Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op het voortgezet onderwijs

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs beschrijft hoe het toezicht voor het voortgezet onderwijs (vo) is ingericht. Het onderzoekskader omvat het waarderingskader en de werkwijze. 

Het onderzoekskader 2017 wordt jaarlijks geactualiseerd. Deze versie van 1 juli 2018 vervangt de versie van 1 juni 2017. Het bevat enige aanpassingen aan nieuwe wetgeving en enkele verduidelijkingen. In het 'Overzicht wijzigingen bijgesteld onderzoekskader vo per 1 juli' vindt u een overzicht van deze aanpassingen.

Overzicht wijzigingen bijgesteld onderzoekskader vo per 1 juli

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op het voortgezet onderwijs is ingericht. Het onderzoekskader wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van nieuwe wet- en regelgeving. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2018 en treedt op 1 augustus 2018 in werking. Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van de versie van 1 augustus 2017. De wijzigingen in dit onderzoekskader hebben betrekking op wetswijzigingen, verwijzingsfouten naar wetsartikelen en op taal- en formuleringsfouten.

1 Inleiding

Tekst in kader

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op het voortgezet onderwijs (vo) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2017 en treedt op 1 augustus 2017 in werking.

Gewijzigd in

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op het voortgezet onderwijs (vo) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2018 en treedt op 1 augustus 2018 in werking.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

1.4 WERKING EN EVALUATIE

Tekst in kader

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2017.

Gewijzigd in

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2018.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

3 HET WAARDERINGSKADER

Tekst in kader

3.2. Opbouw van het waarderingskader

Voetnoot

3 De waarderingskaders zijn in alle sectoren zo veel mogelijk gelijk. Voor de kwaliteitsgebieden worden in alle sectoren dezelfde lettercodes gehanteerd. De nummering van de standaarden loopt niet altijd door, omdat de sectoren verschillen in de uitwerking van de kwaliteitsgebieden, en soms ook in het aantal standaarden dat een kwaliteitsgebied omvat.

Gewijzigd in

- Voetnoot is verwijderd.-

Toelichting

De voetnoot was dubbel en is daarom verwijderd.

Tekst in kader

3.3 KWALITEITSGEBIEDEN EN STANDAARDEN

Kwaliteitszorg en Ambitie (KA)

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

De school dient leraren een zelfstandige verantwoordelijkheid te geven bij de beoordeling van de onderwijsprestaties van leerlingen en voldoende zeggenschap te geven waar het gaat om het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school (art. 32e, eerste t/m derde lid, WVO).

Toelichting

Deze tekst is toegevoegd om te benadrukken dat de leraar zelf verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces.

Deze wijziging is in alle kaders doorgevoerd.

Tekst in kader

KA2. Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Gewijzigd in

KA2. Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.

4 NORMERING EN OORDEELSVORMING

4.2 Normering standaarden

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Gewijzigd in

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit7 als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Voetnoot

7 Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.

Tekst in kader

4.4 NORMERING KWALITEITSGEBIEDEN

Financieel beheer 7

Voldoende

De drie standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de drie standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

7 Een onvoldoende voor rechtmatigheid of doelmatigheid is gebaseerd op materiële bevindingen.

Gewijzigd in

Financieel beheer8

Voldoende

De beoordeelde standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de beoordeelde standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

8 Wij beoordelen Financieel Beheer als ‘voldoende’ als de financiële continuïteit (FB1) en rechtmatigheid (FB3) voldoende zijn. Wij geven geen oordeel over de financiële doelmatigheid (FB2), tenzij er zwaarwegende redenen zijn om te concluderen dat er sprake is van evidente ondoelmatigheid. Dit leidt dan tot het oordeel ‘onvoldoende’. In dat geval is ook het oordeel over Financieel Beheer ‘onvoldoende’.

Toelichting

We beoordelen de doelmatigheid op dit moment niet structureel. Daarom is deze voetnoot aangepast. In de nieuwe tekst staat dat een standaard niet meer wordt beoordeeld. Het is niet mogelijk om op alle drie de standaarden een voldoende te scoren. Daarom hebben wij het woordje 'drie' vervangen door het woord 'beoordeelde'. Deze wijziging is in alle kaders doorgevoerd.

11.5 ONDERWIJS IN CARIBISCH NEDERLAND

Tekst in kader

11.5.2 Werkwijze

Voor scholen waar dit nog niet het geval is, blijven de kaders over het bereiken van de basiskwaliteit geldig17.

De inspectie beoordeelt in Caribisch Nederland vooralsnog alleen op het niveau van de standaarden. Hiermee laat de inspectie zien op welke standaarden de school een onvoldoende, voldoende of goede beoordeling verdient. Op deze wijze stimuleert de inspectie de verdere schoolontwikkeling nu de basiskwaliteit is bereikt en wordt voor ouders, leerlingen en andere belanghebbenden duidelijk inzicht gegeven in eventuele verbeterpunten.

Voetnoot

17 Zie de beschrijving van basiskwaliteit  (maart 2011) op de website van de inspectie. Voor po en vo: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2011/03/01/de-basiskwaliteit-po-vo-caribisch-nederland en voor mbo en sociale kanstrajecten voor jongeren: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2011/03/01/de-basiskwaliteit-mbo-caribisch-nederland.

Gewijzigd in

Voor scholen en opleidingen in het po, vo en mbo waar dit nog niet het geval is, blijven de kaders over het bereiken van de basiskwaliteit geldig tot 1 januari 201916.

De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland over de standaarden, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op schoolniveau. Het eindoordeel 'zeer zwak' kan in Caribisch Nederland nog niet worden gegeven. Het eindoordeel 'onvoldoende' kan wel worden gegeven.

Tijdens een kwaliteitsonderzoek beoordelen wij de standaarden voor kwaliteitszorg per school en indien van toepassing ook op bovenschools directieniveau. We bespreken de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteitszorg met het bestuur en spreken het aan op zijn verantwoordelijkheden. Een oordeel op bestuursniveau geven wij vooralsnog echter niet. Vanwege de specifieke context in Caribisch Nederland, beoordelen we op bestuursniveau alleen de financiële standaarden. Dit gebeurt door de directie Rekenschap van de inspectie in separate rapportages.

Voetnoot

17 Zie de beschrijving van basiskwaliteit  (maart 2011) op de website van de inspectie. Voor po en vo: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2011/03/01/de-basiskwaliteit-po-vo-caribisch-nederland en voor mbo en sociale kanstrajecten voor jongeren: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2011/03/01/de-basiskwaliteit-mbo-caribisch-nederland.

Toelichting

In de vorige versie van het onderzoekskader stond ten onrechte vermeld dat wij uitsluitend beoordelen op het niveau van de standaarden en niet op het niveau van de school/afdeling. Dat is nu rechtgezet. Wij hebben altijd beoordeeld of het onderwijs voldoet aan de basiskwaliteit. Dat doen we ook bij deze nieuwe werkwijze.

In de vorige versie van het onderzoekskader ontbrak de melding dat wij in Caribisch Nederland geen oordelen geven op bestuursniveau, maar op school- of bovenschools niveau. We geven enkel op de financiële standaarden oordelen op bestuursniveau. Dat wordt met deze wijziging rechtgezet.

In het voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland kan het eindoordeel ‘zeer zwak’ nog niet worden gegeven. Vanuit het toezicht is het echter belangrijk dat de scholen in het voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland vergelijkbaar toezicht krijgen met de voortgezet onderwijsscholen in Nederland. Wij hebben het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgesteld om te onderzoeken hoe we dit in de wetgeving kunnen regelen.

BIJLAGE 4. WAARDERINGSKADER SWV PASSEND ONDERWIJS

Tekst in kader

ONDERWIJSRESULTATEN (OR)

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur en staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, 28i eerste lid WEC).

Gewijzigd in

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

- De tekst hierboven is verwijderd.-

Toelichting

De te verwijderen tekst slaat niet op de standaard ‘Onderwijsresultaten’, maar maakt deel uit van ‘Kwaliteitszorg en ambitie’. De tekst is daarom verplaatst naar de toelichting op KA3.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (WPO art. 18a, achtste lid onder e, WVO art. 17a, achtste lid, onder e...)

Gewijzigd in

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor de kwaliteit van de taken valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen, waaronder die voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 18a, achtste lid, onder e, art. 10, jo. artikel 17a, eerste en derde lid, en 18a, lid 10a WPO, en artikel 34.10 van het Besluit bekostiging WPO, art. 17a, achtste lid, onder e, art. 23a, jo. artikel 24d eerste en derde lid en artikel 17a, lid 10a, WVO, en artikel 26 van het Inrichtingsbesluit WVO (zie ook de nota van toelichting in Stb. 2014, 95).

Toelichting

Met het toevoegen van de wetsartikelen 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO is het toezicht op de opdc’s en de wijze waarop het samenwerkingsverband stuurt op de onderwijskwaliteit van opdc’s onderbouwd.

Artikel 18a, lid 10a, WPO en artikel 17a, lid 10a, WVO vermelden dat het samenwerkingsverband een opdc kan inrichten. Artikel 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO vermelden dat het bevoegd gezag in verband met de verplichting bedoeld in artikel 10 WPO en artikel 23a WVO moet zorgen voor een scheiding tussen bestuur en intern toezicht. Het derde lid verklaart het eerste lid van toepassing voor samenwerkingsverbanden: samenwerkingsverbanden moeten bestuur en intern toezicht ook scheiden. En wel om artikel 10 WPO en artikel 23a WVO ook te borgen. Hierin zien wij een aanwijzing dat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc.

Voor de duidelijkheid is in alle kaders een verwijzing naar het Staatsblad (2014 95, p. 31) opgenomen.

Tekst in kader

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het intern toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO).

Gewijzigd in

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het intern toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO). De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur, staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, art. 28i eerste lid WEC).

Toelichting

Deze tekst stond bij OR1, maar hoort thuis bij KA3 waar we kijken naar de verantwoording van de intern toezichthouder in het jaarverslag.

In het vijfde lid staat dat de voorgaande leden van artikel 24 e1, WVO van toepassing zijn op het samenwerkingsverband. Daarom hebben wij in alle kaders de volgende verwijzing opgenomen: (art. 17c, eerste en vijfde lid, WPO, art. 24 e1, eerste en vijfde lid, WVO, art. 28i, eerste lid, WEC).

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling raken.

FB3.  Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijscontroleprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen. Een controleverklaring is verplicht op grond van artikel 2 RJO in verbinding met artikel 2:393 BW.

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband raken.

Voetnoot over de continuïteit

18 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB2. Doelmatigheid

Voetnoot over de doelmatigheid

19 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van de doelmatigheid beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving voor het funderend onderwijs. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd richt de inspectie zich op haar stimulerende taak op dit gebied en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB3.  Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijsaccountantsprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen. Een controleverklaring is verplicht op grond van artikel 2 RJO in verbinding met artikel 2:393 BW.

Toelichting

Dit kader is voor samenwerkingsverbanden en de tekst ging over scholen/instellingen.

Aan de tekst zijn twee voetnoten toegevoegd: een toelichting over de continuïteit en een toelichting over de doelmatigheid. Deze toelichtingen waren hiervoor niet in elk kader doorgevoerd. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereidt een wetsvoorstel deugdelijkheidseisen voor. Hierin wordt alleen een basis gecreëerd voor doelmatigheid en financieel beheer voor het bestuur van scholen in Nederland en Caribisch Nederland. Wij hebben het ministerie verzocht de samenwerkingsverbanden toe te voegen aan het wetsvoorstel. Tot die tijd zetten we de voetnoot tussen brackets.

De term ‘onderwijscontroleprotocol’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsaccountantsprotocol’.

Tekst in kader

Normering samenwerkingsverbanden

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering goed worden de eigen aspecten van kwaliteit20 als volgt bij de oordeelsvorming betrokken.

Op bestuursniveau geven we drie oordelen: op het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten, het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie en het kwaliteitsgebied Financieel beheer. We hanteren daarbij onderstaande norm.

Voetnoot

20 Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

Bij de tabellen over de normering staat nu deze toelichting uit de scholen-kaders. Hierdoor zijn de tabellen compleet, beter leesbaar en conform de scholen-kaders.

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.

Bijlage 5 Waarderingskader Onderwijs in Caribisch Nederland

Tekst in kader

SCHOOLKLIMAAT (SK)

SK1. Veiligheid

Toelichting wettelijke eisen

Het veiligheidsbeleid bestaat uit een samenhangende set van maatregelen gericht op preventie en op het afhandelen van incidenten, ingebed in het pedagogische beleid van de school en stevig verankerd in de dagelijkse praktijk [art. 4a, WVO BES].

De wet geeft aan dat de school de veiligheid van leerlingen monitort met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft [art. 4a, eerste lid, onder b, WVO BES].

Daarom schrijft [artikel 4a, eerste lid, onderdeel c,  WVO BES] voor dat iedere school de navolgende taken op school belegt bij een persoon:

coördinatie van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten op school;

Gewijzigd in

SK1. Veiligheid

Toelichting wettelijke eisen

Het veiligheidsbeleid bestaat uit een samenhangende set van maatregelen gericht op preventie en op het afhandelen van incidenten, ingebed in het pedagogische beleid van de school en stevig verankerd in de dagelijkse praktijk (art. 4a, WVO BES).

De wet geeft aan dat de school de veiligheid van leerlingen monitort met een instrument dat een representatief en actueel beeld geeft (art. 4a, eerste lid, onder b, WVO BES).

Daarom schrijft artikel 4a, eerste lid, onderdeel c,  WVO BES voor dat iedere school de navolgende taken op school belegt bij een persoon:

  • coördinatie van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten op school;

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

Het bevoegd gezag moet zijn personeel ook daadwerkelijk in staat stellen tot dat onderhoud. In dat kader is ook het bijhouden van de bekwaamheidsdossiers [art. 88, WVO BES] van belang. Daar waar nog niet bevoegd wordt lesgegeven, moet het bevoegd gezag afspraken maken die ertoe leiden dat de leraar de juiste bevoegdheid behaalt (art. 80, WVO BES).

Gewijzigd in

KA2. Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

Het bevoegd gezag moet zijn personeel ook daadwerkelijk in staat stellen tot dat onderhoud. In dat kader is ook het bijhouden van de bekwaamheidsdossiers (art. 88, WVO BES) van belang. Daar waar nog niet bevoegd wordt lesgegeven, moet het bevoegd gezag afspraken maken die ertoe leiden dat de leraar de juiste bevoegdheid behaalt (art. 80, WVO BES).

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat er ook van uit dat de school in de schoolgids duidelijk aangeeft wat de doelen van het onderwijs zijn en welke resultaten met het onderwijsleerproces worden bereikt [art. 51, WVO BES].

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen [art. 51, eerste lid, onder i, WVO BES]. Daarnaast verantwoordt het bestuur aan de medezeggenschapsraad de beslissingen en het beleid dat het voorstaat (art. 57 en 58 WVO BES).

Gewijzigd in

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat er ook van uit dat de school in de schoolgids duidelijk aangeeft wat de doelen van het onderwijs zijn en welke resultaten met het onderwijsleerproces worden bereikt (art. 51, WVO BES).

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen [art. 51, eerste lid, onder i, WVO BES]. Daarnaast verantwoordt het bestuur aan de medezeggenschapsraad de beslissingen en het beleid dat het voorstaat (art. 57 en 58 WVO BES).

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

De verwijzing naar artikel 51, eerste lid onder h, (dit gaat over verzuim) is vervangen door de correcte verwijzing naar artikel 51, eerste lid onder i (dit gaat over kwaliteitszorg).

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

-Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Voetnoot over de continuïteit

22 In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.

Toelichting

Er is een voetnoot toegevoegd met een toelichting over de continuïteit. Deze toelichting was niet in elk kader doorgevoerd.

Tekst in kader

FB2. Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Toelichting wettelijke eisen

De doelmatige besteding van de onderwijsbekostiging door het bestuur is onderwerp van het toezicht van de interne toezichthouder [art. 56, eerste lid, onder c, WVO BES]. Over deze taak verantwoordt de interne toezichthouder zich in het jaarverslag [art. 56, eerste lid, onder e, WVO BES].

Gewijzigd in

FB2. Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • de wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Toelichting wettelijke eisen

De doelmatige besteding van de onderwijsbekostiging door het bestuur is onderwerp van het toezicht van de interne toezichthouder (art. 56, eerste lid, onder c, WVO BES). Over deze taak verantwoordt de interne toezichthouder zich in het jaarverslag (art. 56, eerste lid, onder e, WVO BES).

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

Normering

De inspectie beoordeelt in Caribisch Nederland vooralsnog alleen op het niveau van de standaarden. Hiermee laat de inspectie zien op welke standaarden de school een onvoldoende, voldoende of goede beoordeling verdient. Op deze wijze stimuleert de inspectie de verdere schoolontwikkeling nu de basiskwaliteit is bereikt en wordt voor ouders, leerlingen en andere belanghebbenden duidelijk inzicht gegeven in eventuele verbeterpunten.

Gewijzigd in

Normering

De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland over de standaarden, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op schoolniveau. Het eindoordeel 'zeer zwak' kan in Caribisch Nederland nog niet worden gegeven. Het eindoordeel 'onvoldoende' kan wel worden gegeven.

Toelichting

In de vorige versie van het onderzoekskader stond ten onrechte vermeld dat wij uitsluitend beoordelen op het niveau van de standaarden en niet op het niveau van de school/afdeling. Dat is nu rechtgezet. Wij hebben altijd beoordeeld of het onderwijs voldoet aan de basiskwaliteit. Dat doen we ook bij deze nieuwe werkwijze.