Kwetsbare leerlingen in ons onderwijssysteem

In De Staat van het Onderwijs 2019 wordt gesproken over groepen jongeren in ons onderwijsstelsel die kwetsbaarder zijn dan anderen. Met kwetsbaar doelen we op groepen die om uiteenlopende redenen minder kans hebben om op een passend niveau uit te stromen uit het onderwijs. Ook gaat het om jongeren die minder kans hebben om met hun diploma een passende plek te vinden op de arbeidsmarkt.

Kwetsbare leerlingen zijn leerlingen die niet altijd de kansen krijgen die zij verdienen in het onderwijs of op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld vanwege hun sociaal-economische status, etnische achtergrond of (psychische) gezondheidsproblemen. Hieronder lichten wij een paar van deze kwetsbare groepen uit.

Thuiszitters

In de onwenselijke situatie dat een leerlingen (tijdelijk) geen passende plek heeft in het onderwijs kan het voorkomen dat de leerling uitvalt. Wanneer de leerling langer dan drie maanden niet deelneemt aan het onderwijs spreken wij van een thuiszitter. Deze leerlingen zijn bij uitstek kwetsbaar. Zij lopen het risico om zonder diploma het onderwijs te verlaten, wat de grootste beperking is voor toegang tot de arbeidsmarkt.

Er is een toename van het aantal langdurige thuiszitters. Deze leerlingen zijn in sommige gevallen nog wel ingeschreven op een school (langdurig relatief verzuim), maar in andere gevallen is dat niet meer het geval (absoluut verzuim). Het absoluut verzuim is de afgelopen jaren het sterkst gestegen: van 1411 leerlingen in 2013/2014 tot 1972 leerlingen in 2017/2018.

Absoluut verzuim en langdurig relatief verzuim
SchooljaarAbsoluut verzuim langer dan 3 maandenLangdurig relatief verzuim langer dan 3 maandenTotaal
2013-2014141118433254
2014-2015166022323892
2015-2016160225724174
2016-2017170025144214
2017-2018194225074449
Brontabel als csv (235 bytes)

Vrijgestelden van de leerplichtwet

Een groeiend aantal leerlingen is vrijgesteld van de leerplichtwet. Dat wil zeggen dat zij geen onderwijs volgen op een erkende onderwijsinstelling. Er zijn 3 soorten vrijstellingen van de plicht om ingeschreven te staan op een school:

  • wanneer een kind psychisch of lichamelijk niet in staat is om onderwijs te volgen (art. 5a)
  • wanneer ouders bedenkingen hebben tegen de richting van alle scholen binnen een redelijke afstand van het woonadres (art. 5b)
  • wanneer een kind is ingeschreven op een school in het buitenland (art. 5c)

Deze jongeren zijn in veel gevallen slecht in beeld en zijn daardoor kwetsbaar te noemen. We vragen ons af of bij deze leerlingen een doorgaande lijn in hun ontwikkeling geborgd is. Als dit niet het geval is, lopen zij bij terugkeer in het regulier onderwijs risico. 

Aantal vrijstellingen o.g.v. artikel 5 onder a, b en c van de leerplichtwet
SchooljaarVrijstelling art. 5 onder aVrijstelling art. 5 onder bVrijstelling art. 5 onder cTotaal
2013-20144444575793312952
2014-20155077619821513911
2015-20165537705837614618
2016-20175736813892815477
2017-20185576931885015357
Brontabel als csv (258 bytes)

Laagpresteerders: laaggeletterde en laaggecijferde leerlingen

In 2017 verliet 2,2% van de leerlingen hun basisschool laaggeletterd en 7% laaggecijferd. Dit gaat over respectievelijk rond de 3500 en 8000 leerlingen die de basisvaardigheden rekenen en lezen niet beheersen. Deze leerlingen lopen een reëel risico op problemen met het behalen van hun diploma en daarna het vinden van een baan.

Leerlingen met lager opgeleide ouders

Basisschooladviezen verschillen voor leerlingen met gelijke prestaties. Met name het opleidingsniveau van ouders speelt hierin een belangrijke rol. Leerlingen van hoogopgeleide ouders worden hoger geplaatst dan leerlingen met laagopgeleide ouders. Het verschil loopt niet langer op, maar vergeleken met 10 jaar geleden is deze vorm van kansenongelijkheid ruim dubbel zo groot.

Lees meer hierover op de pagina 'Kansen ongelijkheid loopt niet op'

Jongeren met beperkte baankansen

Tot slot zijn er jongeren die op basis van hun vooropleiding toegang tot de arbeidsmarkt moeten hebben maar waarbij wij constateren dat dit (te) vaak niet lukt. Van de leerlingen uit het vso met uitstroomprofiel arbeidsmarkt vindt maar 24%  na afronding van hun opleiding betaald werk. Ook bij bepaalde opleidingen op mbo 1 en 2 niveau zien wij dat de kansen op een baan slecht zijn. Bij de opleidingen medewerker financiële administratie, medewerker ICT en medewerker secretariaat en receptie heeft bijvoorbeeld ruim 35% van de studenten ruim een jaar na het behalen van het diploma nog geen werk. Daarnaast zien wij dat de toegang tot de arbeidsmarkt voor jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond nog steeds moeilijker is dan voor jongeren zonder migratieachtergrond met eenzelfde opleiding.

Een maatschappelijke opdracht

Het feit dat er zo veel kwetsbare jongeren zijn is zorgwekkend. In een onderwijsstelsel dat het gemiddeld zo goed doet als het Nederlandse, en in tijden van hoogconjunctuur waarbij de jeugdwerkeloosheid een van de laagste is in heel Europa, zouden kwetsbare groepen juist goed terecht moeten kunnen komen. Hier ligt nadrukkelijk een maatschappelijke opdracht waarbij verschillende partijen de handen in een moeten slaan om het tij te keren.