De wet waarop het onderzoekskader 2017 is gebaseerd, was in het schooljaar 2016/2017 nog niet van kracht. Dat betekent dat we de oordelen en het vervolgtoezicht in afgelopen schooljaar nog niet strikt hebben kunnen handhaven. Wel wilden we graag zoveel mogelijk ervaring opdoen met deze werkwijze. Op deze pagina leest u hoe we schooljaar 2016/2017 toewerkten naar het vernieuwde toezicht en hoe dit overgangsjaar er voor de verschillende onderwijssectoren uitzag.

Er was een aantal besturen en scholen geselecteerd die meededen aan de onderzoeken tijdens het implementatiejaar. Scholen en opleidingen met eventuele risico’s beoordeelden we op basis van het huidige kader.

Schooljaar 2016/2017 stond in het teken van de implementatie van het nieuwe onderzoekskader. Zo namen ruim honderd besturen uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en mbo op vrijwillige basis het voortouw in de implementatie hiervan. We hanteerden hierbij een bestuursgerichte aanpak, zoals ook in het onderzoekskader is beschreven. Uitgangspunt is dat het eigenaarschap van de onderwijskwaliteit bij de besturen en hun scholen ligt. Het bestuur is immers eindverantwoordelijk voor de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs.

Primair onderwijs

Gezien de transitie naar het vernieuwde toezicht zijn in 2016 maar beperkt reguliere bestuursgesprekken gevoerd. Voor de onderzoeken in het kader van de vierjaarsverplichting werd vanaf 24 oktober 2016 het nieuwe onderzoekskader gebruikt. We vroegen scholen zichzelf te beoordelen op een aantal standaarden. Deze zijn nader uitgewerkt in hetgeen in het kader verstaan wordt onder basiskwaliteit en onder de eigen ambities.

Voor de onderzoeken op de scholen waar we risico’s zagenin de resultaten, voor tussentijdse kwaliteitsonderzoeken (TKO) en voor onderzoeken naar kwaliteitsverbetering (OKV) werkten we tot 1 augustus 2017 nog met het vigerende kader (waarderingskader 2012).

Scholen die (zeer) zwak zijn, werden tot 1 augustus 2017 beoordeeld met het geldende waarderingskader (2012). Daarna worden deze scholen beoordeeld met het nieuwe kader.

Welk kader in welke situatie in schooljaar 2016/2017
Type onderzoek Waarderingskader
Onderzoeken in het kader van de vierjaarsverplichting Onderzoekskader 2017
Scholen waarbij we risico’s zien Oordeel met het toezichtkader 2012
(Zeer) Zwakke scholen/Onderzoeken naar kwaliteitsverbetering Toezichtkader 2012
Tussentijdse kwaliteitsonderzoeken Oordeel met het toezichtkader 2012
Onderzoeken naar voorschoolse educatie Toezichtkader 2012
Thema- en stelselonderzoeken Verschilt per onderzoek; wij informeren u hierover bij de uitvoering van het onderzoek. U krijgt bij deze onderzoeken geen eindoordeel.
Onderzoeken in het kader van ‘ervaring op doen met vierjaarlijks onderzoek bij scholen en besturen’ Onderzoekskader 2017 (alleen risico-onderzoeken die als onderdeel van dit onderzoek worden uitgevoerd, gaan met het toezichtkader 2012).

Speciaal onderwijs

Voor de onderwijssector speciaal onderwijs zijn we in september 2016 gestart met een bijeenkomst voor besturen die schooljaar 2016/2017 te maken kregen met het vernieuwde toezicht. Het ging om dertig besturen, waarvan vijftien gecombineerde besturen primair onderwijs en speciaal onderwijs.

Bij de keuze van de besturen hebben wij gekeken naar een evenwichtige verdeling over de sector speciaal onderwijs en naar geografische spreiding van de scholen. De uitvoering van de onderzoeken vond plaats in de periode van oktober 2016 tot en met juni 2017.

Middelbaar beroepsonderwijs

Wij gebruikten schooljaar 2016/2017 om meer ervaring met het nieuwe onderzoekskader op te doen. Ook ruimden we tijd in voor nadere scholing van onze medewerkers. Onze onderzoeksactiviteiten zagen er daarom in schooljaar 2016/2017 anders uit dan gebruikelijk. 

Onderzoeksactiviteiten bekostigd onderwijs

In het voorjaar van 2017 deden we bij 23 bekostigde instellingen het (driejaarlijkse) onderzoek naar de Staat van de instelling. Om voldoende tijd en ruimte te hebben om het nieuwe Onderzoekskader mbo 2017 te implementeren hebben we het toezicht in de eerste helft van 2017 als volgt ingericht:

Vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en opleidingen

Bij zeven (van de oorspronkelijke 23) instellingen voerden we in de periode december 2016 tot mei 2017 een (vierjaarlijks) onderzoek bij bestuur en opleidingen uit (‘Staat van de instelling nieuwe stijl’), conform het Onderzoekskader mbo 2017. Bij een achtste instelling voeren we dit onderzoek in het najaar van 2017 uit. De instellingen waar we een vierjaarlijks onderzoek uitvoeren, zijn hierover al geïnformeerd.

Stelselonderzoek (onderzoek bij opleidingen)

We voerden in het schooljaar 2016/2017 stelselonderzoeken uit om in De Staat van het Onderwijs (onderwijsverslag) te kunnen rapporteren over de ontwikkelingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Eerder gebruikten we de resultaten van de kwaliteitsonderzoeken die we in het kader van de Staat van de instelling onderzochten om een representatief beeld van het mbo-veld te geven.

Bij 15 van de 23 instellingen die voor het voorjaar van 2017 op de planning stonden voor een Staat van de instelling voerden we in het schooljaar 2016/2017 uitsluitend stelselonderzoeken uit, met een maximum van zes opleidingen per instelling.

Bij de zeven instellingen waar we het vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en opleidingen uitvoerden, voerden we tevens bij twee opleidingen stelselonderzoek uit.

Wanneer we in deze onderzoeken (vierjaarlijks onderzoek en stelselonderzoek) op onvoldoende kwaliteit stuitten (onvoldoende examenkwaliteit of zeer zwak onderwijs), dan verwezen we in het onderzoeksrapport ook naar het vigerende Toezichtkader 2012 met het addendum 2015. Dit toezichtkader was tot het van kracht worden van het nieuwe Onderzoekskader, de wettelijke basis voor eventuele juridische consequenties.

Onderzoeksactiviteiten niet-bekostigd onderwijs

Bij het niet-bekostigd onderwijs hebben we in het najaar van 2016 bij vijftien instellingen de Staat van de instelling uitgevoerd met het vigerende Toezichtkader beroepsonderwijs en volwasseneducatie (bve) 2012 en het addendum 2015.

We starten bij het niet-bekostigd onderwijs in het najaar van 2017 met het vierjaarlijks onderzoek bij directie en opleidingen.

Onderzoek naar kwaliteitsverbetering bij bekostigd en niet-bekostigd onderwijs

In de eerste helft van 2017 voerden we onderzoeken naar kwaliteitsverbetering uit met het vigerende waarderingskader uit 2012. Heeft het onderzoek tot een onvoldoende geleid, dan gingen we na wat het oordeel zou zijn wanneer we zouden uitgaan van het nieuwe kader. Vielen de oordelen aan de hand van het nieuwe waarderingskader positiever uit, dan hielden we daar rekening mee bij de oordeelsvorming.

Onderzoek naar aanleiding van risico’s bij bekostigd en niet-bekostigd onderwijs

Als we in de eerste helft van 2017 een onderzoek uitvoerden naar aanleiding van een geconstateerd risico of een signaal, dan gebruikten we het vigerende Toezichtkader bve 2012.

Welk kader in welke situatie in schooljaar 2016/2017
Type onderzoek Hoeveel instellingen Welk kader Bijzonderheden
Vierjaarlijks onderzoek bij bestuur en opleidingen 7 Onderzoekskader mbo 2017

Bij twee opleidingen tevens stelselonderzoek.Bij onvoldoende kwaliteit (zeer zwak/onvoldoende examenkwaliteit) verwezen we ook naar vigerende kader.

Stelselonderzoek 15 Waarderingskader mbo 2017

Alleen onderzoek op opleidingsniveau (bij maximaal zes opleidingen). Bij onvoldoende kwaliteit (zeer zwak/onvoldoende examenkwaliteit) verwezen we ook naar vigerende kader.

Onderzoek naar kwaliteitsverbetering (eerste helft 2017) - Toezichtkader bve 2012 + addendum 2015

Bij een onvoldoende gingen we ook na wat het oordeel zou zijn op basis van het waarderingskader 2017. We hielden dan bij oordeelsvorming ook rekening met nieuwe kader. 

Onderzoek naar aanleiding van geconstateerd risico of signaal - Toezichtkader bve 2012 + addendum 2015 -