Lerarentekort en kansenongelijkheid

Het lerarentekort vormt een grote maatschappelijke uitdaging. Noodmaatregelen van scholen hebben direct effect op de onderwijskwaliteit. Daarnaast zien we kansenongelijkheid bij het schooladvies: op basis van dezelfde cijfers krijgen leerlingen van hoger opgeleide ouders vaker een hoger advies dan leerlingen van lager opgeleide ouders.

Tekort aan leraren en schoolleiders

De randvoorwaarden om tot goede onderwijskwaliteit te komen zijn niet optimaal. Er is sprake van een oplopend leraren- en schoolleiderstekort. Daar zijn meerdere oorzaken voor:

  • Relatief veel oudere leraren stromen uit
  • Er is een verminderde instroom van nieuwe leraren
  • Minder studenten kiezen voor de pabo en andere lerarenopleidingen
  • Een relatief groot aandeel leerkrachten verlaat het beroep binnen 5 jaar na afstuderen

Het tekort aan leraren en schoolleiders zal verder oplopen. Volgens ramingen stijgt het tekort van 2.322 fulltime leraren en directeuren in 2019, naar een tekort van ruim 4.000 in 2023/2024. Wanneer er niets verandert kan dit leiden tot een tekort van 10.847 fulltime banen in 2027.

Tijdelijke oplossingen lerarentekort

Scholen zoeken naar allerlei oplossingen om het lerarentekort op te vangen. Sommige scholen vragen parttimers meer te werken of splitsen klassen op. Andere scholen zetten schoolleiders, intern begeleiders, gepensioneerden of onbevoegden voor de klas. In uiterste gevallen sturen scholen de leerlingen naar huis. Onder deze omstandigheden kunnen scholen de onderwijstijd en basiskwaliteit niet altijd meer garanderen. Daarnaast zorgt het opsplitsen van klassen voor een verdere toename van de werkdruk voor leraren.

Lerarentekort niet gelijk verdeeld

Scholen met veel leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond worden het zwaarst getroffen door het lerarentekort. Juist op deze scholen zijn vakbekwame leraren en continuïteit in het team essentieel. Het oplopende tekort legt een zware druk op de onderwijskwaliteit van deze scholen, terwijl leerlingen op deze scholen voor hun ontwikkeling sterk aangewezen zijn op school. Het lerarentekort versterkt de ongelijkheid tussen scholen. Daarmee groeit de kansenongelijkheid voor leerlingen.

Zie ook: Oplopend lerarentekort bedreiging voor gelijke kansen in het onderwijs

Ongelijke kansen in schooladvies

We zien ook aanwijzingen dat de sociaaleconomische afkomst zorgt voor kansenongelijkheid. Kinderen van hoogopgeleide ouders stromen vaker zonder vertraging door naar havo en vwo, terwijl kinderen van laag opgeleide ouders vaker blijven zitten. In deze laatste groep is de uitstroom naar het vmbo groter. Ook krijgen leerlingen vaker een verwijzing naar het speciaal basisonderwijs. Afkomst mag nooit een reden zijn voor een hoger of lager schooladvies, toch laten de cijfers een ander beeld zien. Gemiddeld 60% van de kinderen van ouders met een wo-diploma of een hbo-master krijgt een schooladvies dat 1 niveau hoger ligt dan het toetsadvies. Van kinderen van ouders met maximaal een mbo 2-opleiding krijgt gemiddeld 27% een advies van 1 niveau hoger. Voor het bieden van gelijke onderwijskansen aan alle leerlingen is het  cruciaal om alert te blijven op onbewuste aannames bij schooladvisering. Bemoedigend is dat de bestaande verschillen in onderwijskansen niet verder opgelopen zijn.

Zie ook: Kansenongelijkheid loopt niet verder op