Meisjes soepeler door mbo-opleiding

Op het mbo presteren meisjes beter dan jongens. Mogelijk passen zij beter in het competentiegericht onderwijs. Het is daarom belangrijk dat docenten zich bewust zijn van de verschillen in ontwikkeling tussen meisjes en jongens. Daarbij moeten docenten in hun begeleiding en didactiek rekening houden met die verschillen, zodat de kans op succes voor jongens groter wordt.

Meer jongens dan meisjes op lagere niveaus

Op niveau 1 en niveau 2-opleidingen zitten veel meer jongens dan meisjes. Ook op niveau 3 zitten iets meer jongens dan meisjes. In de niveau 4-opleidingen is het aandeel meisjes juist groter dan het aandeel jongens. Die verschillen zijn er al jaren, maar het afgelopen jaar is het verschil vooral op niveau 3 en 4 groter geworden.

Deelname jongens en meisjes naar niveau in de periode 2013/2014 tot en met 2017/2018 in percentages. Totaal aantal meisjes in 2017/2018 is 242671, totaal aantal jongens in 2017/2018 is 264788.

Deelname jongens en meisjes naar niveau

Hogere plaatsing, meer opstroom en meer diploma’s voor meisjes

Het komt niet alleen door hun vooropleiding dat meisjes vaker op hogere niveaus zitten. We zien namelijk ook dat meisjes veel vaker dan jongens boven het niveau worden geplaatst dat je op grond van hun vooropleiding mag verwachten. Jongens worden juist vaker onder dit niveau geplaatst. Die verschillen zijn de afgelopen jaren groter geworden. Bovendien zien we dat meisjes verhoudingsgewijs vaker opstromen vanuit niveau 2 en niveau 3 naar hogere schoolniveaus dan jongens (meisjes 28,2% en jongens 26,1% in 2015/2016), terwijl jongens vaker wisselen van opleiding (9,8% jongens tegen 8,4% meisjes). Ten slotte halen meisjes ook vaker een diploma dan jongens. Dat zien we op alle opleidingsniveaus.

Competentiegericht onderwijs past beter bij meisjes

Uit onderzoek blijkt dat kansenongelijkheid tussen jongens en meisjes verband houdt met de invoering van het competentiegerichte onderwijs in het mbo. In de oude vakgerichte leeromgeving was het nog niet het geval dat meisjes vaker dan jongens het mbo verlieten met een diploma.

Een mogelijke verklaring is dat het competentiegericht onderwijs een groter beroep doet op vaardigheden en eigenschappen die bij meisjes in die leeftijd sterker ontwikkeld zijn. Meisjes maken eerder in hun adolescentie een ontwikkeling door in hun non-cognitieve vaardigheden, zoals zelfinzicht en zelfregulatie. Ook hebben ze tijdens hun adolescentie een grotere taalvaardigheid. Deze factoren kunnen invloed hebben op het vermogen om zelfstandig te leren, keuzes te maken en de studie te plannen. En dat zijn precies vaardigheden waarop in het competentiegericht onderwijs een groot beroep wordt gedaan.

Bijdrage scholen voor meer kansengelijkheid

Scholen kunnen een bijdrage leveren aan het vergroten van de kansengelijkheid tussen jongens en meisjes door in te spelen op specifieke verschillen tussen jongens en meisjes. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van studievaardigheden, zoals planningsvaardigheden en reflectie op de eigen ontwikkeling. Dat is ook van belang voor de examinering. Hierbij wordt namelijk veel verwacht op het gebied van planning en organisatie. Daarnaast is het belangrijk om bij plaatsing te blijven letten op de onbewuste neiging om meisjes hoger te plaatsen dan jongens.