Internationalisering in het Nederlandse hoger onderwijs

Het aantal internationale studenten in het hoger onderwijs neemt toe. Dit zijn studenten zonder de Nederlandse nationaliteit en zonder Nederlands diploma op mbo 4-, havo- of vwo-niveau. Het onderwijs wordt in toenemende mate in het Engels verzorgd. 1 op de 5 studenten die start aan een wo-bachelor is een internationale student. Bij wo-masters geldt dit voor bijna 30% van de nieuwe studenten. In de hbo-bachelor blijft het aantal startende internationale studenten met 9% stabiel.

Wo-opleidingen veranderen van samenstelling

Door de toename van internationale studenten verandert de studentenpopulatie. Inmiddels start een derde van alle Nederlandse en internationale wo-bachelorstudenten in een opleiding waar minimaal 20% van de studenten uit het buitenland komt. In 2003 studeerde slechts 5% van de wo-bachelorstudenten in een dergelijke groep. Bij wo-masteropleidingen is het aandeel internationale studenten het grootst. Daar begint nu 60% van alle studenten aan een opleiding waar minimaal 20% uit internationale studenten bestaat. In 2003 begon ruim een kwart van de nieuwe masterstudenten aan een opleiding met een dergelijke samenstelling.

Samenstelling van wo-masteropleidingen verschilt per sector

Het hoger onderwijs kent 10 sectoren. De mate van internationalisering ontwikkelt zich in deze sectoren verschillend. In de sectoren onderwijs (universitaire lerarenopleidingen) en gezondheidszorg starten naar verhouding weinig internationale studenten.

Verder valt op dat de herkomst van internationale studenten per sector verschilt. We maken onderscheid tussen studenten uit landen uit de Europese Economische Ruimte (EER-studenten) en uit landen buiten de EER (niet-EER studenten). De grootste sector, economie, trekt steeds meer EER-studenten. In de sector gedrag en maatschappij komen Nederlandse studenten meer niet-EER studenten tegen dan bij economie. Nederlandse studenten in de sector techniek studeren samen met een gevarieerdere samenstelling van studenten van binnen en buiten de EER.

Sector economie

Tussen 2007 en 2017 is het aantal wo-masteropleidingen in de sector economie met maximaal 20% internationale studenten afgenomen. Hiervoor in de plaats zien we in 2017 wo-masteropleidingen waar de internationale studenten vaker uit de EER komen.

Sector gedrag en maatschappij

Tussen 2007 en 2017 neemt het aantal wo-masteropleidingen in de sector gedrag en maatschappij met maximaal 20% internationale studenten af. De toename van opleidingen met meer dan 20% internationale studenten zien we opleidingen waar meer EER studenten studeren als opleidingen waar niet-EER studenten een groter groep zijn.

Sector techniek

Tussen 2007 en 2017 neemt het aantal wo-masteropleidingen in de sector techniek met maximaal 20% internationale studenten af. In 2007 studeerden in opleidingen met tenminste 20% internationale studenten meer studenten van buiten de EER. In 2017 is de samenstelling van studies met tenminste 20% internationale studenten gevarieerder geworden. Er zijn meer studies waar EER studenten de meerderheid van de internationale groep zijn.

De figuren tonen een samenstelling van de instroom (instroom NL, EER, buiten EER) van wo-masteropleidingen in 2007 en 2017 in verschillende sectoren. Elk bolletje vertegenwoordigt een opleiding in het wo. Hoe groter het bolletje, hoe meer studenten in de opleiding instromen. De positie van het bolletje in de driehoek geeft de samenstelling weer van de internationale instroom. Een bolletje (opleiding) helemaal in de linkerhoek heeft alleen Nederlandse instroom, een bolletje in de rechterhoek heeft 100% internationale instroom van buiten de EER, een bolletje helemaal bovenin heeft 100% EER-instroom. Daar tussenin: hoe meer een bolletje richting deze hoeken ligt, hoe groter het aandeel van de instroom naar herkomst. De figuur toont 3 kleuren: de bolletjes zijn rood als het aandeel internationaal minder dan 20% is; groen als de internationale instroom tenminste 20% is waarvan meer studenten van binnen de EER dan van buiten de EER akomstig zijn en blauw als tenminste 20% internationaal is waarvan meer studenten van buiten de EER dan van binnen de EER afkomstig zijn.

Hoger diplomarendement voor internationale studenten

Internationale studenten in het hbo en wo studeren vaker af binnen de nominale studieduur plus een jaar. Het verschil met Nederlandse studenten is ruim 10 procentpunten. Bij wo-studies is het studiesucces van studenten met een Nederlandse vooropleiding het laatste jaar afgenomen, terwijl dit van internationale studenten iets toenam.

Het studiesucces van wo-masterstudenten hangt niet samen met de mate van internationalisering. Het rendement van Nederlandse studenten wordt niet lager of hoger naarmate ze in een opleiding studeren met meer internationale studenten.

Zorg dat internationalisering meerwaarde heeft

Internationalisering kan het hoger onderwijs veel brengen. Zo kunnen studenten kennismaken met meerdere culturele invalshoeken. Een international classroom kan gepaard gaan met onderwijs in het Engels. Dat mag, mits de hogeschool of universiteit een gedragscode heeft. Bij veel onderwijsinstellingen ontbreken deze gedragscodes of worden de taalkeuzes van de onderwijsinstellingen niet onderbouwd. Keuzes van individuele opleidingen hebben consequenties voor het hele hoger onderwijs. Daardoor rijzen vragen zoals: wie houdt oog op het landelijke opleidingsaanbod in relatie tot de Nederlandse en internationale arbeidsmarkt? En wie heeft aandacht voor de overgang van Nederlandstalig naar anderstalig onderwijs? Er is extra inspanning nodig om ervoor te zorgen dat onderwijs in een andere taal meerwaarde heeft boven het voeren van de Nederlandse taal. Alleen dan levert internationalisering een bijdrage aan een van de opdrachten van het hoger onderwijs: voorbereiden en (bij)scholen voor een goede en blijvende aansluiting op de arbeidsmarkt.