Na afloop van het congres De Staat van het Onderwijs 2018

Aan het einde van de dag praten deelnemers nog even met elkaar door. Wat hebben ze opgestoken vandaag? Met welk gevoel gaan ze naar huis? We vragen vier mensen naar hun ervaringen. 

Links: Max van Poorten, beleidsmedewerker onderwijs Grafisch Lyceum Utrecht
Rechts: Ellen van der Zanden, directeur Jorismavo Nijmegen

Heeft vandaag u nieuwe inzichten opgeleverd?

Max van Poorten: “De Staat van het Onderwijs is de enige dag in het jaar dat het hele onderwijsveld samenkomt. De grote vraagstukken in het onderwijs gelden voor alle scholen en alle typen onderwijs; vandaag hebben we de kans gekregen om van gedachten te wisselen. Open gesprekken zoals tijdens de Open Space-bijeenkomst leiden tot meer begrip voor elkaars standpunten en problemen. Als die duidelijk zijn, kun je de volgende stap zetten: samen werken aan oplossingen."

Wat is u vandaag opgevallen?

Ellen van der Zanden: "Dat de Onderwijsinspectie haar rol een nieuwe invulling heeft gegeven. Onlangs bracht de inspectie een bezoek aan het bestuur van de Jorismavo, we kregen het gevoel dat we als school meer in de regie kunnen zijn dan voorheen. Regelgeving is uiteraard belangrijk, maar het is mijn overtuiging dat verleiden beter werkt dan verplichten. Dit biedt ruimte om te werken aan het gezamenlijke doel van de Onderwijsinspectie en alle scholen in Nederland: goed onderwijs bieden.”

Links: Egbert Boerma, rector voortgezet onderwijs
Rechts: John van Bemmelen, interim-directeur primair onderwijs

Welke workshop heeft indruk op u gemaakt?

Egbert Boerma: "In de workshop de Staat van het Onderwijs ging het vooral over wat goed gaat. Natuurlijk spraken we ook over wat we kunnen aanpakken, zoals kansenongelijkheid. Ook moeten we ervan af dat we alle leerlingen in één mal gieten. Laten we liever kijken naar individuele capaciteiten. Daar zijn leraren voor nodig die het verschil maken. Mijn les van vandaag is dan ook dat wij hen meer vertrouwen en ruimte moeten geven."

Wat neemt u mee naar huis?

John van Bemmelen: "Nederlandse kinderen zijn vrijwel de gelukkigste ter wereld. Als je ouders vraagt wat ze voor hun kind willen is dat geluk, niet per se het hoogst haalbare schoolniveau. Misschien kunnen we daar een keer een congres aan wijden. Tegelijkertijd denk ik dat we, bijvoorbeeld in het rekenonderwijs, meer uit kinderen kunnen halen. Leerlingen die worden uitgedaagd, voelen zich nu eenmaal beter. En dat leidt uiteindelijk weer tot gelukkigere kinderen."