Leerprestaties: gebrekkige informatie en zorgen om toppresteerders en kwetsbare leerlingen

Door onvergelijkbare eindtoetsen in groep 8 weten we niet hoe de referentieniveaus zich ontwikkelen. Eerdere internationale studies laten een daling zien van toppresteerders in Nederland. Uit nieuwe analyses blijkt dat de prestaties van leerlingen uit meer kansarme milieus dalen. Ook neemt de laaggeletterdheid onder jongeren toe. Deze ontwikkelingen maken het des te belangrijker dat schoolleiders en bestuurders zicht blijven houden op belangrijke ijkpunten, zoals de referentieniveaus.

Referentieniveaus primair onderwijs 2018 onbekend

De laatste jaren wordt aan het einde van de basisschool in kaart gebracht of leerlingen het minimumniveau en/of streefniveau taal en rekenen halen. In 2018 was dit door onvergelijkbare eindtoetsen op veel scholen helaas niet mogelijk. Schoolleiders, bestuurders en VO-scholen weten hierdoor niet hoeveel van hun leerlingen laaggeletterd of laaggecijferd van de basisschool komen en of ze het streefniveau taal en rekenen hebben gehaald. Ook landelijk weten we hierdoor niet hoe het met de ontwikkeling in referentieniveaus taal en rekenen staat.

Internationale studies tonen daling toppresteerders

In 2018 waren er geen nieuwe internationale studies naar leerprestaties. Uit eerdere studies bleek dat de leerprestaties van Nederlandse leerlingen in de subtop zitten, maar de afgelopen 20 jaar wel geleidelijk zijn gedaald. Met name het percentage toppresteerders is gedaald, bijvoorbeeld bij rekenen en wiskunde. Dit is te zien in de onderstaande figuur.

Deze grafiek toont dat in de periode 1995-2015 het aantal toppresteerders bij rekenen en wiskunde is gedaald.

Daling percentage toppresteerders rekenen en wiskunde

Prestaties kwetsbare leerlingen zorgelijk

Nieuw onderzoek op basis van internationale data laat 2 zorgelijke ontwikkelingen zien. De eerste is dat kwetsbare leerlingen vaker laagpresteerders zijn. Een onderzoek van de Wereldbank toont aan dat leerlingen met lager opgeleide ouders vaker laaggecijferd zijn dan vroeger. In 2000 was 13% van deze leerlingen laaggecijferd. In 2015 was dit percentage gestegen tot maar liefst 48% van de leerlingen met lager opgeleide ouders.

Het verschil tussen hoog- en laagpresteerders is toegenomen in sommige landen binnen de Europese Unie, waaronder Finland (FI), Hongarije  (HU), Tsjechië (CZ), Slowakije (SK) en Nederland (NL).

Het verschil tussen hoog- en laagpresteerders is toegenomen in sommige landen binnen de Europese Unie, waaronder Finland (FI), Hongarije (HU), Tsjechië (CZ), Slowakije (SK) en Nederland (NL).

De tweede zorgelijke ontwikkeling is dat het percentage laaggeletterden onder 14-jarige leerlingen is toegenomen. In 2003 was 11,5% van de 14-jarige leerlingen laaggeletterd, in 2012 ging het om 17,9%. Ook hier betreft het voornamelijk leerlingen met lager opgeleide ouders.

Gebrek aan ijkpunten

De afname van de percentages toppresteerders en toename van de laaggeletterdheid en laaggecijferdheid bij kwetsbare leerlingen zijn zorgelijk. Het is hierdoor des te belangrijker de trends goed in de gaten te houden. Dit kan door middel van het monitoren van de referentieniveaus taal en rekenen. Helaas zijn deze in het primair onderwijs in 2018 niet bekend door onvergelijkbare eindtoetsen. Dit betekent dat veel schoolleiders en bestuurders niet meer weten of hun leerlingen het streefniveau halen en hoeveel leerlingen laaggeletterd en laaggecijferd zijn.