Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op (voortgezet) speciaal onderwijs

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs beschrijft hoe het toezicht op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) is ingericht. Het onderzoekskader omvat het waarderingskader en de werkwijze.

Toegankelijke versie "Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op (voortgezet) speciaal onderwijs".

Het onderzoekskader 2017 wordt jaarlijks geactualiseerd. Deze versie van 1 juli 2018 vervangt de versie van 1 juni 2017. Het bevat enige aanpassingen aan nieuwe wetgeving en enkele verduidelijkingen. In het 'Overzicht wijzigingen bijgesteld onderzoekskader so en vso per 1 juli 2018' vindt u een overzicht van deze aanpassingen.

1 INLEIDING

Tekst in kader

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2017 en treedt op 1 augustus 2017 in werking.

Gewijzigd in

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2018 en treedt op 1 augustus 2018 in werking.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

1.4 WERKING EN EVALUATIE

Tekst in kader

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2017.

Gewijzigd in

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2018.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

3 HET WAARDERINGSKADER

Tekst in kader

3.3 KWALITEITSGEBIEDEN EN STANDAARDEN

ONDERWIJSPROCES (OP)

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Toelichting wettelijke eisen

De wet vraagt dat de vorderingen van de leerlingen in kennis en vaardigheden door middel van een leerling- en onderwijsvolgsysteem worden gevolgd, en dat dit bij taal en rekenen/wiskunde gebeurt met genormeerde toetsen (art. 11, eerste en zevende lid, WEC).

De leraren gebruiken deze informatie om het onderwijs dagelijks en op langere termijn af te stemmen op het niveau en de ontwikkeling van de kinderen, om hiaten of voorsprongen te signaleren en om te bepalen welke leerlingen extra ondersteuning, begeleiding of externe zorg nodig hebben. (art. 11 lid 1, 14a/c/f, 20/22, 41a + onderliggende regels, WEC).

Ze gebruiken daarbij een cyclische aanpak van evalueren, analyseren, plannen, uitvoeren en weer evalueren (art. 41a, lid 3, WEC).

Gewijzigd in

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Toelichting wettelijke eisen

De wet vraagt dat de vorderingen van de leerlingen in kennis en vaardigheden door middel van een leerling- en onderwijsvolgsysteem worden gevolgd, en dat dit bij taal en rekenen/wiskunde gebeurt met genormeerde toetsen (art. 11, eerste,  zevende en achtste lid, WEC).

De leraren gebruiken deze informatie om het onderwijs dagelijks en op langere termijn af te stemmen op het niveau en de ontwikkeling van de kinderen, om hiaten of voorsprongen te signaleren en om te bepalen welke leerlingen extra ondersteuning, begeleiding of externe zorg nodig hebben. (art. 11 lid 1, 14a/c/f, , 41a + onderliggende regels, WEC).

Ze gebruiken daarbij een cyclische aanpak van evalueren, analyseren, plannen, uitvoeren en weer evalueren (art. 41a, derde t/m zesde lid, WEC).

Toelichting

Aan de tekst is het achtste lid van artikel 11 toegevoegd. Dit lid bepaalt dat de toetsen voor Nederlandse taal en rekenen valide, betrouwbaar en deugdelijk genormeerd moeten zijn en dat een commissie dat beoordeelt.   

De twee zinnen onder kopje ‘OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding, Toelichting wettelijke eisen’ is gewijzigd.

De opsomming van wetsartikelen  ‘art. 11, lid 1, 14a/c/f, 20/22, 41a + onderliggende regels, WEC’ is aangepast om de tekst leesbaarder te maken.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

- Zie toevoeging hieronder.-

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming en de benoeming van bestuurders (art. 8 en 10, 11, 12 en 14, WMS).

Gewijzigd in

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

De school dient leraren een zelfstandige verantwoordelijkheid te geven bij de beoordeling van de onderwijsprestaties van leerlingen en voldoende zeggenschap te geven waar het gaat om het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school (art. 31a, eerste t/m derde lid, WEC).

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming en de benoeming van bestuurders (art. 8 en 10, 11, 12, 13 en 14, WMS).

Toelichting

De tekst bij KA2 is toegevoegd om te benadrukken dat de leraar zelf verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces.

Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

De tekst bij KA3 is aangevuld met een wetsartikel.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB2. Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Gewijzigd in

FB2. Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.

4 Normering en oordeelsvorming

Tekst in kader

4.2. Normering standaarden

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Gewijzigd in

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit7 als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Voetnoot

7 Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.

Tekst in kader:

4.4 NORMERING KWALITEITSGEBIEDEN

Financieel beheer7

Voldoende

De drie standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de drie standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

7 Een onvoldoende voor rechtmatigheid of doelmatigheid is gebaseerd op materiële bevindingen.

Gewijzigd in:

4.4 NORMERING KWALITEITSGEBIEDEN

Financieel beheer8

Voldoende

De beoordeelde standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de beoordeelde standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

8 Wij beoordelen Financieel Beheer als ‘voldoende’ als de financiële continuïteit (FB1) en rechtmatigheid (FB3) voldoende zijn. Wij geven geen oordeel over de financiële doelmatigheid (FB2), tenzij er zwaarwegende redenen zijn om te concluderen dat er sprake is van evidente ondoelmatigheid. Dit leidt dan tot het oordeel ‘onvoldoende’. In dat geval is ook het oordeel over Financieel Beheer ‘onvoldoende’.

Toelichting: We beoordelen de doelmatigheid op dit moment niet structureel. Daarom is de voetnoot aangepast. In de nieuwe tekst staat dat een standaard niet meer wordt beoordeeld. Het is niet mogelijk om op alle drie de standaarden een voldoende te scoren. Daarom hebben wij het woord 'drie' vervangen door het woord 'beoordeelde'. Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

11 TOEZICHT OP SAMENWERKINGSVERBANDEN PASSEND ONDERWIJS

Tekst in kader

11.2 WAARDERINGSKADER SWV PASSEND ONDERWIJS

ONDERWIJSRESULTATEN (OR)

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur en staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, 28i eerste lid WEC).

Gewijzigd in

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

- Tekst hierboven is verwijderd.-

Toelichting

De verwijderde tekst slaat niet op de standaard ‘Onderwijsresultaten’, maar maakt deel uit van ‘Kwaliteitszorg en ambitie’. De tekst is daarom verplaatst naar de toelichting op KA3.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (WPO art. 18a, achtste lid onder e, WVO art. 17a, achtste lid, onder e in Staatsblad).

Gewijzigd in

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor de kwaliteit van de taken valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen, waaronder die voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 18a, achtste lid, onder e, art. 10, jo. artikel 17a, eerste en derde lid, en 18a, lid 10a WPO, en artikel 34.10 van het Besluit bekostiging WPO, art. 17a, achtste lid, onder e, art. 23a, jo. artikel 24d eerste en derde lid en artikel 17a, lid 10a, WVO, en artikel 26 van het Inrichtingsbesluit WVO (zie ook de nota van toelichting in Stb. 2014, 95).

Toelichting

De wetsartikelen 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO zijn aan de tekst toegevoegd. Hiermee is het toezicht op de opdc’s en de wijze waarop het samenwerkingsverband stuurt op de onderwijskwaliteit van opdc’s onderbouwd.

Artikel 18a, lid 10a, WPO en artikel 17a, lid 10a, WVO vermelden dat het samenwerkingsverband een opdc kan inrichten. Artikel 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO vermelden dat het bevoegd gezag in verband met de verplichting, als bedoeld in artikel 10 WPO en artikel 23a WVO, moet zorgen voor een scheiding tussen bestuur en intern toezicht. Het derde lid verklaart het eerste lid van toepassing voor samenwerkingsverbanden. Samenwerkingsverbanden moeten bestuur en intern toezicht ook scheiden. Dit om artikel 10 WPO en artikel 23a WVO ook te borgen. Hierin zien wij een aanwijzing dat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc.

Voor de duidelijkheid is in alle kaders een verwijzing naar het Staatsblad (2014 95, p. 31) opgenomen.

Tekst in kader

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het interne toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO).

Gewijzigd in

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het interne toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO). De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur, staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, art. 28i eerste lid WEC).

Toelichting

Deze tekst stond bij OR1, maar hoort thuis bij KA3 waar we kijken naar de verantwoording van de intern toezichthouder in het jaarverslag.

In het vijfde lid wordt aangegeven dat de voorgaande leden van artikel 24 e1 WVO van toepassing zijn op het samenwerkingsverband. Hiervoor hebben wij in alle kaders de volgende verwijzing opgenomen: ‘(art. 17c, eerste lid en vijfde lid, WPO, art. 24 e1, eerste en vijfde lid, WVO, art. 28i, eerste lid, WEC)’.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling raken.

FB3. Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO jo. de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijscontroleprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen.

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband raken.

Voetnoot over de continuiteit

16 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB2. Doelmatigheid

Voetnoot over de doelmatigheid

17 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van de doelmatigheid beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving voor het funderend onderwijs. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd richt de inspectie zich op haar stimulerende taak op dit gebied en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB3. Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO jo. de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijsaccountantsprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen.

Toelichting

Dit kader is voor samenwerkingsverbanden en de tekst ging over scholen/instellingen.

Aan de tekst zijn twee voetnoten toegevoegd: een toelichting over de continuïteit en een toelichting over de doelmatigheid. Deze toelichtingen waren hiervoor niet in elk kader doorgevoerd. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereidt een wetsvoorstel deugdelijkheidseisen voor. Hierin wordt alleen een basis gecreëerd voor doelmatigheid en financieel beheer voor het bestuur van scholen in Nederland en Caribisch Nederland. Wij hebben het ministerie verzocht de samenwerkingsverbanden toe te voegen aan het wetsvoorstel. Tot die tijd zetten we de voetnoot tussen brackets.

De term ‘onderwijscontroleprotocol’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsaccountantsprotocol’.

Tekst in kader

11.3 NORMERING SAMENWERKINGSVERBANDEN

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering goed worden de eigen aspecten van kwaliteit19 als volgt bij de oordeelsvorming betrokken.

Op bestuursniveau geven we drie oordelen: op het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten, het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie en het kwaliteitsgebied Financieel beheer. We hanteren daarbij onderstaande norm.

Voetnoot

19 Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

Bij de tabellen over de normering staat nu deze toelichting uit de scholen-kaders. Hierdoor zijn de tabellen compleet, beter leesbaar en conform de scholen-kaders.

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.