Kansen vergroten door brede niveau 2-opleidingen

Jaarlijks beginnen bijna 40.000 studenten aan een mbo-opleiding op niveau 2. Voor deze studenten is het behalen van een startkwalificatie belangrijk. Toch lukt dat vaak niet. Veel instellingen zoeken naar manieren om deze studenten vast te houden en ze beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt of het vervolgonderwijs. Bijvoorbeeld door brede niveau 2-opleidingen te ontwikkelen.

Mbo’ers op niveau 2

Een groot deel van de niveau 2-studenten komt uit het vmbo-basisberoepsgericht onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Een ander deel komt van de entreeopleidingen, al dan niet voorafgegaan door het voortgezet speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs. Niveau 2-opleidingen hebben vaker te maken met meer voortijdig schoolverlaten, een lager diplomarendement en een minder goede aansluiting op de arbeidsmarkt dan opleidingen op niveau 3 en 4.

Kansen vergroten

Veel instellingen zoeken naar manieren om deze studenten op school te houden en hun kansen op succes in vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt te vergroten. Bijvoorbeeld door ze in een huiskamersetting onderwijs op maat te bieden. Of door andere vormen van intensieve persoonlijke begeleiding te bieden. Scholen kunnen ook het onderwijsprogramma anders inrichten, zoals gebeurt bij brede niveau 2-opleidingen. Hier worden studenten breed opgeleid zodat zij zich goed kunnen oriënteren op hun loopbaan.

Brede niveau 2-opleiding: een praktijkvoorbeeld

Het Horizon College in Hoorn werkt aan een brede niveau 2-opleiding Servicemedewerker. Patrick Colli is daar opleidingsmanager bij de sector Economie en projectleider: “We zien in onze niveau 2-opleidingen dat zo’n 80% van de instromende studenten niet goed weet wat ze wil. Studenten vallen vaak uit en switchen veel. Wij geven ze de kans zich breed te oriënteren op het werkveld, zodat ze op basis van ervaringen kunnen kiezen voor een stage, een baan of een vervolgopleiding. Bovendien willen we deze studenten een goede beroepshouding en werknemersvaardigheden meegeven die hen breed inzetbaar maken.”

Samenwerking met het beroepenveld

Cruciaal is dat de instelling partners vindt die studenten de kans willen geven zich te oriënteren op de werkvloer. “In het 1e jaar voeren de studenten praktijkopdrachten uit in verschillende sectoren, bijvoorbeeld in de recreatie, zorg en zakelijke dienstverlening. Ze leren dus op locatie. In het 2e jaar kunnen ze zo zorgvuldiger kiezen voor een stageplek. Het is een investering voor bedrijven, maar ze werken hier graag aan mee omdat ze hier een maatschappelijke taak voor henzelf zien."

Docenten met sterke pedagogische vaardigheden

De verwachting is dat jongeren die in een kwetsbare positie verkeren vaker voor deze opleiding kiezen. Colli: “Dat vraagt meer pedagogische vaardigheden van docenten. In het basisdeel wordt gewerkt aan algemene vaardigheden die je in verschillende werkomgevingen kan inzetten. Specifieke vakkennis krijgen ze juist in de keuzedelen. Bij de reguliere opleidingen is dit andersom. We hebben een eigen opleidingsteam samengesteld met docenten die deze vaardigheden goed beheersen.” Hoe meer sectoren bij de opleiding betrokken zijn, hoe ingewikkelder het traject wordt. “Je moet goede afspraken maken met elkaar. Aanvankelijk doen we dit met 2 sectoren. Dan kunnen we later uitbreiden.”

Een alternatieve route

Colli: “Jongeren kunnen ervoor kiezen vanuit het vmbo-basis door te stromen naar kader zodat zij hoger kunnen instromen in het mbo. Wij denken met deze opleiding een alternatief te bieden dat hen beter zicht geeft op wat ze kunnen en wat bij hen past.”

Themaonderzoek inspectie

De inspectie onderzoekt het komende jaar in een themaonderzoek hoe niveau 2-opleidingen inspelen op de onderwijsbehoeften van studenten. Hierin kijken we naar de aanpak van de opleidingen en naar de samenwerking met bedrijven en ketenpartners.