Passend onderwijs: verschillen in ondersteuningsaanbod te groot?

Een passende plek voor elke leerling, dat is het doel van passend onderwijs. Kinderen gaan als dat kan naar het regulier onderwijs en worden daar passend ondersteund. De inspectie constateert dat er verschillen zijn in de geboden ondersteuning tussen samenwerkingsverbanden, maar soms ook binnen een samenwerkingsverband. Zijn deze verschillen functioneel? Of leiden ze tot ongelijke kansen voor leerlingen?

Zorgplicht van scholen

Veel leerlingen hebben voldoende aan de basisondersteuning die hun school biedt. In sommige gevallen is de basisondersteuning niet toereikend en is extra ondersteuning nodig. Sinds de invoering van passend onderwijs hebben scholen een zorgplicht. Dat wil zeggen dat een school zijn leerlingen extra ondersteuning moet bieden als dat nodig is. Dit kan op de eigen school, op een andere school binnen het samenwerkingsverband of in het speciaal (voortgezet)onderwijs.

Het deelnemerspercentage aan het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs is sinds schooljaar 2014/2015 toegenomen. De regionale verschillen zijn groot. In sommige regio’s is het deelnemerspercentage sinds 2014/2015 gestegen, in andere regio’s is het deelnemerspercentage juist gedaald.

Leerlingen per samenwerkingsverband

Verschillen tussen samenwerkingsverbanden

De inspectie constateert dat er soms grote verschillen zijn tussen samenwerkingsverbanden als het gaat om de geboden basis- en extra ondersteuning. Het ene samenwerkingsverband telt omgaan met dyslexie tot de basisondersteuning, bij andere valt dit onder extra ondersteuning. Deze verschillen zijn geoorloofd. Samenwerkingsverbanden bepalen zelf welke basis- en welke extra ondersteuning zij leerlingen bieden. Dit maakt maatwerk mogelijk. Het roept echter ook vragen op. Waarom maken samenwerkingsverbanden verschillende keuzes? Wordt er geëvalueerd of deze keuzes opleveren wat ermee werd beoogd? Zijn de keuzes in het voordeel van leerlingen? Wordt er tussen samenwerkingsverbanden geleerd van de ervaringen? Op deze vragen zijn op dit moment nog nauwelijks antwoorden.

Verschillen binnen samenwerkingsverbanden

Binnen een samenwerkingsverband zijn alle scholen gebonden aan de door het samenwerkingsverband opgestelde richtlijnen over de invulling van basis- en extra ondersteuning. Alle leerlingen binnen een samenwerkingsverband hebben dus recht op gelijke behandeling. Toch zien inspecteurs verschillen in de ondersteuningsmogelijkheden van scholen binnen hetzelfde samenwerkingsverband, zowel in basis- als in extra ondersteuning.

Waar komen deze verschillen vandaan?

Inspecteurs zien in de praktijk dat er meerdere redenen zijn waarom scholen binnen eenzelfde samenwerkingsverband niet dezelfde basisondersteuning aan leerlingen bieden. De belangrijkste verklaring is mogelijk het ontbreken van duidelijke afspraken over basis- en extra ondersteuning. Als leraren niet goed weten welke ondersteuning zij hun leerlingen moeten bieden, dan hangt de uitvoering grotendeels af van hun eigen interpretatie. Dit werkt niet alleen verschillen in de hand, maar legt ook een te grote verantwoordelijkheid bij individuele leerkrachten. 

Andere verklaringen zijn: 

  • verschillen in onderwijskwaliteit, deskundigheid en capaciteiten van leraren
  • verschillen in kwaliteit van intern begeleiders, ondersteuningscoördinatoren en ondersteuningsstructuur                                                                   
  • niet voldoen aan het afgesproken niveau van basisondersteuning
  • een brede basisondersteuning waardoor scholen veel vrijheid hebben in de manier waarop zij de basisondersteuning in kunnen vullen
  • historie en mate van samenwerking tussen scholen en schoolbesturen
  • werkdruk en lerarentekort
  • leerlingpopulatie
  • invulling leiderschap, zowel van de schoolleider als van de schoolbestuurder

Meer inzicht nodig

Verschillen in de uitvoering van passend onderwijs tussen samenwerkingsverbanden zijn op zichzelf niet problematisch. Wel moeten we de verschillen in beeld hebben en weten of ze functioneel zijn. Dit is in de eerste plaats van belang voor de leerling. Krijgt hij de kansen waar hij recht op heeft? Ook voor ouders is het van belang dat zij weten wat zij voor hun kind van de school mogen verwachten. En tot slot is het belangrijk voor de scholen zelf. Levert hun inspanning de beoogde resultaten op? Wordt er geen tijd en energie verspild en wordt er niet te veel gevraagd van individuele leraren?