Prestaties 2016/2017

Hoe presteren de leerlingen in groep 8? En welke verschillen zien we met 2015 en 2016? Voor de analyse en vergelijking zijn de gegevens van de Centrale Eindtoets 2017 gebruikt.

Bij het opstellen van de referentieniveaus is de ambitie geformuleerd dat minimaal 85 procent van de leerlingen aan het einde van het basisonderwijs referentieniveau 1 F behaalt en minimaal 65 procent het streefniveau 1S/2F.

Ambitie 1F ruimschoots gehaald

Als het gaat om het referentieniveau 1F behalen Nederlandse leerlingen de gestelde ambitie  ruimschoots. Dit geldt voor zowel lezen (98%)  taalverzorging (96%) als rekenen (93%). Toch is er een aanzienlijk aantal leerlingen dat de basisschool verlaat zonder het fundamentele niveau voor lezen, taalverzorging en rekenen te beheersen. Dit varieert van bijna 2500 leerlingen bij lezen tot ruim 8000 leerlingen bij rekenen. 

Ambitie 1S/2F alleen voor lezen gehaald , maar juist daar achteruitgang

De ambitie van 65 procent leerlingen die het streefniveau behaald, wordt voor taalverzorging (57%) en rekenen (48%) niet gerealiseerd. Alleen voor lezen wordt de ambitie van minimaal 65 procent precies gehaald. Wel lijkt er bij lezen sprake te zijn van een forse daling in de beheersing van het streefniveau: in 2015 beheerste 78 procent van de leerlingen dit niveau en in 2016 76 procent.

Kanttekeningen:

  • Volgens CvTE/Cito is de daadwerkelijke daling kleiner. Dit heeft te maken met het punt waarop de grensscorevoor het streefniveau valt. Dit valt precies tussen twee scores in, waardoor het daadwerkelijke daling in beheersing van het streefniveau volgens CvTE en Cito kleiner is, namelijk 5 procent.
  • De daling in leesvaardigheid zien we in PIRLS, het internationale onderzoek naar leesvaardigheid in groep 6, alleen terug over de langere termijn (t.o.v. 2001) maar niet ten opzichte van de laatste meting in groep 6 (2016) Bij het internationale onderzoek PISA naar de leesvaardigheid van 15-jarigen zien we tussen 2012 en 2015 wel een daling inde leesprestaties. De daling is daar overigens niet significant.
  • Opvallend is ook dat de daling niet terug te zien is bij twee andere relatief veelgebruikte eindtoetsen, de IEP Eindtoets en ROUTE 8. Een vergelijking met deze toetsen is op dit moment echter nog niet goed mogelijk. Het onderstreept de noodzaak om maatregelen te nemen: voor de vergelijkbaarheid tussen de eindtoetsen én de vergelijkbaarheid tussen de verschillende afnamejaren van eenzelfde eindtoets.
  • De opmaak van de opgaven in de CentraleEindtoets is gewijzigd. Wellicht dat dit invloed heeft gehad op de scores. Nader onderzoek hiernaar is gewenst.

Hoort bij