Weblogs

Weblog: Ouders als conservator van de toetscultuur

Alweer een jaar geleden wees de ombudsvrouw op de grote stress bij leerlingen. Stress die voor een groot gedeelte komt door de hoeveelheid proefwerken en toetsen. Dat er toetsdruk bestaat  in ons onderwijs, vindt grote bijval. Leerlingen maken soms wel tot 100 proefwerken, toetsen en so’s per jaar. Nederland schijnt daar tamelijk uniek in te zijn. Het gevolg van al die toetsen is dat leerlingen eigenlijk alleen nog maar leren voor toetsen. “Is het voor een toets?” is een van de meest gehoorde vragen waarmee leerlingen hun eigen leerproces vormgeven.

Foto Fije Hooglandt

Fije Hooglandt

De ontbrekende feedback

Nou is er niets mis met leren voor een toets. Mits de toets het goede vraagt. Bovendien geeft het leerlingen feedback: wat weet ik al wel en waar ik moet nog een tandje bijzetten. Maar daar zit nu juist het probleem: veel toetsen geven die feedback niet. Het levert alleen maar een getal op, een cijfer.  Dat cijfer zegt eigenlijk niets, het ordent leerlingen hoogstens ten opzichte van elkaar. Zo kwam mijn dochter laatst thuis met een teleurstellende 4.9 voor natuurkunde. Maar zo stelde ze mij en vooral zichzelf direct gerust: “De hele klas heeft het slecht gemaakt, ik was nog één van de besten.”

Het belang van ouders

Als het zo weinig informatie biedt en wel een hoop stress, waarom blijven we het dan doen? De afgelopen tijd hebben we daar met diverse mensen verkennende gesprekken over gevoerd. Wat mij daarbij erg opviel is de rol van ouders.  Zij blijken de grote hoeders van dit systeem. Je zou juist denken dat ouders hun kinderen tegen de stress van de grote toetsdruk willen beschermen. Dat willen ze misschien ook wel, maar het weegt niet op tegen het belang dat ze erbij hebben. Hoe zit dat?

De toets geeft ouders handzame informatie

In een (meritocratische) samenleving als de onze, waarin de sociale status bepaald wordt door prestaties en capaciteiten, creëer je je eigen kansen. Althans in theorie. De kansen op een welvarende toekomst worden vergroot door het behaalde opleidingsniveau. Als een bok op de haverkist zorgen ouders ervoor dat hun kind zo hoog mogelijk terecht komt binnen de hiërarchie van ons onderwijsstelsel. Zeker de ouders uit de midden- en hogere klasse.

Om daar zo goed mogelijk in te sturen, heb je informatie nodig. Handzame getallen die je vertellen of je kind recht heeft op een hoog advies. Dat helpt in de gesprekken met leraren. Cijfers en toetsen geven bovendien inzicht of je kind steun en hulp nodig heeft. ‘Kunnen we de 4-score bij E7 nog wat verhogen door thuis extra te oefenen?’, ‘Betekent die 5.5 voor scheikunde dat ik bijles moet regelen?’ dat zijn de vragen die over de Nederlandse keukentafel gaan.

Een bemoedigende smiley of een enkelvoudig plusje in een portfolio bij een project geeft veel minder houvast bij dergelijke overwegingen.

Ouders vergroten zo onbewust de toetsdruk

Ouders zetten scholen dus aan om veel toetsgegevens te leveren. Ze volgen het nauwgezet via Magister en andere leerlingvolgsystemen waartoe zij toegang hebben gekregen. Leerlingen vertelden dat hun ouders soms eerder weten welk cijfer ze hebben gehaald dan zijzelf. Het lijkt me dat de toetsdruk daarmee alleen nog maar groter wordt voor leerlingen.

Maar natuurlijk is dit niet wat ouders echt willen. Ze willen vooral dat hun kind gelukkig is, gemotiveerd om te leren en zich competent voelt. Echte motivatie in de zin van ‘willen leren en ontdekken’. Niet voor een toets. Want laten we wel wezen: met het behalen van een diploma zijn kinderen er niet in de huidige samenleving. Ze zullen hun leven lang moeten leren. Zoals een bevriende chirurg laatst zei: “Alle kennis die ik vandaag toepas tijdens een operatie heb ik geleerd na mijn artsdiploma. Wat ik op universiteit leerde, is allang verouderd.” Dus voor echt succes moet je altijd willen blijven leren. Het scheelt als je weet hoe dat te doen en als je het leuk vindt.

Als ouders dat meer zouden beseffen, dan zouden ze hun kinderen wellicht op een andere manier ondersteunen en bijsturen dan ze nu doen. En daarmee het onderwijs helpen zich te bevrijden van de toetsdruk.

Fije Hooglandt

Fije Hooglandt is strategisch inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs. Ze adviseert  over de vraag hoe toezicht kan bijdragen aan beter onderwijs en ze ontwikkelt nieuwe toezichtsmethodieken. Fije is in hoge mate geboeid door stelseldilemma’s bijvoorbeeld rond toetsing en examens.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Wacht even... ouders vergroten de toetsdruk. Maar als wij als professionals Magister zo belangrijk maken dat het cijfer eerder thuis is dan de leerling, en we in veel gevallen bovendien het pijltje aanzetten dat meteen aangeeft of het gemiddelde cijfer is gedaald (rood pijltje) of is gestegen (zwart pijltje), dan máken we met z'n allen ouders gestresst. Peter de Vries

    Van: Peter de Vries | 14-11-2017, 09:00

  • Ouders zijn immers zelf opgegroeid in dit systeem. Zoals het gaat bij iedere kanteling: ook onder ouders heb je voorlopers en kartrekkers. Ik acht echter degenen werkzaam in het onderwijs als eerste verantwoordelijk voor het bewustmaken van ouders van de noodzaak van verandering van het oude prestatiegerichte onderwijssysteem. Daarvoor moet misschien eerst het gedachtengoed meer gemeengoed worden onder diegenen werkzaam in het onderwijs. Laten we dus ouders meenemen. Hen blijven informeren over wat ons bezield en wat het belang is.

    Van: Lianna Zuidema | 13-11-2017, 09:07

  • Fije helemaal mee eens. Wij kijken met de vmbo en mbo docenten voor(r)uit en begeleiden en ontwikkelen de leerlingen formatief. Gisteren aan 350 bevlogen mensen uit het onderwijs gepresenteerd. Wil je meer weten ?

    Van: Adri Pijnenburg | 11-11-2017, 20:29

  • Vanuit mijn internationale ervaring kan ik me hier helemaal in vinden: ik zie dagelijks dat het Nederlandse VO gevangen zit in een zeer verouderde cijfercultuur. Een getal is geen feedback! Het VO gaat hun leerlingen pas recht doen met stelselmatig formatief toetsen en het geven van echte feedback. Wat dat betreft is men in het PO hier m.i. veel verder mee.

    Van: Eveline Hilkes Leane | 11-11-2017, 09:02

  • Ik zou hier graag eens verder over spreken met mevrouw Hooglandtvanuit mijn ervaring als rector/bestuurder. In mijn optiek ontbreekt in dit verhaal de rol van de overheid die dit aanjaagt.
    F.brokers@de-breul.nl

    Van: Ferry Brokers | 11-11-2017, 07:58

  • Als ik mijn dochter vraag of ze weet wat ze goed deed/nog kan verbeteren, nadat ze een toets heeft gemaakt, kijkt ze me vragend aan. “Ik had toch een 6,7 of...” Zolang ik niet merk dat feedback verstrekt wordt, geeft alleen een continue stroom kwantitatieve cijfers mij een beeld van hoe ze zich ontwikkelt. Ondertussen bewaak ik dat ze niet op haar tenen loopt, en stimuleer ik elk initiatief van school tot meer formatieve evaluatie!

    Van: Ilona Mathijsen | 11-11-2017, 07:50

  • Ouders zijn conservator, goed, het kan niet anders (hoezo een smiley is niet genoeg?), maar dan toch een toets, voor ouders.

    Maar fundamenteel ligt het anders: de ouders lijken de hoeders van het systeem te zijn, maar ze zijn het niet.
    Het onderwijs moet selecteren, sorteren, trechteren (confectie-industrieachtig), daarin wordt het een en ander bevochten (door ouders). Anders gezegd ouders zijn “gegijzeld” door het systeem, ze kunnen niet anders dan binnen het systeem het beste ervan maken.
    Dat betekent dus geenszins dat ouders hoeders van het systeem zijn. Je ziet het ook wanneer ouders niet gebaat zijn bij het systeem.
    De trenddiscussie rond hoogbegaafdheid maakt het beter zichtbaar dan de vruchteloze onderwijsachterstandenbeleid omgedoopt tot onderwijskansenbeleid.
    Een toets -bij hoogbegaafden- maakt (per definitie?) zichtbaar dat “curriculum” arbitrair en zelfs oneigenlijk is.
    (Dit is mogelijk niet anders voor leerlingen met bescheiden cognitieve capaciteiten, maar met skills die wij nog niet eens weten, omdat we vooral “toetsen” om te selecteren, sorteren, afvoeren.)
    De uiteinden van het cognitieve spectrum (uw chirurg) maken zichtbaar dat kennis en informatie achterhaald raken of vergeten worden. Dus, wat te doen? Maar zonder een “8” was die chirurg niet geselecteerd.
    Duivels dilemma en noodzakelijk kwaad, zal de ChristenUnie minister zeggen!!! :)

    Van: A. Ben Aissa | 10-11-2017, 12:00

  • Dit is een interessante observatie. Maar passen de ouders zich niet gewoon aan? Sluiten zij zich aan bij de cijfercultuur die er al heerst?
    Ik vind deze conclusie erg voorbarig.
    En waarom niet gepoogd ( in plaats van schuldigen aan te wijzen) om meer formatieve toetsing te stimuleren en ontwikkelen?
    Hoe zouden we dat kunnen bewerkstelligen!?
    Hanneke Tuithof
    Vakdidacticus UU en lector didactiek van de gammavakken Fontys

    Van: Hanneke Tuithof | 10-11-2017, 11:59

  • Prima strekking. Toch mis ik dan de vertaling naar een summatieve afsluiting. Van een plusje met feedback naar een valide, eenduidige afsluiting die eerlijk is voor de leerling en werkbaar voor de docent!

    Van: J. De Nijs | 09-11-2017, 20:48