Weblogs

Eerste indruk

Sinds bijna een maand ben ik inspecteur-generaal van het Onderwijs. Nog niet zo lang dus, maar al snel kreeg ik de vraag wat mijn eerste indruk is. Ik zeg dan vaak dat ik mijn eerste indrukken al veel eerder opdeed. Hiervoor werkte ik immers 6 jaar aan onderwijsbeleid, als directeur-generaal bij het ministerie van OCW. Ik ken de grote betrokkenheid van iedereen die in het onderwijsveld werkt, en weet dat die betrokkenheid bij de inspectie niet anders is. Ook bij de inspectie werken professionals die maximaal willen bijdragen aan goed onderwijs voor alle leerlingen.

Hoewel ik de inspectie dus al vrij goed kende, ben ik me toch ook bewust van het andere perspectief. Beleid en toezicht zijn echt verschillende dingen. Ook daarom ben ik de eerste tijd veel aan het luisteren en aan het vragen. Om te checken of het beeld dat ik al had wel klopt. Om te ervaren wat er misschien toch net wat anders zit dan ik dacht. Nieuwsgierig, onderzoekend, luisterend. In feite zoals het een inspecteur betaamt.

Natuurlijk heb ik daarbij met de impact van het coronavirus te maken. Het leren kennen van de organisatie en de mensen en ook het werk, dat gebeurt nu veel op afstand. En dat is zonder meer een handicap. Er gaat niets boven echte contacten, zonder scherm ertussen. Maar geen klachten hoor; het is allemaal te doen, de technische mogelijkheden zijn groot. En ik kende veel mensen natuurlijk al, binnen en buiten de inspectie. Dat scheelt enorm.

Voor het onderwijs zijn de gevolgen van het coronavirus echt een stuk ingrijpender. Als inspectie brengen we met de Covid-19-monitor gestructureerd in beeld wat scholen en instellingen allemaal doen om het onderwijs zo goed mogelijk te continueren. Daarbij krijgen we terug dat er heel veel op afstand kan, maar dat fysiek onderwijs cruciaal is om volwaardig invulling te kunnen geven aan de brede opdracht van onderwijs. Wat veel bestuurders en schoolleiders tegelijkertijd roemen is de enorme veerkracht en het grote aanpassingsvermogen van de leraren. We horen ook hoe akelig leraren het vinden als ze het contact verliezen met sommige leerlingen. Dat er achterstanden ontstaan en dat op een deel van de scholen de verschillen tussen leerlingen zijn toegenomen. Het coronavirus lijkt de kwetsbaarheden van het onderwijs nog eens extra scherp bloot te leggen.

Rustig inwerken is er dus niet bij. Het onderwijs gaat door en dat geldt ook voor het toezicht. Ook voor de inspectie is 2020 een jaar zonder precedent, met tal van nieuwe uitdagingen. Zo zijn we een werkwijze aan het ontwikkelen om de ervaringen met afstandsonderwijs in kaart te brengen en om de kwaliteit en de kwaliteitsborging daarvan in kaart te brengen en te beoordelen. Daar is maatschappelijk vraag naar en de inspectie kan op dit punt houvast bieden.

Misschien komt er een gelegenheid nader kennis met u te maken. Een flink aantal bestuurders en schoolleiders heb ik al eens ontmoet, maar het onderwijsveld is groot. Misschien hebt u met deze weblog al een eerste indruk. Hoe dan ook: graag nodig ik u uit om mij en mijn collega’s te blijven bevragen, ons open en kritisch te blijven volgen. Zo kunnen we ieder vanuit de eigen rol verder bouwen aan de kwaliteit van het onderwijs. Het is ons uiteindelijk allemaal te doen om de leerlingen en studenten. Juist ook de leerlingen en studenten van nu, die later hopelijk, ondanks alles, terug kunnen kijken op een geslaagde school- en studieloopbaan.

Alida Oppers

Alida Oppers

inspecteur-generaal van het Onderwijs