Evelien Evenhuis: “Het gaat goed, maar het kan altijd beter”

De Staat van het Onderwijs is elk jaar nieuw, maar bestaat toch al zo’n 200 jaar. In 1815 werd een wet aangenomen die bepaalde dat de staat van het onderwijs beschreven moet worden. Twee jaar later verscheen de eerste rapportage.

Evelien Evenhuis

Evelien Evenhuis (onderzoeksmedewerker) weet alles van de geschiedenis van De Staat van het Onderwijs. Ze was een van de samenstellers van de expositie ‘Dit heilzaam toezigt, 200 jaar onderwijsverslag’, die recent in het gebouw van de Tweede Kamer te zien was. “Het eerste verslag verscheen in 1817. Het telde slechts veertien pagina’s en verscheen ook in het Frans. Dat is historisch verklaarbaar: De Zuidelijke Nederlanden behoorden in die tijd nog bij het Franse koninkrijk.”

Sinds het eerste verslag is er uiteraard heel veel veranderd. Tegelijkertijd is de hoofdzaak van het verslag onveranderd gebleven. Evelien: “De Staat van het Onderwijs gaat over verantwoording. In financieel opzicht en natuurlijk met betrekking tot de prestaties van het Nederlandse onderwijs. Dat is in de grondwet vastgelegd. Vroeger was dat vooral een verantwoording aan het parlement, Tegenwoordig is het meer gericht op alle betrokkenen in het onderwijsveld. De leerlingen zijn uiteraard de hoofdpersonen. Het onderwijs moet goed zijn, zodat de leerlingen – elk op hun eigen niveau – zo goed mogelijk toegerust worden op hun toekomst in de maatschappij.”

Het onderwijs moet goed zijn, zodat de leerlingen zo goed mogelijk toegerust worden op hun toekomst in de maatschappij.

De kinderen zijn rumoerig

Het aantal pagina’s dat het onderwijsverslag telt is nogal wisselend geweest in de afgelopen twee eeuwen. Het eerste verslag telde zoals gezegd veertien pagina’s. Aan het eind van de 19e eeuw kon het soms wel 700 pagina’s dik zijn. Evelien: “In die tijd kwamen de inspecteurs op de scholen en ze schreven. Ze schreven schriften vol over álles wat ze aantroffen. Die bevindingen werden dan integraal in het onderwijsverslag opgenomen. ‘De school is niet schoon’, bijvoorbeeld. ‘De kinderen zijn erg rumoerig’. Of ‘De meester staat met zijn handen in de zak voor de klas’. Mede dankzij dit soort beschrijvingen van de inspecteurs is de Staat van het Onderwijs een zeer rijke informatiebron over de sociaaleconomische geschiedenis van Nederland. Zo’n 50 jaar geleden verdwenen deze persoonlijke bevindingen uit de verslagen en werd het verslag veel meer beschrijvend.”

Sinds enkele jaren is De Staat van het Onderwijs meer dan alleen een boek. Sinds 2015 wordt er een congres georganiseerd en uiteraard is deze website er. Het verslag wordt nu meer agenderend. Mede dankzij het congres kan er nu sterker worden ingezet op het aan de slag gaan met de geconstateerde uitdagingen.

Heilzaam

Evelien: “Ik vind het ontzettend knap hoe er ieder jaar weer in relatief korte tijd een heel mooi product wordt gemaakt. In november lijkt het of er nog niets is, daarna komen de eerste Word-documenten en voor je het weet ligt er weer een boek. Daar zijn natuurlijk heel veel mensen bij betrokken, maar eigenlijk verloopt dat hele proces heel snel. Dat is echt fascinerend.”

Aan de toon van het verslag is volgens Evelien in 200 jaar tijd vrij weinig veranderd. “Nee, die is steeds min of meer hetzelfde”, lacht ze. “De strekking is altijd: ‘Het gaat goed, maar het kan altijd beter’. In eerste instantie wilden we de tentoonstelling ook ‘Het kan altijd beter’ noemen. Maar in de naam  ‘Dit heilzaam toezigt’ zit in feite dezelfde boodschap. Iets wat heilzaam is, zorgt per slot van rekening voor verbetering.”  

Terug naar De Staat van het Onderwijs.