Weblogs

Passend onderwijs en de rol van de inspectie

Als een school veel leerlingen opvangt die extra ondersteuning nodig hebben, moet ze dan bang zijn voor de inspectie? Niets is minder waar, schrijft hoofdinspecteur Arnold Jonk in een column over passend onderwijs.

Arnold Jonk

Ver van de boom

Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van 'Far from the Tree', een mooi boek van Andrew Solomon. In dat, zeer lijvige, boek beschrijft hij kinderen die heel anders zijn dan hun ouders. Omdat ze bijvoorbeeld doof zijn, hoogbegaafd of crimineel. Hoe ingrijpend dat is. In veel van die verhalen komt de essentiële plek van de school in de levens van de kinderen terug. Het is Amerikaans, dus niet altijd goed te vergelijken met onze situatie. Maar in de kern is het goed te herkennen. Juist kinderen die anders zijn, hebben zo veel te winnen en te verliezen bij goed onderwijs. En de ouders van die kinderen hebben genoeg uitdagingen, die zoeken naar steun en niet naar bureaucratische nachtmerries. De vraag is ook steeds hoe open, hoe inclusief, de samenleving is.

Maatwerk voor leerlingen

Voor mij zijn dat essentiële uitgangspunten, kijkend naar de invoering van passend onderwijs. Maatwerk voor leerlingen, inclusief onderwijs waar dat kan, gericht op kwaliteit en niet op papierwerk. De verantwoordelijkheid voor het realiseren daarvan ligt allereerst bij de professionals en andere betrokkenen op de scholen, instellingen en besturen zelf. Het passend onderwijs moet in de praktijk vorm krijgen.

Rol van de Onderwijsinspectie

De Onderwijsinspectie heeft natuurlijk ook een rol. Onze invalshoek is en blijft het beoordelen van de kwaliteit van het daadwerkelijk gegeven onderwijs. Wij beoordelen dus geen intenties, plannen of afspraken, maar zoeken naar het effect daarvan op de school en in de klas. Tegelijkertijd houden wij toezicht op de samenwerkingsverbanden. Komen die hun wettelijke taken na? Dat is voor ons de vraag. We vullen die toezichtsrol nu stimulerend en agenderend in. Het samenwerkingsverband is een nieuwe ‘speler’ in het onderwijs, die in verschillende regio’s verschillende gedaanten aanneemt. Dat past prima binnen de Wet passend onderwijs, die samenwerkingsverbanden veel ruimte geeft eigen keuzes te maken. Waar het uiteindelijk om gaat, en waar het ons ook om te doen is, is het effect van de keuzes op de kwaliteit van het onderwijs voor leerlingen.

Sterke school

Het komt voor dat scholen voor regulier onderwijs zeggen dat ze liever geen leerlingen met een extra ondersteuningsvraag opvangen. Omdat ze bang zijn dat hun resultaten daaronder zullen lijden en ze vervolgens met de Onderwijsinspectie te maken krijgen. Dat soort geluiden bereikt ons ook. Niets is minder waar. Een school die zijn verantwoordelijkheid neemt in de lokale onderwijsopgave, die inclusief onderwijs van hoge kwaliteit levert, is een sterke school. Zo richten wij ons toezicht ook in. Met concrete signalen van scholen die denken dat het anders werkt, gaan wij graag aan de slag.

Informatie geeft zekerheid

In gesprekken die wij hebben met besturen, schoolleiders, docenten en ouders, is het verspreiden van informatie een urgent thema. Wie nu niet precies weet of er iets verandert in de eigen situatie per 1 augustus 2014, maakt zich vaak zorgen, valt ons op. Dat is ook logisch. Daarom is het ook goed dat we nu de Week van passend onderwijs meemaken. Het zal er voor zorgen dat veel meer mensen op de hoogte komen van wat anders wordt, maar zeker zullen begrijpen dat er ook veel continuïteit is. Informatie geeft zekerheid, daar heeft iedereen recht op.

Arnold Jonk, hoofdinspecteur primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Deze column verscheen eerder op de website van het Informatiepunt Passend Onderwijs.

Meer weblogberichten