Kwaliteitszorg van besturen

Sinds augustus 2017 richten we ons in het toezicht meer op schoolbesturen. Zij dragen immers zorg voor een goede onderwijskwaliteit. De minimum kwaliteitseisen waar scholen aan moeten voldoen zijn in de wet vastgelegd. Daarnaast willen we weten wat de ambities van de besturen zijn en wat zij willen bereiken voor hun leerlingen.

Waar kijkt de inspectie naar?

We beoordelen besturen in het toezicht op de kwaliteitszorg, de kwaliteitscultuur en het financieel beheer. Verantwoording en dialoog horen daar ook bij. We vragen besturen of zij zicht hebben op de kwaliteit van hun scholen, en hoe ze die kwaliteit verbeteren en ontwikkelen.

Versterking kwaliteitszorg besturen

Bij 89% van de besturen is de kwaliteitscultuur voldoende of goed. De verantwoording en dialoog  is bij 91% voldoende of goed beoordeeld. 20% van de besturen kreeg voor de kwaliteitszorg het oordeel onvoldoende. Deze besturen moeten aan het werk om de kwaliteitszorg op orde te brengen. De besturen die hun kwaliteitszorg voldoende op orde hebben, kunnen deze verder versterken. We willen daarmee bereiken dat besturen niet alleen voldoende kwaliteit nastreven, maar ook de ambitie hebben om het best mogelijke onderwijs voor hun leerlingen te realiseren.

Kwaliteitszorg besturen primair onderwijs

Kwaliteitszorg besturen verder versterken

Verschillen naar bestuursomvang

Wanneer we kijken naar de kwaliteitsverschillen tussen besturen valt vooral op dat die samenhangen met de bestuursomvang. Kleine besturen met 2 tot 7 scholen scoren meer onvoldoendes op de verschillende onderdelen van kwaliteitszorg. Van deze besturen kreeg meer dan een derde een onvoldoende voor het overkoepelende oordeel kwaliteitszorg. Grote besturen met meer dan 15 scholen kregen op kwaliteitscultuur vaak de waardering Goed. Er zijn geen grote besturen met een onvoldoende op kwaliteitscultuur.

Vrijwilligersbestuur vaker onvoldoende

Vrijwilligersbesturen krijgen vaker een onvoldoende voor kwaliteitscultuur en verantwoording en dialoog, dan besturen met betaalde bestuurders. Een mogelijke oorzaak is dat vrijwillige bestuursleden de taken vaak naast een (fulltime) baan uitvoeren. Ook hebben deze besturen meestal minder financiële middelen om in te zetten voor kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering. De inrichting van stevig intern toezicht is bovendien vaak een uitdaging.

Relatie tussen oordeel bestuursniveau en schoolniveau

Van alle 926 besturen in het primair onderwijs heeft 89% geen enkele onvoldoende of zeer zwakke vestiging in 2018. Hoewel het aantal onvoldoende vestigingen niet direct iets zegt over de kwaliteitszorg van het bestuur, is er in de meeste gevallen wel een relatie tussen het oordeel op bestuursniveau en het oordeel op schoolniveau. Wanneer de school of scholen van een bestuur allemaal voldoende zijn beoordeeld, is de kwaliteitszorg als geheel bij 78% van de besturen ook voldoende of goed.

Een of meer onderdelen kwaliteitszorg onvoldoende Alle 3 onderdelen kwaliteitszorg onvoldoende Totaal
Percentage besturen waar de kwaliteitszorg als geheel voldoende of deels onvoldoende is, naar aanwezigheid of niet van onvoldoende en/of zeer zwakke scholen
Besturen met minstens een onvoldoende of zeer zwakke school 37 63 100
Besturen zonder onvoldoende of zeer zwakke scholen 22 78 100
Totaal 24 76 100

Resultaten uit schooljaar 2017/2018. Het ging dit jaar om een totaal van 171 besturen.