Peil.onderwijs

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Voer voor dialoog

De inspectie wil met de resultaten van Peil.Natuur en Techniek een aanzet geven voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs op het gebied van Natuur en Techniek. Ter inspiratie hebben we daarom een focusgroep gevraagd te reflecteren op de resultaten.

Externe focusgroep

Deze focusgroep bestond uit een vertegenwoordiging uit onderwijspraktijk, -beleid en –onderzoek op het gebied van Natuur en Techniek. We hebben aan hen gevraagd met elkaar de resultaten van het peilingsonderzoek te duiden. Daarnaast hebben zij samen verkend wat de inzichten zouden kunnen betekenen voor het bestendigen of verbeteren van het onderwijs. In het rapport van Peil.Natuur en Techniek vindt u vanaf pagina 17 (Reflectie) een uitgebreide weergave van het gesprek van de focusgroep.

Wat de focusgroep opvalt aan Peil.Natuur en Techniek 2015-2016

Weinig verschil in resultaten tussen voorhoedescholen en representatieve scholen

De eerste vraag die bij de focusgroep opkomt is hoe het kan dat er in het onderzoek weinig verschillen te zien zijn in de resultaten tussen voorhoedescholen en representatieve scholen. Is er wellicht geen ‘transfer’, vraagt men zich binnen de focusgroep af. ‘Wordt er wel aangestuurd op het toepassen van de vaardigheden bij een andere opdracht?’ Daarnaast wordt als verklaring de verschillende aanpak van leerkrachten genoemd. ‘Het is voor veel leerkrachten een uitdaging om de methode los te laten en de onderzoekende houding eigen te maken.’

Laagvaardige leerlingen hebben geen moeite met het verzamelen van data maar wel met het analyseren

Bij de praktische opdrachten valt het verschil tussen laagvaardige en hoogvaardige leerlingen op. ‘Je ziet dat data verzamelen voor alle leerlingen goed te doen is. Data analyseren vraagt iets cognitiefs van leerlingen en dat stapje is voor de laagvaardige leerling moeilijker te zetten.’ Volgens de focusgroep zit daar een verklaring voor het verschil.

Het gebruik van methodes is eerder een negatieve indicator

‘Eigenlijk moet je als leraar boven de methode kunnen staan. Dat is niet altijd het geval. Sta je als leerkracht voldoende stil bij wat je eigenlijk probeert te bereiken? Wordt wat je wilt overbrengen ook geëxpliciteerd? De vraag is of dat gebeurt als je je vasthoudt aan die methode, terwijl dat wel ontzettend belangrijk is.’

Leerkrachten voelen zich niet competent

‘Moet je een expert zijn in Natuur en Techniek of moet je snappen wat ertoe doet?’ Volgens de focusgroep hoef je niet perse een expert te zijn. Ze steken leerkrachten een hart onder de riem: ‘Als je ermee bezig bent, doe je vanzelf kennis op. Je moet vooral begrijpen wat je aan het doen bent met de kinderen.’

Grote invloed van achtergrondkenmerken van de leerlingen

De focusgroep uit zorgen over de grote invloed die achtergrondkenmerken hebben op de prestaties van leerlingen. Volgens de focusgroep is de rol van de school daarom des te belangrijker. ‘Door leerlingen kennis en ervaring te bieden in Natuur en Techniek, geef je hen een perspectief op nieuwe en andere beroepen.’

Verschil met de peilingen uit 2008 en 2010

Als het gaat om de kennis op het gebied van natuurkunde en techniek, biologie en aardrijkskunde is in het peilingsonderzoek weinig verschil gevonden met de prestaties in onderzoek uit 2008 en 2010. De focusgroep gaat op zoek naar verklaringen waarom het niveau min of meer gelijk is gebleven, terwijl er sindsdien toch een en ander is gebeurd op het gebied van Natuur en Techniek. In 2007 is bijvoorbeeld het programma Verbreding Techniek Basisonderwijs (VTB) gestart en zou je op basis daarvan hopen een positieve trend terug te zien. ‘Maar wat je ziet is dat de aandacht door de jaren heen verslapt en VTB geen blijvend effect heeft. Al is het hier gissen naar wat er in de praktijk precies gebeurt’, zegt een van de deelnemers van de focusgroep.

De focusgroep kijkt ook naar andere trendinformatie. ‘Als we kijken naar de uitkomsten van het internationale peilingsonderzoek TIMSS (Trends in International Mathematics and Science Study) in groep 6, zie je dat er voor Nederland sprake is van een dalende lijn op de totaalscore voor natuuronderwijs. Licht dalend, in de loop van de jaren, maar wel dalend. In 2011 is er even een opleving, maar in 2015 scoren we lager dan ooit, ook al scoren we nog wel boven het internationale gemiddelde.’ Volgens de focusgroep  ligt dat vooral aan de natuur- en scheikundeopgaven. Die zijn veel minder goed gemaakt. Dat zie je niet terug in dit peilingsonderzoek. Maar het gaat natuurlijk wel om toetsing in een andere groep en ook is de inhoud van de toetsen anders.’

Jongens versus meisjes

De focusgroep gaat op zoek naar redenen waarom jongens bij TIMSS slechter scoren dan voorheen. De feminisering van het basisonderwijs kan een verklaring zijn. Als er mannen in het basisonderwijs lesgaven, was dat heel vaak in de bovenbouw. Daar wordt tegenin gebracht dat volgens het rapport “De jongens tegen de meisjes” (Belfi, Levels en Van der Velden, 2015 ) de feminisering van het onderwijs geen rol lijkt te spelen bij het verschil in prestaties tussen jongens en meisjes, in ieder geval niet in het mbo, hbo en wo waar het onderzoek plaatsvond.

Ontwikkelingen op de pabo

Zou het kunnen dat scholen minder kennisgericht zijn geworden, vraagt de focusgroep zich af. ‘We hebben een tijd gehad met veel instroom op de pabo vanuit het mbo. Daar kan je blij mee zijn, maar dat betekent dat er een groep leerkrachten bij is gekomen met weinig kennis van Natuur en Techniek. Die lichting docenten heeft nu massaal kernposities in het onderwijs.’

Volgens de focusgroep moet ook gekeken worden naar de professionalisering van de opleiders op de pabo. ‘Uit een meting over hoe startbekwaam je bent, kwamen de opleiders er het slechtste uit. De bestaande docenten en de opleiders op de pabo moet je meenemen in de veranderingen waar we nu voor staan. Daarom lijkt het de focusgroep goed om meer combifuncties te krijgen. Opleiders op de pabo die ook leerkracht zijn op een basisschool. Zo krijg je veel meer een doorgaande lijn.’

Thuissituatie

Er wordt geopperd dat de thuissituatie door de jaren heen wellicht niet wezenlijk is veranderd. ‘Maar die thuissituatie heeft wel veel invloed. Wellicht dat daardoor de resultaten op de kennistoets in dit peilingsonderzoek gelijk zijn gebleven.’

Meten van Natuur en Techniek

Peil.Onderwijs is een onderzoek op stelselniveau. Met dit peilingsonderzoek wordt beoogd op het niveau van het Nederlandse basisonderwijs uitspraken te doen over het aanbod van Natuur en Techniek en de resultaten van leerlingen. Een stelselonderzoek werkt heel anders dan een onderzoek op schoolniveau, waar je kunt inzoomen op de specifieke invulling die een school kiest en het effect dat dat heeft op de resultaten van leerlingen.

Kerndoelen lastig te operationaliseren

In de focusgroep is discussie over de mate waarin de instrumenten van het peilingsonderzoek erin geslaagd zijn de kerndoelen te toetsen. ‘De kerndoelen zijn te ingewikkeld geformuleerd en zijn lastig te operationaliseren. De vragen in de toets zijn heel specifiek. Zo staat de term ‘luchtdruk’ niet in de kerndoelen maar daar wordt wel naar gevraagd. Ook is de formulering van sommige vragen niet zo duidelijk. Mede daardoor kan het zijn dat er geen effecten van het aanbod worden gevonden op de resultaten.’

Tegelijkertijd wordt ook positief gereageerd op de meetinstrumenten die in het peilingsonderzoek zijn gebruikt: ‘Deze zijn zo samengesteld dat niet alleen de kennis maar ook de vaardigheden ruimschoots getoetst worden. Voor veel van de opdrachten lijkt dat allemaal redelijk betrouwbaar gebeurd te zijn.’

Ook voor scholen is het een uitdaging om invulling te geven aan de kerndoelen, wordt in de focusgroep gesteld. ‘Het is vaak niet duidelijk met welk doel de scholen ‘iets’ doen aan Natuur en Techniek. En dan moet je de vraag stellen:  ‘Kun je wel resultaten bij leerlingen verwachten als je met het domein bezig bent maar niet heel doelgericht?’

Ideeën naar aanleiding van de resultaten

In de focusgroep komt ter sprake dat Kunstzinnige oriëntatie uiteindelijk draait om het overbrengen van een vonk. Het is de vraag of je dat überhaupt kunt meten.

Ideeën naar aanleiding van de resultaten

Naar aanleiding van de dialoog heeft de focusgroep een aantal ideeën en suggesties om het niveau voor Kunstzinnige oriëntatie te bestendigen of te verbeteren. De suggesties vermelden we ter inspiratie voor weer andere ideeën of actie voor iedereen die bij het onderwijs in Kunstzinnige oriëntatie betrokken is.

De reflectie op de resultaten van de peiling en de dialoog die daarop volgde, inspireren de focusgroep tot een aantal ideeën om het niveau voor Natuur en Techniek te bestendigen of te verbeteren. Het gaat hier nadrukkelijk om ideeën. Ideeën om over in discussie te gaan. Suggesties ter inspiratie voor weer andere ideeën of actie voor iedereen die bij het onderwijs in Natuur en Techniek betrokken is.

Voor de onderwijspraktijk

Ontwikkel als school een visie

‘Hoe kijk je als school naar de ontwikkeling van leerlingen op het gebied van Natuur en Techniek? En hoe past het onderwijs dat je op school geeft bij die ontwikkeling? Belangrijk is dat je daar als schoolleiding een visie op hebt. Neem daar ook het team in mee, want de leerkrachten moeten het verschil maken. Aan de andere kant moet het ook passen binnen de visie van het bestuur.’

Investeer in bijscholing

‘Onderzoekend leren daadwerkelijk in het onderwijs inbedden, vergt een gedragsverandering. Dat moet je serieus nemen. Doe dat niet tussen de bedrijven door. Maak tijd om er met het hele team een aantal dagen per jaar aandacht aan te besteden.’

Zorg voor draagvlak in het team

Zet de ontwikkeling van Natuur en Techniek structureel op de agenda om het team de tijd te geven om te wennen aan de nieuwe aanpak. Creëer draagvlak in het team door samen te kijken naar waar je staat en wat je verwacht van je leerlingen. Evalueer en analyseer telkens teambreed. Ga daarbij uit van de eigen wens van de leerkrachten en kijk wat de volgende stap is. Het enthousiasme van de leerlingen is een belangrijke motivator. Laat zien dat het werkt en dat de leerlingen vooruitgaan.’

Betrek de omgeving van de school

‘Neem vanuit je eigen vraag ouders, maar ook bedrijven en instellingen in de omgeving mee in de veranderingen. Dat kost soms tijd, maar een breed draagvlak in de omgeving van de school is belangrijk.’

Voor onderwijsbeleid: landelijk, regionaal en op het niveau van bestuur en school

Zorg voor een cultuurverandering

‘Een veranderingsproces komt niet uit de lucht vallen. Werk vanuit de onderwijsvisie en startsituatie van de school toe naar implementatie. Begeleid de directeur en het bestuur van de school om de verandering uit te voeren. Laat de school niet alleen worstelen, maar stimuleer samenwerking met andere scholen in een lerend netwerk.’

Leg het initiatief bij de schoolleiding

‘De scholen moeten de veranderingen zelf uitvoeren. De schoolleider moet hierbij het initiatief nemen. Alleen dan is de verandering voor de lange termijn gewaarborgd. Het is niet voldoende dat een coördinator Natuur en Techniek of leerkracht dit alleen doet. Geef de schoolleider de ruimte. Fouten maken mag. En biedt ook de mogelijkheid een coach of begeleider in te schakelen.’

Voor vervolgonderzoek

Onderzoek hoe de transfer werkt

‘Hoe werkt de transfer nou eigenlijk? Wat kunnen leerkrachten vragen om transfer te bevorderen? Dat moet worden onderzocht, zodat daarna op basis van die kennis heel concreet een hands-ontraining voor leerkrachten kan worden ontwikkeld. Onderdeel van dit onderzoek naar transfer kan zijn wat de rol is van ‘selfexplanations’ van leerlingen: hoe helpt het zelf laten vertellen door leerlingen om beter begrip te krijgen en wat kan dat betekenen voor transfer van het geleerde?’

Breng de attitude van leerkrachten in kaart

‘Breng in een volgend peilingsonderzoek niet alleen de attitude van de leerling, maar ook van de leerkracht in kaart. Zo kan je nagaan hoe de attitude van de leerkracht samenhangt met de resultaten van de leerlingen.’

Neem het onderwijsleerproces op scholen onder de loep

‘Neem als vervolg op het peilingsonderzoek een aantal goed presterende scholen onder de loep. Observeer daar het onderwijsleerproces en interview de schoolleiding en leerkrachten. Breng in beeld wat de leerkracht daadwerkelijk doet in de klas, zodat van daaruit handvatten kunnen worden geformuleerd voor andere scholen.’

Onderzoek de school als professionele leeromgeving

‘Het is interessant om te kijken hoe je op een school de samenwerking goed op gang krijgt: Hoe kom je van een ik- naar een wij-cultuur? Die kennis kun je niet alleen benutten voor de cultuurverandering die bij Natuur en Techniek nodig is, maar veel breder.’

Zoom in op leerlinggedrag en leerlingkenmerken

‘Als een leerling goed presteert, waar blijkt dat dan uit? Welke kenmerken heeft zo’n leerling? Meer inzoomen op leerlinggedrag/-kenmerken in brede zin is erg nuttig. Onderzoeksvaardigheden zijn namelijk generiek en worden op meerdere domeinen ingezet.’

Wie zaten er in de focusgroep?

Ellen van Bindsbergen, directeur John F. Kennedy-school in Arnhem (onderdeel van schoolbestuur Fluvius). “Ik was mee met een klas naar het Fablab en zag dertig kinderen met grote ogen om zich heen kijken. Kinderen uit een achterstandspositie die ik nog nooit zo enthousiast en leergierig had gezien.”

Harry Cornelissen, regionaal programmamanager (Brabant-Limburg) Kiezen voor Technologie. “Je ziet dat buitenschools leren rendeert. Dat bewijst maar weer dat je niet alleen op school leert.”

Dr. Marja van Graft, leerplanontwikkelaar en vakexpert Natuurwetenschappen & techniek in het primair onderwijs bij de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). ““Ik hoor van pabo-docenten dat studenten in hun stagepraktijk weinig gelegenheid krijgen om met Natuur, Wetenschap en Techniek aan de slag te gaan. Dat moet soms contractueel vastgelegd worden."

Annette Hesseling, directeur basisschool Oranje Nassau in Zwammerdam (onderdeel van schoolbestuur Scope scholengroep). “Bij ons op school zie je een enorm effect van het aanbod Natuur en Techniek. Ook leerlingen die als schooladvies vmbo basis hebben, scoren hoog op het onderdeel wereldoriëntatie op de eindtoets.

Rien Kanaar, coördinator Onderwijsprojecten op basisschool Onze Wereld in Den Haag (onderdeel van schoolbestuur Lucas onderwijs) en zelfstandig trainer Wetenschap en techniek in het basisonderwijs. “Mijn ervaring als coördinator Natuur en Techniek is dat hoe er in dit domein wordt lesgegeven en hoe het in de klas loopt erg gebonden is aan de leraar die voor de klas staat.”

Dr. Hanno van Keulen, lector Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding bij Windesheim Flevoland. “Zie Natuur en Techniek niet als een probleem voor het onderwijs, maar gebruik het als een oplossing voor problemen in andere domeinen.”

Dr. Marieke Peeters, programmaleider Onderwijs en Onderzoek HAN Pabo. “Door leerlingen kennis en ervaring te bieden in Natuur en Techniek geef je ze een perspectief op nieuwe en andere beroepen.”

Prof. dr. Maartje Raijmakers, universitair hoofddocent Onderwijsstudies aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar (via de Universiteit van Amsterdam) bij het Nederlands Centrum voor Wetenschap en Technologie/science center NEMO . “Kunnen leerlingen de vaardigheden die ze leren meenemen naar een ander onderwerp of andere opdracht? Is er een transfer? Dan is van essentieel belang.”

Sylvia Veltmaat, voorzitter van het College van Bestuur De BasisFluvius (stichting voor primair onderwijs in Arnhem en Renkum). “Op scholen met veel kinderen uit achterstandswijken is het verlangen van leerlingen naar kennis en ervaringen groot. Weet je dat met Natuur en Techniek aan te boren, dan kom je in een soort versnelling.”