Leerlingen verdienen hogere ambities

Slechts 55% van de leerlingen doorloopt het voortgezet onderwijs zonder afstroom of vertraging. Tegelijkertijd volgt het overgrote deel van deze leerlingen onderwijs op een afdeling waar de onderwijsresultaten voldoen aan de inspectienormen. Deze minimumnormen of ondergrenzen moeten niet als doelstelling gebruikt worden. Daarmee doen scholen leerlingen tekort. Ook hoeven scholen zich niet te beperken tot de manier waarop de inspectie naar onderwijsresultaten kijkt.

Een schoolloopbaan zonder afstroom en vertraging

Van de leerlingen die in 2010 begonnen in het voortgezet onderwijs, had slechts 55% een probleemloze schoolloopbaan. Dit betekent dat ze op of boven het niveau van hun advies beginnen, geen vertraging oplopen en hun eindexamen in een keer halen op of boven het geadviseerde niveau. Vooral leerlingen met een havo-advies zijn matig succesvol. Slechts 40% van deze leerlingen had na 5 jaar een havodiploma of was opgestroomd naar het vwo.

Survivalplot alle adviezen Percentage leerlingen dat het voortgezet onderwijs succesvol doorloopt, per jaar, uitgesplitst naar adviesniveau (startcohort 2010, n=87.636)
Vmbo-bVmbo-kVmbo-gtHavoVwo
Begin100,00%100,00%100,00%100,00%100,00%
Na 1 jaar95,80%98,00%97,90%98,10%98,70%
Na 2 jaar88,10%73,60%71,50%67,60%82,20%
Na 3 jaar80,70%65,50%64,40%58,40%74,70%
Na 4 jaar73,50%60,30%57,70%47,20%67,30%
Na 5 jaar40,40%61,30%
Na 6 jaar57,30%
Inspectie van het Onderwijs Brontabel als csv (314 bytes)

Grote verschillen tussen groepen leerlingen

De verschillen tussen groepen leerlingen zijn groot. Jongens, leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond en leerlingen met lager opgeleide ouders doorlopen het voortgezet onderwijs minder vaak zonder problemen. In de groep leerlingen met een vmbo gt-advies is dat duidelijk zichtbaar. Van de meisjes zonder migratieachtergrond en met hoogopgeleide ouders, haalt 80% het diploma zonder vertraging op te lopen.  Bij jongens met een niet-westerse achtergrond en ouders met maximaal een mbo 4-opleiding haalt 40% het diploma zonder vertraging.

Deze grafiek toont dat er verschillen zijn tussen groepen leerlingen met een vmbo-gt advies. In het algemeen hebben meisjes, leerlingen zonder migratieachtergrond en leerlingen met ouders met een hbo/wo opleiding een hogere kans om binnen 5 jaar een vmbo-gt diploma of inschrijving op hoger niveau te halen. Meisjes zonder migratieachtergrond en hbo/wo opgeleide ouders hebben in bijna 80% van de gevallen een vmbo-gt diploma na 4 jaar, terwijl jongens met een migratieachtergrond en ouders met maximaal een mbo4 opleiding ongeveer 40% kans hebben op een vmbo-gt diploma binnen vier jaar.

Percentage leerlingen met een vmbo-gt-advies dat het voortgezet onderwijs succesvol doorloopt, per jaar, uitgesplitst naar geslacht, migratieachtergrond en opleiding ouders (startcohort 2010, n=23.369)

De inspectienorm is een ondergrens

Hoewel het hierboven beschreven beeld niet rooskleurig is, volgt het overgrote deel van deze leerlingen onderwijs op een afdeling waar de onderwijsresultaten voldoen aan de inspectienormen. In 2018 gold dit voor ruim 95% van de afdelingen. Hierbij moeten we in acht nemen dat de inspectie met minimumnormen dan wel ondergrenzen werkt. Deze zijn bedoeld om ernstige risico’s ten aanzien van de onderwijsresultaten op te sporen. Maar als afdelingen aan deze normen voldoen, betekent dat niet dat alle leerlingen goed presteren en afdelingen/scholen een probleemloze schoolloopbaan voor alle leerlingen kunnen garanderen.

Berekend eindoordeel per schoolsoort
Schoolsoort%
Vmbo-b97,8
Vmbo-k95,5
Vmbo-gt95,6
Havo92,3
Vwo97,4
Totaal95,7

Resultaten van 2.937 scholen in 2018.

Inspectie van het Onderwijs Brontabel als csv (89 bytes)

Ambitieuze doelen stellen

Omdat de inspectie minimumnormen hanteert, moeten scholen ook hun eigen ambities bij de onderwijsresultaten bepalen. Wij constateren echter dat maar weinig scholen en besturen dit doen. Zij gebruiken de door de inspectie vastgestelde minimumnormen (ondergrenzen) vaak als streefdoelen waar het onderwijs op wordt afgestemd. Wij willen het gebruik van eigen (lees: hoge) ambities voor de onderwijsresultaten stimuleren. Daartoe willen we een benchmark invoeren, waarmee onderwijsresultaten kunnen worden afgezet tegen die van andere besturen en scholen. We stimuleren zo ook andere ambities. Scholen kunnen ook op een andere manier naar de onderwijsresultaten kijken, door bijvoorbeeld te focussen op de verschillen in prestaties tussen groepen leerlingen.