Wat ons opvalt

Alle kinderen hebben recht hun talenten maximaal te ontplooien. Wie hun ouders ook zijn en op welke school ze ook terechtkomen.

Onbenut talent

Nederlandse leerlingen en studenten haalden de afgelopen decennia steeds hogere diploma’s. En de emanciperende werking van het onderwijs is in de tijd duidelijk zichtbaar. Maar de laatste tijd lijkt het moeilijker te worden het hoge opleidingsniveau vast te houden. Studenten halen nog steeds hogere diploma’s, maar de trend omhoog is de laatste jaren afgebogen.
Ook de gemiddelde prestaties zijn hoog, maar stabiel of dalend. Dit komt doordat onze top smaller wordt: het aantal leerlingen dat goed presteert is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen. Vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen. Daarmee gaan kansen van kinderen verloren en blijft talent van leerlingen en studenten onbenut.

Waardoor raken we talenten kwijt?

Dit komt deels door de oplopende ongelijkheid die we vorig jaar zagen. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben onvoldoende kansen zich te ontwikkelen. We zien nu wel wat signalen in de goede richting -met name bij de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en bij de instroom in het hoger onderwijs- maar de verschillen tussen leerlingen en studenten blijven groot. En bij het vinden van stageplekken en de toegang tot de arbeidsmarkt zien we dat de etnische achtergrond steeds zwaarder weegt.

Een andere oorzaak van het missen van talent zijn de grote kwaliteitsverschillen tussen scholen. Nederland is internationaal koploper geworden in niveauverschillen tussen scholen voor voortgezet onderwijs. Zelfs bij vergelijkbare leerlingen en studenten zijn er grote verschillen tussen scholen en opleidingen. En we zien deze verschillen in elke sector en bij elk schooltype. Op de ene mbo- of hbo-opleiding heeft 60% van de studenten de kans om de eindstreep te halen, bij de andere opleiding 80% kans. Voor leerlingen en studenten maakt het dus uit naar welke school of opleiding ze gaan. Ook voor de niets-aan-de-hand-kinderen, de schijnbaar doodgewone studenten. Deze leerlingen moeten maar hopen dat ook hun talenten herkend worden. Dat ze uitgedaagd worden. En gestimuleerd worden, op welke school ze ook zitten.

Wat maakt de ene school beter dan de andere?

Nederlandse scholen hebben niet alleen een grote verscheidenheid aan onderwijsopvattingen en deelnemers, maar verschillen ook in kwalitatief opzicht van elkaar. Goede leraren zijn belangrijk, net als hechte teams. Goede schoolleiders en bestuurders werken samen vanuit een gedeelde visie en ambitie. Professionalisering wordt aangemoedigd en leraren weten wat hun leerlingen kennen en nodig hebben. Op minder goede scholen zien we dit veel minder. Inzicht en aandacht voor leerling- en personeelsontwikkeling is daar niet vanzelfsprekend. Net zo min als visievorming, teamontwikkeling en professionalisering.
Op enkele scholen lukt dit niet. Daar komen zoveel problemen samen dat ze overbelast raken. Hier is het lastiger om goede docenten te krijgen en vast te houden. Het doorbreken van de negatieve spiraal op deze scholen vraagt een sterke schoolleider, een sterk bestuur en soms ook hulp van buitenaf.

Bekijk de interactieve visualisatie over schoolverschillen

Hoe kunnen we talent zo goed mogelijk benutten?

Daarvoor zijn volop aanknopingspunten. Beleidsmakers moeten nadenken hoe we de nadelen van de rijke veelvormigheid van het Nederlandse onderwijs kunnen ondervangen. En hoe het onderwijs en scholen zich voortdurend kunnen blijven verbeteren en hoe ze het onderwijs daarmee op een hoger plan kunnen brengen.
Elke bestuur, elke school en elke regio kan nagaan waar de kansen voor verbetering liggen. Een combinatie van goede leraren, goede schoolleiders en goede bestuurders is nodig. Verdere professionalisering, slim omgaan met beschikbare informatie en deze vertalen naar de lespraktijk kan scholen en leraren helpen te leren verbeteren. En daarmee talenten te zien. Bewuster omgaan met onbewust spelende vooroordelen vergroot de kansen van leerlingen, studenten en gediplomeerden. Want alle leerlingen en studenten -kinderen die extra zorg nodig hebben en de ogenschijnlijk doodgewone kinderen- vragen bijzondere aandacht.