Basiskwaliteit vaak voldoende maar verbeteringen mogelijk

Voor de inspectie is het belangrijk om te weten of de basiskwaliteit van scholen op orde is. In ons toezicht doen we daar dan ook onderzoek naar. Momenteel zien we dat de kwaliteit van het onderwijs op de meeste scholen voldoende is. Per 1 januari 2019 valt 98,3 % van de scholen onder basistoezicht. Op deze scholen leren de leerlingen voldoende en voelen zij zich meestal veilig. Leerlingen krijgen op voldoende niveau les van de leraren. En de school als geheel zorgt voor voldoende kwaliteit.

Minder scholen met oordeel onvoldoende

Het aantal scholen dat een onvoldoende kreeg liep terug van 106 scholen (1,6%) in september 2017 naar 79 scholen (1,2%) op 1 januari 2019. Op scholen met het oordeel onvoldoende is de basiskwaliteit van de leerresultaten niet goed genoeg, of is een ander essentieel onderdeel van het onderwijs onvoldoende.

Toename aantal zwakke scholen

Net als vorig jaar is het aandeel zeer zwakke scholen gestegen. Scholen krijgen dit oordeel wanneer de leerresultaten over een langere periode flink tekortschieten én er nog een onderdeel van het onderwijs onvoldoende is. In september 2017 waren er 18 zeer zwakke scholen (0,3%) en op 1 januari 2019 waren dat er 34 (0,5%).

Het aantal zeer zwakke scholen steeg het hardst in Gelderland (van 2 naar 7 scholen), Noord-Holland (van 6 naar 12 scholen) en Flevoland (van 2 naar 4 scholen). De toename van het aantal zeer zwakke scholen komt deels doordat we sinds 1 augustus 2017 onderzoek doen met een nieuw onderzoekskader. We verwachten nu een uitgebreidere minimale kwaliteit van de school. We vinden namelijk dat de leerresultaten, het lesgeven en het schoolklimaat allemaal voldoende moeten zijn.

Wat zien we nog meer bij de scholen?

 

Feedback aan leerlingen kan beter

De meeste leraren organiseren het onderwijs efficiënt en zorgen voor een positief leerklimaat. De taakgerichtheid en betrokkenheid van leerlingen is voldoende tot goed. We zien wel dat scholen meer en betere feedback aan hun leerlingen kunnen geven. Veel leraren vertellen wel of het antwoord klopt of niet, maar bespreken minder vaak hoe leerlingen tot het goede antwoord kunnen komen. De feedback bij taal- en rekenlessen beoordelen inspecteurs lager dan bij andere leer- en vormingsgebieden.

Verbetering onderwijs voor zwakke lezers en spellers nodig

Van alle scholen heeft 75% het basisaanbod voor alle leerlingen voor technisch lezen op orde. Voor spelling is dit 80%. Vooral het onderwijs aan en de ondersteuning van de zwakke lezers en spellers kan beter.

Verschillen in burgerschapsonderwijs

In het burgerschapsonderwijs zien we grote verschillen tussen scholen, vooral in hun visie op het vormgeven van de lessen. Daarnaast verschilt de hoeveelheid aandacht die scholen besteden aan de verschillende aspecten van burgerschap. Bij het behandelen van maatschappelijke diversiteit gaat het op veel scholen vooral over culturele, etnische en godsdienstige diversiteit. Seksuele diversiteit komt in mindere mate voorbij in de lessen. De wettelijke burgerschapsopdracht voor scholen wordt waarschijnlijk in de toekomst aangescherpt, zodat duidelijker wordt waar scholen aan moeten voldoen.

Instructiemodel: van vorm naar bedoeling

Inspecteurs zien tijdens lesobservaties dat veel leraren met een instructiemodel werken. De nadruk lijkt daarbij vooral op de vorm te liggen. Leraren focussen zich op het doorlopen van de stappen in het model. Daardoor verschuift de bedoeling soms naar de achtergrond. Het stimuleren van het denk- en leerproces van kinderen krijgt minder aandacht. De inspectie pleit daarom voor meer nadruk op het kijken en luisteren naar kinderen.