Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op voorschoolse educatie en het primair onderwijs

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs beschrijft hoe het toezicht op voor- en vroegschoolse educatie en het primair onderwijs is ingericht. Het onderzoekskader omvat het waarderingskader en de werkwijze.

Het onderzoekskader 2017 wordt jaarlijks geactualiseerd. Deze versie van 1 juli 2018 vervangt de versie van 1 juni 2017. Het bevat enige aanpassingen aan nieuwe wetgeving en enkele verduidelijkingen. In het 'Overzicht wijzigingen bijgesteld onderzoekskader po per 1 juli 2018' vindt u een overzicht van deze aanpassingen.

1 INLEIDING

Tekst in kader

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs (po) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2017 en treedt op 1 augustus 2017 in werking.

Gewijzigd in

Het onderzoekskader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: onderzoekskader) beschrijft hoe het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs (po) is ingericht. De meest recente versie van dit onderzoekskader is vastgesteld op 1 juli 2018 en treedt op 1 augustus 2018 in werking.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

1.4 WERKING EN EVALUATIE

Tekst in kader

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2017.

Gewijzigd in

Het gewijzigde onderzoekskader 2017 is van kracht met ingang van 1 augustus 2018.

Toelichting

De datums zijn aangepast.

3. het waarderingskader

Tekst in kader

3.3. Kwaliteitsgebieden en standaarden

ONDERWIJSPROCES (OP)

OP2.  Zicht op ontwikkeling

Toelichting wettelijke eisen

De school heeft de wijze waarop het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, in het schoolplan beschreven (art. 12, vierde lid, onder a, WPO).

De wet vraagt dat de vorderingen van de leerlingen in kennis en vaardigheden door middel van een leerling- en onderwijsvolgsysteem worden gevolgd en dat dit bij taal en rekenen/wiskunde gebeurt met genormeerde toetsen (art. 8, eerste, zesde en achtste lid, WPO). Dit waarborgt dat de school daadwerkelijk de ononderbroken ontwikkeling van leerlingen voor ogen kan hebben in het onderwijs en ook dat het onderwijs aansluit bij de verschillende leerbehoeften van leerlingen, bijvoorbeeld als uit de vorderingen blijkt dat de ontwikkeling stagneert. Bij deze laatste groep leerlingen zoekt de school naar mogelijke verklaringen voor de stagnatie, zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast (art. 8, eerste, vierde en elfde lid, WPO).

Gewijzigd in

OP2.  Zicht op ontwikkeling

Toelichting wettelijke eisen

De school heeft de wijze waarop het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, in het schoolplan beschreven (art. 12, vierde lid, onder a, WPO).

De wet vraagt dat de vorderingen van de leerlingen in kennis en vaardigheden door middel van een leerling- en onderwijsvolgsysteem worden gevolgd en dat dit bij taal en rekenen/wiskunde gebeurt met genormeerde toetsen (art. 8, zesde lid, WPO, alsmede art. 8, achtste lid, WPO voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte). Dit waarborgt dat de school daadwerkelijk de ononderbroken ontwikkeling van leerlingen voor ogen kan hebben in het onderwijs en ook dat het onderwijs aansluit bij de verschillende leerbehoeften van leerlingen, bijvoorbeeld als uit de vorderingen blijkt dat de ontwikkeling stagneert. Bij deze laatste groep leerlingen zoekt de school naar mogelijke verklaringen voor de stagnatie, zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast (art. 8, eerste lid, WPO). Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte volgt dit mede uit art. 8, vierde lid, WPO, en voor leerlingen met een (taal)achterstand uit art. 8, elfde lid, WPO.

Toelichting

De tekst is aangepast om de wettelijke grondslagen duidelijk te maken.

Tekst in kader

OP4.  (Extra) ondersteuning

Toelichting wettelijke eisen

Voor die leerlingen geldt de wettelijke verplichting om een ontwikkelingsperspectief vast te stellen en minimaal eens per jaar met de ouders te evalueren (art. 40a WPO). In het ontwikkelingsperspectief is informatie opgenomen over de begeleiding die de leerling geboden wordt, naar welke onderwijssoort in het voorgezet onderwijs de leerling naar verwachting uitstroomt en over de belemmerende en de bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling (art. 40a WPO en art. 34.7 Besluit bekostiging WPO).

Gewijzigd in

OP4.  (Extra) ondersteuning

Toelichting wettelijke eisen

Voor die leerlingen geldt de wettelijke verplichting om een ontwikkelingsperspectief vast te stellen en minimaal eens per jaar met de ouders te evalueren (art. 40a, eerste en vierde lid, WPO). In het ontwikkelingsperspectief is informatie opgenomen over de begeleiding die de leerling geboden wordt, naar welke onderwijssoort in het voorgezet onderwijs de leerling naar verwachting uitstroomt en over de belemmerende en de bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling (art. 8, eerste lid en art. 40a WPO en art. 34.7 Besluit bekostiging WPO).

Toelichting

De tekst is aangepast om de wettelijke grondslagen duidelijk te maken.

Tekst in kader

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs (art. 42, eerste lid, en 43 WPO).

Gewijzigd in

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs (art. 42, eerste lid, WPO).

Toelichting

In de tekst is een onjuiste verwijzing verwijderd.

Tekst in kader

OP8.  Toetsing en afsluiting

Toelichting wettelijke eisen

De wet schrijft voor dat alle leerlingen (behoudens uitzonderingen) een eindtoets maken, dat deze conform voorschriften wordt afgenomen (art. 9b WPO) en dat leerlingen toetsen maken van het leerlingvolgsysteem dat aan kwaliteitseisen voldoet (art. 8, zesde en zevende lid, WPO).

Gewijzigd in

OP8.  Toetsing en afsluiting

Toelichting wettelijke eisen

De wet schrijft voor dat alle leerlingen (behoudens uitzonderingen) een eindtoets maken, dat deze conform voorschriften wordt afgenomen (art. 9b WPO en toetsbesluit PO) en dat leerlingen toetsen maken van het leerlingvolgsysteem dat aan kwaliteitseisen voldoet (art. 8, zesde en zevende lid, WPO).

Toelichting

Aan de tekst is een verwijzing naar het toetsbesluit PO toegevoegd.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2.  Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

KA2.  Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

De school dient leraren een zelfstandige verantwoordelijkheid te geven bij de beoordeling van de onderwijsprestaties van leerlingen en voldoende zeggenschap te geven waar het gaat om het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school (art. 31a, eerste t/m derde lid, WPO).

Toelichting

Deze tekst is toegevoegd om te benadrukken dat de leraar zelf verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces.

Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

Tekst in kader

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen (art. 13, eerste lid, onder l, WPO).  

Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming (art. 8 en 10, 11, 12 en 14 WMS) en de benoeming van bestuurders.

Gewijzigd in

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen (art. 13, eerste lid, onder o, WPO). Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming (art. 8 en 10, 11, 12 en 13 WMS) en de benoeming van bestuurders.

Toelichting

In de tekst zijn twee onjuiste verwijzingen aangepast.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Gewijzigd in

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.  

4 NORMERING EN OORDEELSVORMING

Tekst in kader

4.2. Normering standaarden

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Gewijzigd in

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur/de school voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering ‘goed’ worden de eigen aspecten van kwaliteit* als volgt bij de oordeelsvorming betrokken:

Voetnoot

*Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.

Tekst in kader

4.4 NORMERING KWALITEITSGEBIEDEN

Financieel beheer*

Voldoende

De drie standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de drie standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

*Een onvoldoende voor rechtmatigheid of doelmatigheid is gebaseerd op materiële bevindingen.

Gewijzigd in

4.4 NORMERING KWALITEITSGEBIEDEN

Financieel beheer*

Voldoende

De beoordeelde standaarden zijn voldoende.

Onvoldoende

Eén van de beoordeelde standaarden is onvoldoende.

Voetnoot

*Wij beoordelen Financieel Beheer als ‘voldoende’ als de financiële continuïteit (FB1) en rechtmatigheid (FB3) voldoende zijn. Wij geven geen oordeel over de financiële doelmatigheid (FB2), tenzij er zwaarwegende redenen zijn om te concluderen dat er sprake is van evidente ondoelmatigheid. Dit leidt dan tot het oordeel ‘onvoldoende’. In dat geval is ook het oordeel over Financieel Beheer ‘onvoldoende’.

Toelichting

We beoordelen de doelmatigheid op dit moment niet structureel. Daarom is de voetnoot aangepast. In de nieuwe tekst staat dat een standaard niet meer wordt beoordeeld. Het is niet mogelijk om op alle drie de standaarden een voldoende te scoren. Daarom is het woord 'drie' vervangen door het woord 'beoordeelde'. Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

11 Specifieke toepassingen van het onderzoekskader

Tekst in kader

11.4 Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie

Daarnaast houdt de inspectie interbestuurlijk toezicht op de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten in het kader van de wet- en regelgeving kinderopvang en peuterspeelzalen.

Het wettelijke kader voor het toezicht wordt gevormd door de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko), de Regeling Wet Kinderopvang, de Gemeentewet, de WPO, de WOT en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

De wijziging van de WOT en WPO per 1 augustus 2017 hebben gevolgen voor het toezicht op kinderopvang, peuterspeelzalen en vve.

Hieronder beschrijven we de werkwijze van het toezicht op de kinderopvang en peuterspeelzalen op gemeentelijk niveau (par. 11.4.1) en daarna het toezicht op de voor- en vroegschoolse educatie (par. 11.4.2).

Gewijzigd in

Daarnaast houdt de inspectie interbestuurlijk toezicht op de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten in het kader van de wet- en regelgeving kinderopvang.

Het wettelijke kader voor het toezicht wordt gevormd door de Wet Kinderopvang (Wko), de Regeling Wet Kinderopvang, de Gemeentewet, de WPO, de WOT en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

De wijziging van de WOT en WPO per 1 augustus 2017 hebben gevolgen voor het toezicht op kinderopvang en vve.

Hieronder beschrijven we de werkwijze van het toezicht op de kinderopvang op gemeentelijk niveau (par. 11.4.1) en daarna het toezicht op de voor- en vroegschoolse educatie (par. 11.4.2).

Toelichting

De term ‘peuterspeelzalen’ is verwijderd, omdat peuterspeelzalen door wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn samengevoegd met de kinderopvang.

Tekst in kader

11.4.1  Toezicht op kinderopvang en peuterspeelzalen op gemeentelijk niveau

Gemeentelijke taken in dit kader zijn een juiste en actuele uitvoering van het Landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen (hierin zijn alle locaties kinderopvang en peuterspeelzalen van de gemeente in opgenomen), tijdige afhandeling aanvragen, uitvoering inspecties (in opdracht van gemeenten door de GGD) en handhaving op geconstateerde tekortkomingen.

Gemeenten

Dit kan via een vragenlijst of contact met de gemeente.

Zie voor de basisvoorwaarden het waarderingskader VE in bijlage 5.

Gewijzigd in

11.4.1  Toezicht op kinderopvang op gemeentelijk niveau

Gemeentelijke taken in dit kader zijn een juiste en actuele uitvoering van het Landelijk register kinderopvang (hierin zijn alle locaties kinderopvang van de gemeente in opgenomen), tijdige afhandeling aanvragen, uitvoering inspecties (in opdracht van gemeenten door de GGD) en handhaving op geconstateerde tekortkomingen.

Gemeenten

Daarnaast gaan we na of de gemeente zorg draagt voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal, deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie. We halen deze informatie op via een vragenlijst of contact met de gemeente.

Zie voor de basisvoorwaarden paragraaf 11.4.3.

Toelichting

De tekst is uitgebreid met informatie over het bereik van het gemeentelijk toezicht en de afspraken over het beleid bij onderwijsachterstanden. Dit is wettelijk verplicht en wij houden daar toezicht op.

Tekst in kader

11.4.3 Naleving wet- en regelgeving voorschoolse educatie

  • Dit artikel geeft aan dat de voorschoolse educatie plaats dient te vinden in een kindercentrum of peuterspeelzaal.

Gewijzigd in

  • Dit artikel geeft aan dat de voorschoolse educatie plaats dient te vinden in een kindercentrum.
  • inhoud pedagogisch beleidsplan wat voorschoolse educatie betreft (art. 4a). Dit artikel gaat over de verplichting voor houders om in het pedagogisch beleidsplan het beleid voor voorschoolse educatie te beschrijven, te evalueren en bij te stellen.
  • taalniveau. Dit artikel gaat over het niveau (Nederlandse taal en rekenen) dat de beroepskrachten moeten beheersen.

Toelichting

De opsomming is aangevuld aan de hand van nieuwe wet- en regelgeving. Met ingang van 1 juli 2018 treedt namelijk het nieuwe Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in werking. Aan dat besluit is een nieuwe voorwaarde toegevoegd.

1. Onderwijs in Caribisch Nederland

Tekst in kader

11.5.2 Werkwijze

Voor scholen waar dit nog niet het geval is, blijven de kaders over het bereiken van de basiskwaliteit geldig*.

De inspectie beoordeelt in Caribisch Nederland vooralsnog alleen op het niveau van de standaarden. Hiermee laat de inspectie zien op welke standaarden de school een onvoldoende, voldoende of goede beoordeling verdient. Op deze wijze stimuleert de inspectie de verdere schoolontwikkeling nu de basiskwaliteit is bereikt en wordt voor ouders, leerlingen en andere belanghebbenden duidelijk inzicht gegeven in eventuele verbeterpunten.

Voetnoot

*Zie de beschrijving van basiskwaliteit  (maart 2011) op de website van de inspectie. Voor po en vo: http://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/content/assets/publicaties/2011/basiskwaliteit-po-en-vo-brochure.pdf en voor mbo en sociale kanstrajecten voor jongeren: http://www.onderwijsinspectie.nl/publicaties/2011/05/de-basiskwaliteit-van-het-middelbaar-beroepsonderwijs-mbo-en-de-sociale-kanstrajecten-jongeren-skj-caribisch-nederland.html.

Gewijzigd in

Voor scholen en opleidingen in het po, vo en mbo waar dit nog niet het geval is, blijven de kaders over het bereiken van de basiskwaliteit geldig tot 1 januari 2019*.

De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland over de standaarden, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op schoolniveau. Het eindoordeel 'zeer zwak' kan in Caribisch Nederland nog niet worden gegeven. Het eindoordeel 'onvoldoende' kan wel worden gegeven.

Tijdens een kwaliteitsonderzoek beoordelen wij de standaarden voor kwaliteitszorg per school en indien van toepassing ook op bovenschools directieniveau. We bespreken de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteitszorg met het bestuur en spreken het aan op zijn verantwoordelijkheden. Een oordeel op bestuursniveau geven wij vooralsnog echter niet. Vanwege de specifieke context in Caribisch Nederland, beoordelen we op bestuursniveau alleen de financiële standaarden. Dit gebeurt door de directie Rekenschap van de inspectie in separate rapportages.

Voetnoot

*Zie de beschrijving van de basiskwaliteit  (maart 2011) op de website van de inspectie. Voor po en vo: http://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/content/assets/publicaties/2011/basiskwaliteit-po-en-vo-brochure.pdf en voor mbo en sociale kanstrajecten voor jongeren: http://www.onderwijsinspectie.nl/publicaties/2011/05/de-basiskwaliteit-van-het-middelbaar-beroepsonderwijs-mbo-en-de-sociale-kanstrajecten-jongeren-skj-caribisch-nederland.html.

Toelichting

In de vorige versie van het onderzoekskader stond ten onrechte vermeld dat wij uitsluitend beoordelen op het niveau van de standaarden en niet op het niveau van de school. Dat is nu rechtgezet. Wij hebben altijd beoordeeld of het onderwijs voldoet aan de basiskwaliteit. Dat doen we ook bij deze nieuwe werkwijze.

In de vorige versie van het onderzoekskader ontbrak ook de melding dat wij in Caribisch Nederland geen oordelen geven op bestuursniveau, maar op school- of bovenschools directieniveau. Wij geven enkel op financiele standaarden oordelen op bestuursniveau. Dat wordt met deze wijziging rechtgezet.

In het primair onderwijs in Caribisch Nederland kan het eindoordel ‘zeer zwak’ nog niet worden gegeven. Vanuit het toezicht is het echter belangrijk dat de scholen in het primair onderwijs in Caribisch Nederland vergelijkbaar toezicht krijgen met de scholen in het primair onderwijs in Nederland. Wij hebben het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgesteld om te onderzoeken hoe we dit in de wetgeving kunnen regelen.

BIJLAGE 1. WAARDERINGSKADER SPECIAAL BASISONDERWIJS

Tekst in kader

ONDERWIJSPROCES (OP)

OP2.  Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Toelichting wettelijke eisen

Hiervoor wordt het ontwikkelingsperspectief opgesteld, geëvalueerd (met ouders) en zo nodig aangepast (art. 40a WPO en onderliggende regelgeving).

De leraren gebruiken de informatie over de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen om het onderwijs dagelijks en op langere termijn af te stemmen op het niveau en de ontwikkeling van de kinderen, om hiaten of voorsprongen ten opzichte van de geplande ontwikkeling te signaleren en om te bepalen welke leerlingen extra ondersteuning, begeleiding of externe zorg nodig hebben (art. 40a WPO). Ze gebruiken daarbij een cyclische aanpak van evalueren, analyseren, plannen, uitvoeren en weer evalueren (art. 8, eerste en zesde lid, WPO).

Gewijzigd in

OP2.  Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Toelichting wettelijke eisen

Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte volgt dit mede uit art. 8, vierde lid, WPO, en voor leerlingen met een (taal)achterstand uit art. 8, elfde lid, WPO.

De leraren gebruiken de informatie over de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen om het onderwijs dagelijks en op langere termijn af te stemmen op het niveau en de ontwikkeling van de kinderen, om hiaten of voorsprongen ten opzichte van de geplande ontwikkeling te signaleren en om te bepalen welke leerlingen extra ondersteuning, begeleiding of externe zorg nodig hebben (art. 40a, eerste en vierde lid, WPO). Hiervoor wordt het ontwikkelingsperspectief opgesteld, minimaal jaarlijks geëvalueerd (met ouders) en zo nodig aangepast (art. 40a, eerste en vierde lid, WPO en onderliggende regelgeving). Leraren  gebruiken daarbij een cyclische aanpak van evalueren, analyseren, plannen, uitvoeren en weer evalueren (art. 8, eerste en zesde lid, WPO)

Toelichting

De tekst is aangepast om de wettelijke grondslagen duidelijk te maken.

Tekst in kader

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs (art. 42, eerste lid, en 43 WPO).

Gewijzigd in

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs (art. 42, eerste lid, WPO).

Toelichting

In de tekst is een onjuiste verwijzing aangepast.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2.  Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • draagvlak voor visie en ambities

Gewijzigd in

KA2.  Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Te denken valt aan:

  • draagvlak voor visie en ambities;
  • ruimte voor eigenverantwoordelijkheid en zeggenschap van het personeel.

Toelichting wettelijke eisen

De school dient leraren een zelfstandige verantwoordelijkheid te geven bij de beoordeling van de onderwijsprestaties van leerlingen en voldoende zeggenschap te geven waar het gaat om het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school (art. 31a, eerste t/m derde lid, WPO).

Toelichting

Deze tekst is toegevoegd om te benadrukken dat de leraar zelf verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces.

Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Voetnoot over de continuïteit

19 In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.

Toelichting           

Er is een voetnoot met toelichting over de continuïteit toegevoegd. Deze toelichting was niet overal in het kader doorgevoerd.

Tekst in kader

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Gewijzigd in

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Voetnoot over de doelmatigheid

20 In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van de doelmatigheid beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving voor het funderend onderwijs. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd richt de inspectie zich op haar stimulerende taak op dit gebied en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.

Er is een voetnoot met toelichting over de doelmatigheid toegevoegd. Deze toelichting was niet overal in het kader doorgevoerd.

Tekst in kader

FB3.  Rechtmatigheid

Basiskwaliteit

Deze accountant opereert volgens de beroepsmaatstaven van de NBA19 en speciaal volgens het onderwijscontroleprotocol dat door de inspectie is opgesteld.

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijscontroleprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen.

Voetnoot

19Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA)

Gewijzigd in

FB3.  Rechtmatigheid

Basiskwaliteit

Deze accountant opereert volgens de beroepsmaatstaven van de NBA21 en speciaal volgens het onderwijsaccountantsprotocol dat door de inspectie is opgesteld.

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijsaccountantsprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen.

Voetnoot

21Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA)

Toelichting

De term ‘onderwijscontroleprotocol’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsaccountantsprotocol’.

BIJLAGE 2. Waarderingskader Onderwijs aan nieuwkomers

Tekst in kader

ONDERWIJSPROCES (OP)

OP2.  Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Basiskwaliteit

Het eoa verzamelt vanaf binnenkomst systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van zijn leerlingen. De school vergelijkt deze informatie met de verwachte ontwikkeling. Deze informatie en vergelijking maken het mogelijk om het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van zowel groepen als individuele leerlingen. De school kan op basis van het vastgestelde niveau en de mogelijke problematiek van elke leerling zichtbaar maken hoe zij gestructureerd werkt aan bestrijding van taalachterstand. Het eoa heeft voor alle leerlingen extra begeleiding (zowel in aanbod als gedrag) gepland. Deze extra begeleiding is gericht op een ononderbroken ontwikkeling.

Het eoa evalueert regelmatig (met ouders) of de extra begeleiding het gewenste effect heeft. Wanneer leerlingen niet genoeg lijken te profiteren van het onderwijs gaat het eoa na waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen hiervoor zijn.

Toelichting wettelijke eisen

Bij deze laatste groep leerlingen zoekt de school naar mogelijke verklaringen voor de stagnatie, zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast (art. 8, eerste, vierde en elfde lid, WPO).

Gewijzigd in

OP2.  Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Basiskwaliteit

De school verzamelt vanaf binnenkomst met behulp van een leerling- en onderwijsvolgsysteem systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van zijn leerlingen. Voor de kennisgebieden taal en rekenen/wiskunde gebeurt dit vanaf groep 3 met betrouwbare en valide toetsen die tevens een indicatie geven van de bereikte referentieniveaus. De school stelt vanuit deze informatie passende doelen op voor groepen en individuele leerlingen. De school kan op basis van het vastgestelde niveau en de mogelijke problematiek van elke leerling zichtbaar maken hoe zij gestructureerd werkt aan de onderwijsontwikkeling. Wanneer leerlingen niet genoeg lijken te profiteren van het onderwijs gaat de school na waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen hiervoor zijn. Vervolgens bepaalt zij wat er moet gebeuren om eventuele achterstanden bij leerlingen te verhelpen. De leerlingen krijgen daarmee de begeleiding die zij nodig hebben om beter het onderwijsprogramma te kunnen doorlopen. Deze extra begeleiding is gericht op een ononderbroken ontwikkeling.

Voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is er extra ondersteuning in zowel de cognitieve, als de motorische, als de sociale ontwikkeling. De extra ondersteuning is gericht op het realiseren van het ontwikkelingsperspectief.

De school evalueert regelmatig (met ouders) of  die extra begeleiding het gewenste effect heeft.

Toelichting wettelijke eisen

Bij deze laatste groep leerlingen zoekt de school naar mogelijke verklaringen voor de stagnatie, zodat het onderwijs daarop kan worden aangepast art. 8, eerste en elfde lid, WPO). Voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte volgt dit mede uit art. 8, vierde lid, WPO.

Toelichting

In de versie van het kader dat in 2017 is vastgesteld is bij deze standaard ten onrechte de tekst van OP2 uit het vo-kader overgenomen. In deze tekst ontbraken enkele wettelijke vereisten die wel in de WPO staan, maar niet in de WVO. Deze wettelijke vereisten zijn noodzakelijk om goed toezicht te kunnen houden op de ontwikkeling en begeleiding binnen nieuwkomersvoorzieningen. Daarom is deze tekst nu toegevoegd. Deze wijziging is ook afgestemd met LOWAN. LOWAN ondersteunt de scholen die het Eerste Opvangonderwijs aan nieuwkomers verzorgen in het Primair- en Voortgezet Onderwijs.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2.  Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Is er aanvullend beleid over de professionalisering en de kwaliteitscultuur en (hoe) wordt dit beleid gerealiseerd?

Te denken valt aan:

  • draagvlak voor visie en ambities

Gewijzigd in

KA2.  Kwaliteitscultuur

Eigen aspecten van kwaliteit

Is er aanvullend beleid over de professionalisering en de kwaliteitscultuur en (hoe) wordt dit beleid gerealiseerd?

Te denken valt aan:

  • draagvlak voor visie en ambities;
  • ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en zeggenschap van het personeel.

Toelichting wettelijke eisen

De school dient leraren een zelfstandige verantwoordelijkheid te geven bij de beoordeling van de onderwijsprestaties van leerlingen en voldoende zeggenschap te geven waar het gaat om het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school (art. 31a, eerste t/m derde lid, WPO).

Toelichting

Deze tekst is toegevoegd om te benadrukken dat de leraar zelf verantwoordelijk is voor en zeggenschap heeft over het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces.

Deze wijziging voeren wij in alle kaders door.

Tekst in kader

KA3.  Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen (art. 13, eerste lid, onder l, WPO). Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming (art. 8 en 10, 11, 12 en 14 WMS) en de benoeming van bestuurders.

Gewijzigd in

KA3.  Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

In de schoolgids dienen ook de gedane bevindingen te worden opgenomen ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg, evenals de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen (art. 13, eerste lid, onder o, WPO). Op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) moeten de schoolleiding en het bestuur zich verantwoorden aan de (G)MR, en deze betrekken bij de beleids- en besluitvorming (art. 8 en 10, 11, 12 en 13 WMS) en de benoeming van bestuurders.

Toelichting

In de tekst zijn enkele onjuiste verwijzingen aangepast.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de overheidsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Gewijzigd in

FB2.  Doelmatigheid

Eigen aspecten van kwaliteit

De wijze waarop het bestuur (bevoegd gezag) de onderwijsbekostiging zo besteedt dat deze adequaat ten goede komt aan de in het schoolplan geformuleerde ambities inzake effectief onderwijs en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Voetnoot over de doelmatigheid

23 In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van de doelmatigheid beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving voor het funderend onderwijs. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd richt de inspectie zich op haar stimulerende taak op dit gebied en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.

Toelichting

De term ‘overheidsbekostiging’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsbekostiging’.

Er is een voetnoot met toelichting over de doelmatigheid toegevoegd. Deze toelichting was niet overal in het kader doorgevoerd.

Tekst in kader

FB3.  Rechtmatigheid

Basiskwaliteit

Deze accountant opereert volgens de beroepsmaatstaven van de NBA19 en speciaal volgens het onderwijscontroleprotocol dat door de inspectie is opgesteld.

Voetnoot

19Nederlandse beroepsorganisatie van accountants

Gewijzigd in

FB3.  Rechtmatigheid

Basiskwaliteit

Deze accountant opereert volgens de beroepsmaatstaven van de NBA24 en speciaal volgens het onderwijsaccountantsprotocol dat door de inspectie is opgesteld.

Voetnoot

24 Nederlandse beroepsorganisatie van accountants

Toelichting

De term ‘onderwijscontroleprotocol’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsaccountantsprotocol’.

BIJLAGE 3. WAARDERINGSKADER SWV PASSEND ONDERWIJS

Tekst in kader

ONDERWIJSRESULTATEN (OR)

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur en staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, 28i eerste lid WEC).

Gewijzigd in

OR1. Resultaten

Toelichting wettelijke eisen

- Tekst hierboven is verwijderd.-

Toelichting

De verwijderde tekst slaat niet op de standaard ‘Onderwijsresultaten’, maar maakt deel uit van ‘Kwaliteitszorg en ambitie’. De tekst is daarom verplaatst naar de toelichting op KA3.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (WPO art. 18a, achtste lid onder e, WVO art. 17a, achtste lid, onder e)

Gewijzigd in

KA1. Kwaliteitszorg

Toelichting wettelijke eisen

Onder zorgdragen voor de kwaliteit van de taken valt in elk geval het naleven van de wettelijke bepalingen, waaronder die voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 18a, achtste lid, onder e, art. 10, jo. artikel 17a, eerste en derde lid, en 18a, lid 10a WPO, en artikel 34.10 van het Besluit bekostiging WPO, art. 17a, achtste lid, onder e, art. 23a, jo. artikel 24d eerste en derde lid en artikel 17a, lid 10a, WVO, en artikel 26 van het Inrichtingsbesluit WVO (zie ook de nota van toelichting in Stb. 2014, 95).

Toelichting

De wetsartikelen 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO zijn aan de tekst toegevoegd. Hiermee is het toezicht op de opdc’s en de wijze waarop het samenwerkingsverband stuurt op de onderwijskwaliteit van opdc’s onderbouwd.

Artikel 18a, lid 10a, WPO en artikel 17a, lid 10a, WVO vermelden dat het samenwerkingsverband een opdc kan inrichten. Artikel 17a, eerste en derde lid, WPO en artikel 24d, eerste en derde lid, WVO vermelden dat het bevoegd gezag in verband met de verplichting, als bedoeld in artikel 10 WPO en artikel 23a WVO, moet zorgen voor een scheiding tussen bestuur en intern toezicht. Het derde lid verklaart het eerste lid van toepassing voor samenwerkingsverbande. Samenwerkingsverbanden moeten bestuur en intern toezicht ook scheiden. Dit om artikel 10 WPO en artikel 23a WVO ook te borgen. Hierin zien wij een aanwijzing dat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs op het opdc.

Voor de duidelijkheid is in alle kaders een verwijzing naar het Staatsblad (2014 95, p. 31) opgenomen.

Tekst in kader

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het interne toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO).

Gewijzigd in

KA3. Verantwoording en dialoog

Toelichting wettelijke eisen

De wet gaat ervan uit dat het bestuur verantwoording aflegt in het jaarverslag, onder meer ten behoeve van het interne toezicht. (art. 171 WPO, art. 103 WVO). De interne toezichthouder ziet toe op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het bestuur, staat het bestuur met raad terzijde en legt hierover verantwoording af in het jaarverslag (art. 17c, eerste lid, WPO, art. 24 e1, eerste lid, WVO, art. 28i eerste lid WEC).

Toelichting

Deze tekst stond bij OR1, maar hoort thuis bij KA3 waar we kijken naar de verantwoording van de intern toezichthouder in het jaarverslag.

In het vijfde lid wordt aangegeven dat de voorgaande leden van artikel 24 e1 WVO van toepassing zijn op het samenwerkingsverband. Hiervoor hebben wij in alle kaders de volgende verwijzing opgenomen: ‘(art. 17c, eerste lid en vijfde lid, WPO, art. 24 e1, eerste en vijfde lid, WVO, art. 28i, eerste lid, WEC)’.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van de school/instelling raken.

FB3.  Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijscontroleprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen. Een controleverklaring is verplicht op grond van artikel 2 RJO in verbinding met artikel 2:393 BW.

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Toelichting wettelijke eisen

Over tussentijdse ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband bedreigen dient de ondersteuningsplanraad eveneens geïnformeerd te worden. De ondersteuningsplanraad kan verder zelf initiatief nemen om met bestuur in gesprek te gaan over ontwikkelingen die de continuïteit van het samenwerkingsverband raken.

Voetnoot over de continuiteit

25 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB2. Doelmatigheid

Voetnoot over de doelmatigheid

26 [In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van de doelmatigheid beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving voor het funderend onderwijs. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd richt de inspectie zich op haar stimulerende taak op dit gebied en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.]

FB3.  Rechtmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

Titel 9 van Boek 2 BW en artikel 3, onder a, van de RJO in verbinding met de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs alsmede het onderwijsaccountantsprotocol stellen tal van regels om deze transparantie in de verantwoording te verkrijgen. Een controleverklaring is verplicht op grond van artikel 2 RJO in verbinding met artikel 2:393 BW.

Toelichting

Dit kader is voor samenwerkingsverbanden en de tekst ging over scholen/instellingen.

Aan de tekst zijn twee voetnoten toegevoegd: een toelichting over de continuïteit en een toelichting over de doelmatigheid. Deze toelichtingen waren hiervoor niet in elk kader doorgevoerd. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereidt een wetsvoorstel deugdelijkheidseisen voor. Hierin wordt alleen een basis gecreëerd voor doelmatigheid en financieel beheer voor het bestuur van scholen in Nederland en Caribisch Nederland. Wij hebben het ministerie verzocht de samenwerkingsverbanden toe te voegen aan het wetsvoorstel. Tot die tijd zetten we de voetnoot tussen brackets.

De term ‘onderwijscontroleprotocol’ is vervangen door de correcte term ‘onderwijsaccountantsprotocol’.

Tekst in kader

Normering samenwerkingsverbanden

-Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

Normering samenwerkingsverbanden

Standaarden omvatten deugdelijkheidseisen en eigen aspecten van kwaliteit. Of een standaard als voldoende of onvoldoende wordt beoordeeld, is alleen gebaseerd op de vraag of het bestuur voldoet aan de deugdelijkheidseisen. Voor het oordeel of de waardering goed worden de eigen aspecten van kwaliteit28 als volgt bij de oordeelsvorming betrokken.

Op bestuursniveau geven we drie oordelen: op het kwaliteitsgebied Onderwijsresultaten, het kwaliteitsgebied Kwaliteitszorg en ambitie en het kwaliteitsgebied Financieel beheer. We hanteren daarbij onderstaande norm.

Voetnoot

28 Een eigen aspect van kwaliteit kan ook zijn: de ambitie om uit te stijgen boven de basiskwaliteit zoals die is vastgelegd in een wettelijk kwaliteitsaspect.

Toelichting

Bij de tabellen over de normering staat nu deze toelichting uit de scholen-kaders. Hierdoor zijn de tabellen compleet, beter leesbaar en conform de scholen-kaders.

De voetnoot is toegevoegd om ‘eigen aspecten van kwaliteit’ te verduidelijken.

BIJLAGE 4. Waarderingskader vVE gemeentelijk niveau

Tekst in kader

1. GEMEENTELIJK VVE-BELEID

1.1 Definitie doelgroepkind

Basiskwaliteit

Steeds meer gemeenten gaan ertoe over om ook de feitelijke ontwikkelingsachterstand bij binnenkomst in de peuterspeelzaal/het kinderdagverblijf mee te nemen in de doelgroepdefinitie.

Gewijzigd in

1.1 Definitie doelgroepkind

Basiskwaliteit

Steeds meer gemeenten gaan ertoe over om ook de feitelijke ontwikkelingsachterstand bij binnenkomst in het kinderdagverblijf mee te nemen in de doelgroepdefinitie.

Toelichting

De term ‘peuterspeelzalen’ is verwijderd, omdat peuterspeelzalen door wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn samengevoegd met de kinderopvang.

Tekst in kader

1.3 Toeleiding

Basiskwaliteit

Gemeenten dienen afspraken te maken met betrokken partners (bijvoorbeeld Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), consultatiebureau, organisaties van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven) over wie wanneer verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat potentiële doelgroepkinderen toegeleid worden naar een vve-voorziening.

Gewijzigd in

1.3 Toeleiding

Basiskwaliteit

Gemeenten dienen afspraken te maken met betrokken partners (bijvoorbeeld Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), consultatiebureau, organisaties van kinderdagverblijven) over wie wanneer verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat potentiële doelgroepkinderen toegeleid worden naar een vve-voorziening.

Toelichting

De term ‘peuterspeelzalen’ is verwijderd, omdat peuterspeelzalen door wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn samengevoegd met de kinderopvang.

Tekst in kader

1.4 Doorgaande lijn

Basiskwaliteit

Een soepele doorgaande lijn van voor- naar vroegschool is belangrijk voor succesvolle vve.

Gemeenten dienen minimaal afspraken gemaakt te hebben met vve-instellingen en schoolbesturen over de overdracht van kindgegevens van voor- naar vroegschool, waarbij gegevens over de ontwikkeling van het kind een onderdeel zijn van deze gegevens.

Gewijzigd in

1.4 Doorgaande lijn

Basiskwaliteit

Een soepele doorgaande lijn van voor- naar vroegschool is belangrijk voor succesvolle vve.

Gemeenten dienen minimaal afspraken gemaakt te hebben met houders van kinderopvang en schoolbesturen over de overdracht van kindgegevens van voor- naar vroegschool, waarbij gegevens over de ontwikkeling van het kind een onderdeel zijn van deze gegevens.

Toelichting

De term ‘vve instellingen’ is vervangen door de correcte term ‘houders van kinderopvang’.

Tekst in kader

1.6 Vve-coördinatie op gemeentelijk niveau

Eigen aspecten van kwaliteit

Hierdoor wordt vve een gezamenlijk gedragen beleid, waar schoolbesturen, instellingen voor peuterspeelzaalwerk en kinderopvang, centra voor jeugd en gezin, het consultatiebureau en anderen bij betrokken zijn.

Gewijzigd in

1.6 Vve-coördinatie op gemeentelijk niveau

Eigen aspecten van kwaliteit

Hierdoor wordt vve een gezamenlijk gedragen beleid, waar schoolbesturen, instellingen voor kinderopvang, centra voor jeugd en gezin, het consultatiebureau en anderen bij betrokken zijn.

Toelichting

De term ‘peuterspeelzalen’ is verwijderd, omdat peuterspeelzalen door wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn samengevoegd met de kinderopvang.

Tekst in kader

3. VVE-CONDITIES

3.1 De gemeente heeft geregeld dat de GGD de basiskwaliteit van de voorscholen beoordeelt.

Basiskwaliteit

Deze standaard heeft betrekking op het voldoen aan de basiskwaliteit volgens de Wet op de kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art. 1.50 en 2.6) en de basiskwaliteit voorschoolse educatie (art. 1.50b en 2.8 Wkkp en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.)

Toelichting wettelijke eisen

Het toezicht voor deze standaard is gebaseerd op artikel 1.63 en artikel 2.21 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Daarin zijn de taken van de toezichthouder vastgelegd.

Gewijzigd in

3.1 De gemeente heeft geregeld dat de GGD de basiskwaliteit van de voorscholen beoordeelt.

Basiskwaliteit

Deze standaard heeft betrekking op het voldoen aan de basiskwaliteit volgens de Wet op de kinderopvang (art. 1.50 en 2.6) en de basiskwaliteit voorschoolse educatie (art. 1.50b en 2.8 Wkkp en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.)

Toelichting wettelijke eisen

Het toezicht voor deze standaard is gebaseerd op artikel 1.63 en artikel 2.21 van de Wet kinderopvang. Daarin zijn de taken van de toezichthouder vastgelegd.

Toelichting

De term ‘peuterspeelzalen’ is verwijderd, omdat peuterspeelzalen door wijzigingen in de wet- en regelgeving zijn samengevoegd met de kinderopvang.

Tekst in kader

Normering

Ook kan sprake zijn van het oordeel ‘goed’. Deze waardering van de standaarden op gemeentelijk niveau zijn hetzelfde als in het po-kader.

Gewijzigd in

Normering

Ook kan sprake zijn van de waardering ‘goed’. Deze waardering van de standaarden op gemeentelijk niveau zijn hetzelfde als in het po-kader.

De waardering van de eigen aspecten van kwaliteit vindt op twee manieren plaats.

  1. Bij de oordeelsvorming op de standaard zijn de eigen aspecten van kwaliteit doorslaggevend voor de waardering ‘goed’ (par. 4.2).
  2. De standaarden Vve-coordinatie op gemeentelijk niveau (1.6), Integraal vve-programma (2.1), Ouders (2.2.), Externe zorg (2.3), Interne kwaliteitszorg voor- en vroegscholen (2.4), Systematische evaluatie en verbetering van vve op gemeentelijk niveau (2.5) en Er is een gemeentelijke vve-subsidiekader (3.2) kennen geen wettelijke basis. Als de gemeente op deze standaarden geen eigen ambities en doelen stelt/realiseert dan leidt dat niet tot een oordeel ‘onvoldoende’, maar geven we dit aan als ‘kan beter’. Als de gemeente de eigen aspecten van kwaliteit op overtuigende wijze laat zien (zowel in ambitie als realisatie) dan verbinden we daaraan de waardering ‘goed’.
Waardering standaarden

Waardering standaard

 Richtlijn voor waardering eigen aspecten van kwaliteit

Goed

De gemeente laat de eigen aspecten van kwaliteit op overtuigende wijze zien.

Voldoende

De gemeente laat de eigen aspecten van kwaliteit zien.

Kan beter

De gemeente laat de eigen aspecten van kwaliteit niet of beperkt zien.

Toelichting

In het Onderzoekskader VE&PO ontbrak een tabel met daarin de waardering: ‘kan beter’. Dat is immers het geval bij de standaarden met eigen aspecten van kwaliteit. Er staat nu alleen dat de oordelen ‘goed, voldoende en onvoldoende zijn’ bij standaarden met een wettelijke basis. Daarom voegen we deze tabel alsnog in.

BIJLAGE 5. WAARDERINGSKADER VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Tekst in kader:

KWALITEITSGEBIEDEN EN STANDAARDEN

OP. Ontwikkelingsproces

OP1

Aanbod

OP2

Zicht op ontwikkeling

OP3

Pedagogisch-educatief handelen

OP4

(Extra) ondersteuning

OP6

Samenwerking

RV. Resultaten voorschoolse educatie

RV1

Ontwikkelingsresultaten

KA. Kwaliteitszorg en ambitie

KA1

Kwaliteitszorg

KA2

Kwaliteitscultuur

KA3

Verantwoording en dialoog

Gewijzigd in

KWALITEITSGEBIEDEN EN STANDAARDEN

OP. Ontwikkelingsproces

OP1

Aanbod

OP2

Zicht op ontwikkeling

OP3

Pedagogisch-educatief handelen

OP4

(Extra) ondersteuning

OP6

Samenwerking

OR. Ontwikkelingsresultaten voorschoolse educatie

OR1

Ontwikkelingsresultaten

KA. Kwaliteitszorg en ambitie

KA1

Kwaliteitszorg

KA2

Kwaliteitscultuur

KA3

Verantwoording en dialoog

Toelichting: In het waarderingskader VE staat op pagina 94 ‘Resultaten (RV)’ en ‘RV1. Ontwikkelingsresultaten’. In het PO zijn deze termen aangepast aan de hand van het waarderingskader VE.

RESULTATEN (RV)

Tekst in kader

RV1.  Ontwikkelingsresultaten

De voorschool behaalt met haar peuters resultaten voor taal en rekenen die ten minste in overeenstemming zijn met de gestelde doelen. De voorschool gaat na of de peuters goed zijn toegerust voor de basisschool. De peuters behalen daarnaast sociale competenties en motorische vaardigheden op het niveau dat ten minste in overeenstemming is met de gestelde doelen.

Gewijzigd in

ONTWIKKELINGSRESULTATEN (OR)

OR1.  Ontwikkelingsresultaten

De voorschool behaalt met haar peuters resultaten voor taal en rekenen die ten minste in overeenstemming zijn met de gestelde doelen. De voorschool gaat na of de peuters goed zijn toegerust voor de basisschool. De peuters behalen daarnaast sociale competenties en motorische vaardigheden op het niveau dat ten minste in overeenstemming is met de gestelde doelen.

Toelichting

In het waarderingskader VE staat op pagina 94 ‘Resultaten (RV)’ en ‘RV1. Ontwikkelingsresultaten’. In het PO zijn deze termen aangepast aan de hand van het waarderingskader VE.

BIJLAGE 6. WAARDERINGSKADER ONDERWIJS IN CARIBISCH NEDERLAND

Tekst in kader

ONDERWIJSPROCES (OP)

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs [art. 48 WPO BES]. Dit staat ook in relatie met de wettelijke eis om het onderwijs af te stemmen op de ontwikkeling van leerlingen (art. 10, eerste lid, WPO BES).

Gewijzigd in

OP6.  Samenwerking

Toelichting wettelijke eisen

In het belang van de doorgaande ontwikkeling verplicht de wet de school informatie te verstrekken bij vertrek van de leerling naar een andere school of vervolgonderwijs (art. 48 WPO BES). Dit staat ook in relatie met de wettelijke eis om het onderwijs af te stemmen op de ontwikkeling van leerlingen (art. 10, eerste lid, WPO BES).

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

KWALITEITSZORG EN AMBITIE (KA)

KA2.  Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

Het vaststellen van een managementstatuut waaruit de verantwoordelijkheidsverdeling in de aansturing van de school blijkt, is verplicht volgens [artikel 33 WPO BES].

Het zodanig inrichten van het onderwijs dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen, het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen (art. 10, eerste lid, WPO BES), en het uitvoeren van de verbetermaatregelen op basis van het kwaliteitszorgsysteem (art. 13 en 15, vierde lid, WPO BES) kunnen alleen gerealiseerd worden door personeel dat professioneel is en blijft. In het schoolplan moet een beschrijving van het personeelsbeleid worden opgenomen. In dat kader is ook het bijhouden van de bekwaamheidsdossiers [art. 36 WPO BES] van belang.

Gewijzigd in

KA2.  Kwaliteitscultuur

Toelichting wettelijke eisen

Het vaststellen van een managementstatuut waaruit de verantwoordelijkheidsverdeling in de aansturing van de school blijkt, is verplicht volgens (artikel 33 WPO BES).

Het zodanig inrichten van het onderwijs dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen, het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen (art. 10, eerste lid, WPO BES), en het uitvoeren van de verbetermaatregelen op basis van het kwaliteitszorgsysteem (art. 13 en 15, vierde lid, WPO BES) kunnen alleen gerealiseerd worden door personeel dat professioneel is en blijft. In het schoolplan moet een beschrijving van het personeelsbeleid worden opgenomen. In dat kader is ook het bijhouden van de bekwaamheidsdossiers (art. 36 WPO BES) van belang.

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

FINANCIEEL BEHEER (FB)

FB1. Continuïteit

- Zie toevoeging hieronder.-

Gewijzigd in

FB1. Continuïteit

Voetnoot over de continuïteit

29 In het kader van de evaluatie van de deugdelijkheidseisen in het funderend onderwijs heeft de inspectie geconstateerd dat het aspect van financiële continuïteit beter geborgd zou moeten worden in sectorale wetgeving. Een voorstel op dit gebied kan op termijn leiden tot een uitbreiding of aanpassing van de onder basiskwaliteit opgenomen elementen. Tot die tijd behoort de financiële continuïteit tot de ‘eigen aspecten van kwaliteit’, waar de inspectie vanuit haar stimulerende taak toezicht op zal houden, en zal alleen een onvoldoende worden gegeven als een bestuur niet voldoet aan de op dit moment onder basiskwaliteit opgenomen elementen.

Toelichting

Er is een voetnoot toegevoegd met een toelichting over de continuïteit. Deze toelichting was niet overal in het kader doorgevoerd.

Tekst in kader

FB2.  Doelmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

De doelmatige besteding van de onderwijsbekostiging door het bestuur is onderwerp van het toezicht van de intern toezichthouder [art. 25, eerste lid, onder c, WPO BES]. Over deze taak verantwoordt de intern toezichthouder zich in het jaarverslag [art. 25, eerste lid, onder e, WPO BES].

Gewijzigd in

FB2.  Doelmatigheid

Toelichting wettelijke eisen

De doelmatige besteding van de onderwijsbekostiging door het bestuur is onderwerp van het toezicht van de intern toezichthouder (art. 25, eerste lid, onder c, WPO BES). Over deze taak verantwoordt de intern toezichthouder zich in het jaarverslag (art. 25, eerste lid, onder e, WPO BES).

Toelichting

De brackets zijn vervangen door haakjes, omdat de wetsartikelen in werking zijn getreden.

Tekst in kader

Normering

De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland over de standaarden, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op schoolniveau. Het eindoordeel 'zeer zwak' kan in Caribisch Nederland nog niet gegeven worden. Het eindoordeel 'onvoldoende' kan wel worden gegeven.

Gewijzigd in

Normering

De inspectie oordeelt in Caribisch Nederland over de standaarden, met uitzondering van de standaarden voor onderwijsresultaten. Voor onderwijsresultaten zijn voor Caribisch Nederland geen normen vastgesteld. Daarnaast geeft de inspectie een eindoordeel op schoolniveau. Het eindoordeel 'zeer zwak' kan in Caribisch Nederland nog niet worden gegeven. Het eindoordeel 'onvoldoende' kan wel worden gegeven.

Toelichting

In de vorige versie van het onderzoekskader stond ten onrechte vermeld dat wij uitsluitend beoordelen op het niveau van de standaarden en niet op het niveau van de school/afdeling. Dat is nu rechtgezet. Wij hebben altijd beoordeeld of het onderwijs voldoet aan de basiskwaliteit. Dat doen we ook bij deze nieuwe werkwijze.