeste gevallen kan de inspectie zich baseren op het oordeel van de accountant.

Wij geven vooralsnog geen oordeel over de doelmatigheid . Wel kijken we of het bestuur de overheidsbekostiging zó besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de eigen ambities rond effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen. Die ambities moeten in het schoolplan staan. Daarover gaan we in gesprek met het bestuur en we rapporteren er ook over.