Peil.onderwijs Taal en Rekenen - Eindtoets en referentieniveaus

Elk jaar peilt de Inspectie van het Onderwijs de vaardigheid van leerlingen voor lezen, taalverzorging en rekenen. Dit doen we door de scores van leerlingen op de eindtoets te analyseren. Voor de schooljaren 2014/2015, 2015/2016 en 2016/2017 hebben we hiervoor gebruik gemaakt van de Centrale Eindtoets van het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Eindtoets

In 2016/2017 hebben 113.394 leerlingen van 4.241 reguliere basisscholen de Centrale Eindtoets op papier gemaakt.

Het aantal leerlingen dat deelneemt aan de Centrale Eindtoets neemt af. Dat komt omdat scholen in het schooljaar 2016/2017 konden kiezen uit zes eindtoetsen. Het jaar daarvoor was de keuze beperkt tot drie eindtoetsen.  Vanaf volgend jaar zal Peil.Taal en Rekenen daarom niet enkel meer gebaseerd zijn op de Centrale Eindtoets.  

In de rapportage hebben we het afnemende aantal deelnemers aan de Centrale Eindtoets kunnen ondervangen door de scores te herberekenen. Daarmee komt er een schatting beschikbaar van de scores alsof de groep deelnemers sinds 2015 onveranderd is gebleven. Dit jaar kunnen we hiermee nog een voldoende betrouwbaar beeld geven.

Kijk op de website Centrale Eindtoets PO voor meer informatie over de Centrale Eindtoets.

Referentieniveaus

Met het peilingsonderzoek brengen we in beeld of leerlingen de referentieniveaus behalen. De referentieniveaus voor taal en rekenen beschrijven wat leerlingen, van de basisschool tot aan hoger onderwijs, moeten kennen en kunnen op deze onderdelen. De niveaus worden beschreven in twee ‘kwaliteiten’: de fundamentele kwaliteit (F) en de streefkwaliteit (S). Voor groep 8 gaat het daarbij om het fundamentele niveau 1F en het streefniveau 1S. Voor taal geldt dat het streefniveau en het opvolgende fundamentele niveau aan elkaar gelijk zijn (dus 1S=2F). Voor rekenen is dit niet het geval. Daar richten de fundamentele niveaus zich op een meer toepassingsgerichte benadering van rekenen. De streefniveaus bereiden voor op de meer abstractie wiskunde.

Bij het opstellen van de referentieniveaus is gesteld dat het fundamentele niveau haalbaar moet zijn voor 75% van de leerlingen. Het streefniveau moet haalbaar zijn voor 65%van de leerlingen.

Lees verder op doorlopende leerlijnen taal en rekenen voor meer informatie over de referentieniveaus.