Waarom gaat de norm voor het Bovenbouwsucces voor het havo wel omhoog?

Bij de start van het huidige model is in 2016 voor alle indicatoren de norm vastgelegd bij de laagste 15%. Hiermee sloten we aan bij de prestaties van het onderwijsveld. De norm voor het Bovenbouwsucces van het havo werd hierbij zo laag, dat we het maatschappelijk onaanvaardbaar vonden (minder dan 80%). Daarom is deze norm destijds verhoogd tot 80%, waarbij we voor de periode daarna de norm verder wilden harmoniseren met de andere onderwijssoorten.

Deze stap heeft een goede uitwerking gehad. We zien namelijk een beduidende afname van havo-afdelingen die onvoldoende scoren: van 11% in 2016 naar 6% in 2019. De verhoging die we in 2020 zullen doorvoeren (normverhoging van 80% naar 82%) is een volgende stap hierin.

Het verhogen van de norm heeft het risico in zich dat er versmalling komt van het aanbod en dat scholen afzien van kansen bieden. We hebben mede daarom gekozen voor een slechts beperkte normverhoging, waarbij we de balans zoeken tussen het voorkomen van deze risico’s enerzijds en het geven van een extra prikkel aan verbetering van de havoprestaties anderzijds. Ook dit beschouwen we als stimulerend toezicht.