Machteld Swanborn en Tijana Breuer: "Een pronkstuk dat iets betekent"

Hoe breng je een enorme hoeveelheid data, informatie en input terug tot drie of vier hoofdthema’s? Hoe zorg je er vervolgens voor dat die thema’s gedragen worden? Hoe geef je een ingewikkeld verhaal samenhang en context? Daar weten Tijana Breuer en Machteld Swanborn, schrijvers / onderzoekers van De Staat van het Onderwijs, alles vanaf. 
 

Tijana Breuer en Machteld Swanborn

Machteld: “We beginnen met ruwe teksten. Daar praten we over met de auteurs en onderzoekers. We maken een inventarisatie: wat ontbreekt er, wat is interessant om verder op door te gaan?  Al sparrend komen we steeds verder tot inhoudelijke teksten. Op een gegeven moment doen we een grote redactieslag. Het is een groeiproces. De tekst is pas af als het boek gedrukt is.”

Tijana: “In elke Staat van het Onderwijs agenderen we drie of vier thema’s. Daartoe bekijken we alle onderzoeken. De input is waanzinnig breed. We werken dit samen met de onderzoekers uit tot een mooie onderzoeksplan.”
De totstandkoming van De Staat van het Onderwijs is een ingewikkeld proces waar veel stakeholders bij betrokken zijn. Het is een mozaïek van onderzoek van anderen, verrijkt met eigen onderzoek van de inspectie en rapporten van onderzoeksbureaus en wetenschappelijke publicaties. Tijana: “Op de punten waar het mogelijk is gebruiken we causaal onderzoek, maar we zijn niet per definitie op zoek naar causale verbanden. We moeten het hebben van de kracht van beschrijvingen die uitnodigen tot meer causaal onderzoek.”

Machteld: “Het lastigste is het om beschrijvingen te duiden. We willen mogelijke verklaringen geven voor wat we signaleren. In het ideale geval presenteren we statistieken met sluitende verklaringen. Helaas is dat op dit moment nog niet helemaal haalbaar.”
Tijana: “We werken al samen met universiteiten en academische werkplaatsen. Daar kunnen ze dieper op de vraagstukken ingaan. Wellicht wordt meer en betere causale toetsing hierdoor ook mogelijk.”

Als je echt iets aan het onderwijs wilt verbeteren moet je het van dit soort publicaties hebben.

Elk woord wegen

Input voor de thema’s die in De Staat van het Onderwijs aan bod komen komt eigenlijk overal vandaan. Tijana: “iedere Staat roept nieuwe vragen op. Daar kunnen we in de volgende Staat dieper op in gaan. Ook zijn er soms zaken die nog beter geduid moeten worden. Bovendien zijn er de jaarwerkplannen, waarin alle thema’s die belangrijk zijn bij elkaar komen. Daar bovenop zijn er de bevindingen van inspecteurs en de inspectieleiding, actualiteiten, de eigen input en expertise… Daarin zoeken we vervolgens een middenweg: wat is interessant en haalbaar?”

Machteld: “We moeten er rekening mee houden dat alle inhoud ook wetenschappelijk onderbouwd moet zijn. Dat vind ik een van de grootste uitdagingen. We moeten elke zin en elk woord wegen:  klopt het, kunnen we dit onderbouwen? Een andere grote uitdaging is om het gedragen te krijgen. We willen natuurlijk dat mensen zich gaan herkennen in de thema’s – en dat ze er ook echt iets mee gaan doen.”
Tijana vult aan: “Al die mensen hebben een ander belang. Onderzoekers kijken anders dan de inspectieleiding, en de mensen in de praktijk kijken er ook weer heel anders tegenaan. Het is de kunst om iedereen te laten meedoen, en het toch wetenschappelijk te houden.”
“Maar het belangrijkste is dat de leerling het uitgangspunt blijft”, zegt Machteld.  “We moeten altijd uitgaan van de vraag ‘wat heeft de leerling hier aan’?”

Waanzinnig mooie data

Sinds 2001 – het eerste jaar dat Machteld aan De Staat van het Onderwijs werkte - is het boek volkomen veranderd. Sinds een paar jaar zijn er zelfs twee boeken. Daardoor is uiteraard ook het maakproces veranderd. Machteld: “Wetenschappelijk gezien zit het nu veel steviger in elkaar. Bovendien merk je dat de inhoud de laatste jaren onder een vergrootglas ligt. We kaarten zaken aan die interessant zijn voor de buitenwereld. Organisaties kijken kritischer mee.”
Tijana: “Dat betekent soms ook dat je academici over je heen krijgt. Bijvoorbeeld omdat dingen niet causaal onderzocht zijn. Bij het maken van De Staat van het Onderwijs moeten we dus altijd voorzichtig zijn. Wij kunnen niet altijd zeggen ‘Dit IS zo’. We willen agenderen, maar hebben weinig tijd om causaal onderzoek te doen. Onze kracht ligt in beschrijvende statistiek en kennis van de praktijk. Wij hebben toegang tot waanzinnig mooie data.”

Behalve aan die mooie data hechten de dames vooral veel belang aan de impact die de Staat van het Onderwijs heeft. Machteld: “Het onderwijs gaat me aan het hart. Ik zie in de praktijk veel dingen die anders zouden kunnen of moeten. Die wil ik graag op tafel hebben.”
Tijana: “Als je echt iets aan het onderwijs wilt verbeteren moet je het van dit soort publicaties hebben. We willen dingen naar boven halen en daarmee iets teweeg brengen. De Staat van het Onderwijs is een mooie manier om écht iets te doen. Het is een pronkstuk dat iets betekent.”