Maarten Hartog en Jan-Willem Swane: "De juiste woorden en passende vormen"

“Je ziet door het jaar heen hoe de boodschappen uit de Staat van het Onderwijs worden aangehaald, tijdens een gesprek met een bestuurder, of in een radiodebat. Dat is fijn. Want daar gaat het ons om: de belangrijke ontwikkelingen overbrengen, knelpunten op de agenda zetten, zodat erover gepraat wordt. En daar leveren wij vanuit het communicatievak onze bijdrage aan.”

“Onderwijs wordt mogelijk gemaakt door ontzettend veel verschillende mensen in uiteenlopende organisaties, elk met een eigen rol en interesse. Al die uiteenlopende doelgroepen hebben net weer een verschillende invalshoek,” vertelt Maarten Hartog, die als communicatieadviseur betrokken is bij de Staat van het Onderwijs. “Neem een thema als het tegengaan van kansenongelijkheid. Voor een leraar zal dat nu eenmaal iets anders betekenen dan voor een beleidsmaker.” De opgave is om de informatie en de boodschappen goed te verwoorden en vertalen voor de verschillende betrokkenen. Woordvoerder Jan-Willem Swane legt uit: “Een wetenschapper wil misschien de onderliggende data zien, en de trends tot achter de komma. Terwijl een journalist van een regionale krant graag aan zijn lezers voorbeelden uit hun eigen omgeving wil kunnen tonen.”

Van infographics tot webinars

Wat betekent dat in de praktijk? Maarten: “We bespreken binnen de inspectie allereerst wat nu de echte kern van de boodschap is, gezien de onderzoeksresultaten. Waar staat het onderwijs op dit moment? Wat gaat er goed? En over welke trends en ontwikkelingen moeten we ons zorgen maken?” Bij dat proces zijn velen betrokken, van onderzoekers tot de inspectieleiding, van de schrijvers van het boek tot het communicatieteam. “En dan moeten we de strategie bepalen: hoe kan communicatie het beste bijdragen om het doel te bereiken.” Uiteindelijk mondt dat uit in een breed scala aan acties en middelen. We maken een speciale website: de centrale bron waar iedereen de informatie kan vinden. Het jaarlijkse boek met de deelrapporten wordt door een team samengesteld. Nieuwsberichten moeten worden voorbereid, net als interviews met de vakpers en landelijke media, en er is het grote congres. “Maar collega’s van de inspectie nemen bijvoorbeeld ook deel aan lezingen en paneldiscussies in het land. Of we overwegen of bijvoorbeeld een webinar nuttig kan zijn.” Een plan voor social media ontbreekt natuurlijk niet. En bijzondere aandacht wordt gegeven aan de speciale infographics - grafische weergaven van de soms zeer complexe trends. Die krijgen een plaats op de website en in het boek.

Als je onderwijs wilt verbeteren, moet je veel verder kijken dan alleen de politiek.

Verder dan politiek

In de afgelopen tien jaar is er het nodige veranderd in de manier waarop ook de inspectie zelf tegen de Staat van het Onderwijs aankeek. Jan-Willem is sinds 2008 betrokken bij de Staat van het Onderwijs. “Tien jaar geleden werd de Staat van het Onderwijs overhandigd bij een persconferentie in Nieuwspoort aan de bewindspersonen van OCW. We zaten dus In het hol van de politieke leeuw. Daarmee trokken we de parlementaire journalisten en spraken we politici aan. Dat kwam voort uit een grondwettelijke opdracht: dat de regering het parlement moet informeren over de staat van het onderwijs. Maar we kwamen tot het inzicht: als je onderwijs wilt verbeteren, moet je veel verder kijken dan alleen de politiek.”

Dit besef leidde tot veranderingen in de opzet. We trokken met de Staat van het Onderwijs het land in, eerst naar NEMO in Amsterdam. Jan-Willem: “Toen merkte je direct al dat er andere journalisten op af kwamen. Van 2012 tot en met 2014 presenteerden we het op scholen. Maar het bleef een persconferentie.” In 2015 was het eerste congres De Staat van het Onderwijs. Het centrale thema was toen ‘motivatie van leerlingen’. Jan-Willem: “Dat popte toen ineens in allerlei contexten op. De uitwerking ijlde lang na. In 2016, toen kansenongelijkheid aan de orde werd gesteld, zag je dat nog veel sterker. Dat is ook precies de bedoeling. Je wil dat de boodschap in het achterhoofd zit bij besluiten die genomen moeten worden in het onderwijs.”

Doel en middelen

De toon en manier van communiceren is erg belangrijk bij het goed overbrengen van die boodschappen. Maarten: “Je moet je verplaatsen in degenen die de acties moeten nemen. Onze opgave is datgene wat wordt geconstateerd zodanig vorm te geven dat het aankomt bij wie het moet aankomen. Dat betekent dat we samen heel goed moeten nadenken over de woorden die we kiezen.”
De juiste woorden en de best passende vormen, de goede gesprekspartners, media en kanalen vinden, het blijft een voortdurende zoektocht. “Uiteindelijk is het doel om ervoor te zorgen dat de onderwijswereld met elkaar aan de slag gaat met de knelpunten die we als inspectie signaleren. Om te zorgen dat alle leerlingen in Nederland goed onderwijs krijgen. En voor dat doel zetten we graag alle beschikbare communicatiemiddelen in.”