Kansenongelijkheid loopt niet verder op

De afgelopen 5 tot 10 jaar liep de kansenongelijkheid in het onderwijs op. Leerlingen met gelijke prestaties kwamen steeds vaker op verschillende niveaus. Het diploma van hun ouders werd hierbij steeds belangrijker. In geen enkele sector loopt deze ongelijkheid verder op. De ongelijkheid is nog steeds groot, maar dit is een positieve eerste stap.

Gelijke kansen in het basisonderwijs

De afgelopen 8 jaar kregen leerlingen met ouders met een hbo- of wo-diploma in groep 8 steeds hogere adviezen. Leerlingen met ouders met maximaal een mbo 2 diploma kregen steeds lagere adviezen. Ook als deze leerlingen gelijk presteerden.

De laatste 2 jaar stijgen de adviezen van leerlingen met hoger opgeleide ouders niet verder. Ze zijn nog wel hoger dan je op basis van de toets mag verwachten. Voor leerlingen met lager opgeleide ouders dalen de adviezen ook niet langer. Ze blijven wel lager dan je zou verwachten. Dit is goed te zien in onderstaand figuur. Daarin staat de mate waarin de adviezen hoger of lager zijn dan de eindtoets.

Gelijke kansen in het primair onderwijs

Afwijking tussen definitief en toetsadvies, naar opleiding ouders (2009-2017)

De figuur laat zien dat de ongelijkheid tweemaal zo groot is als in 2009, maar niet verder oploopt. De druk op de adviezen blijft toenemen, maar meer scholen vinden een manier om hiermee om te gaan. Een uitdaging blijft wel om ook hoge verwachtingen te hebben van leerlingen met lager opgeleide ouders. Verder adviseren leraren soms bewust lager omdat ze bang zijn dat een leerling anders afstroomt in het voortgezet onderwijs.

Gelijke kansen in het voortgezet onderwijs

Ook in het voortgezet onderwijs liep de ongelijkheid de afgelopen jaren op. In de 3e klas zitten leerlingen met hoger opgeleide ouders gemiddeld op een hoger niveau dan hun advies. Het omgekeerde geldt voor leerlingen met lager opgeleide ouders, zij zitten vaker op een lager niveau dan hun advies. Eerder nam deze trend ieder jaar toe, maar het afgelopen schooljaar steeg deze ongelijkheid niet verder. Raadpleeg voor meer informatie het technisch rapport De staat van het Nederlands onderwijs.

Vorig schooljaar stroomden meer vo-leerlingen in de onderbouw op dan af. Dit was niet eerder het geval. Met name leerlingen met lager opgeleide ouders stromen minder vaak af. Dit is positief. We zien ook dat meer scholen aan gelijke kansen werken.

Gelijke kansen in het hoger onderwijs

In het hoger onderwijs verschilt de kans op een diploma tussen groepen studenten. Studenten met hoger opgeleide ouders en studenten zonder migratie-achtergrond halen gemiddeld vaker en eerder hun diploma.

Op hogescholen haalt 64% van de studenten zonder migratie-achtergrond in 5 jaar hun diploma. Van de studenten met een niet-westerse migratie-achtergrond is dit slechts 42%. Het verschil tussen deze twee groepen is sinds 2002 toegenomen. De laatste 2 tot 3 jaar zien we dat het verschil stabiel blijft.

Op universiteiten neemt de kans op een diploma voor alle groepen studenten toe. Tegelijkertijd worden de verschillen in diplomakansen tussen studenten met en zonder migratie-achtergrond kleiner.

Gelijke kansen in het hoger onderwijs

Rendement t.o.v. migratie-achtergrond ouders