Prestaties naar achtergrondkenmerken leerlingen

Welke invloed hebben achtergrondkenmerken als geslacht, opleidingsniveau van de ouders en migratieachtergrond op de prestaties van leerlingen?

Jongens meer achteruitgegaan in leesvaardigheid

Zowel jongens als meisjes zijn minder goed gaan lezen. Echter, bij jongens is de achteruitgang groter. Het aandeel jongens dat het streefniveau 2F behaalt, is gedaald van 74 procent in 2016 naar 62 procent in 2017. Bij meisjes is de daling minder groot: van 79 procent in 2016 naar 69 procent in 2017.

Dat de leesvaardigheid van jongens achterblijft bij die van meisjes, bevestigt internationaal onderzoek naar de leesvaardigheid van leerlingen in groep 6 (PIRLS-2016). Slechts in enkele landen lezen jongens even goed als meisjes. In de overige landen lezen meisjes (veel) beter. Het toenemende verschil in leesvaardigheid tussen jongens en meisjes komt in meer landen voor, bijvoorbeeld in Belgiƫ en Duitsland

Het verschil tussen jongens en meisjes bij taalverzorging en rekenen is vergelijkbaar met eerdere jaren: jongens rekenen beter en meisjes scoren hoger bij taalverzorging.

Beheersing referentieniveaus sterk afhankelijk van opleidingsniveau ouders

Leerlingen met laagopgeleide ouders halen gemiddeld lagere scores voor lezen, taalverzorging en rekenen dan leerlingen met hoogopgeleide ouders. Naarmate het opleidingsniveau van ouders toeneemt, presteren leerlingen beter.

De achteruitgang bij lezen zien we terug bij alle opleidingsniveaus. Wel zijn er grote verschillen in de beheersing van het streefniveau bij lezen. Zo beheerst 86 procent van de leerlingen van ouders met een masteropleiding of hoger het streefniveau 2F tegen 41 procent van de leerlingen van ouders met basisonderwijs als hoogste opleidingsniveau. Bij taalverzorging en rekenen zijn de verschillen in resultaten van leerlingen met laag- en hoogopgeleide ouders vergelijkbaar met die van vorig jaar.

Niet-westerse migranten beheersen referentieniveaus minder vaak

Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond presteren gemiddeld minder goed dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond. Voor lezen behaalt ongeveer 50 procent van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond het 2F-niveau tegen 69 procent van de leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

De prestaties van eerste en tweede generatie niet-westerse migranten verschillen nauwelijks van elkaar. Dat is anders voor leerlingen met een westerse migratieachtergrond: tweede generatie westerse migranten presteren duidelijk beter dan eerste generatie westerse migranten. De leesprestaties van tweede generatie westerse migranten zijn even goed als die van leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Ook voor taalverzorging en rekenen presteren westerse migranten even goed als leerlingen met een Nederlandse achtergrond. Er is bij deze onderdelen geen verschil tussen de eerste en tweede generatie. Wel blijven op deze onderdelen de prestaties van niet-westerse migranten duidelijk achter bij de prestaties van leerlingen met een Nederlandse of westerse migratieachtergrond.

In de analyses hebben we alleen de resultaten meegenomen van leerlingen die minimaal vier jaar in Nederland wonen.

Hoort bij