2 meiden zitten samen in schoolbankje en krijgen allebei individueel uitleg van leerkracht
© Inspectie van het Onderwijs

Onderwijs tijdens COVID-19: scholen hebben zorgen over de continuïteit van het onderwijs en over leerachterstanden van leerlingen

In de periode tussen de zomervakantie en de herfstvakantie was er bij scholen en instellingen grote zorg over de voortdurende belasting van leraren. Als gevolg daarvan kwamen de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs in gevaar. Ook was er aanhoudende zorg over oplopende en mogelijk blijvende leerachterstanden en het risico op groeiende kansenongelijkheid voor leerlingen en studenten. Dit blijkt uit de voortzetting van het onderzoek naar de effecten van COVID-19 op het onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs, bij een representatieve steekproef van 847 scholen, instellingen en samenwerkingsverbanden.

Derde onderzoeksperiode

De inspectie sprak in de eerste helft van oktober telefonisch of per videoverbinding met schoolleiders, bestuurders, afdelingsleiders en onderwijsondersteunende medewerkers uit het gehele Nederlandse onderwijsveld. Tijdens de onderzoeksperiode liep de werkdruk opnieuw fors op en leidden personele problemen ertoe dat op veel scholen groepen leerlingen opnieuw geconfronteerd werden met (gedeeltelijk) afstandsonderwijs of lesuitval.

Zorgen over de continuïteit van het onderwijs

Vrijwel alle scholen en instellingen kampten in de periode vanaf de zomervakantie tot aan de herfstvakantie met leraren die thuis waren om redenen gerelateerd aan COVID-19, zoals het wachten op een test(uitslag), feitelijke besmetting met het coronavirus of het uitzitten van een quarantaineperiode. Ondanks grote inspanningen om het fysieke onderwijs door te laten gaan, liepen veel scholen en instellingen tegen hun grenzen aan. In het vo voelde ongeveer een kwart van de scholen zich genoodzaakt om groepen leerlingen naar huis te sturen. In sommige gevallen werden tijdelijk de deuren van de school gesloten.

Meer scholen en instellingen zagen achterstanden

Het aantal ondervraagde vo-scholen dat een achterstand zag bij de leerlingen lag na de zomervakantie hoger dan voor de zomervakantie (rond 85% van de vmbo-, havo- en vwo-afdelingen zag gemiddeld genomen achterstanden). Een verklaring voor deze stijging is mogelijk in dat bij de start van het nieuwe schooljaar meer scholen systematisch het niveau van alle leerlingen in kaart brachten en daarmee een accurater –en zorgelijker– beeld van de situatie kregen.

Wat valt verder op?

Uit deze derde bevraging blijkt verder het volgende:

  • Voor de zomervakantie, na de herstart per 2 juni 2020, gaf een minderheid van de scholen aan al volledig fysiek onderwijs op school te geven (pro: 35%, vmbo: 17%, havo-vwo: 1%). Bij de start van het nieuwe schooljaar deed een grote meerderheid van de scholen dit (pro: 97%, vmbo: 86%, havo-vwo: 82%). Daarbij gaf een ongeveer de helft van de scholen aan dat het lukte om het onderwijs te organiseren volledig in lijn met de richtlijnen van de rijksoverheid en het RIVM. Wanneer dit niet of gedeeltelijk lukte, had dit veelal betrekking op het niet kunnen realiseren van de 1,5 meterregel, in het bijzonder bij praktijkvakken.
  • Ongeveer twee op de drie scholen meldden dat zij sinds de zomervakantie weer het reguliere onderwijsprogramma volgden voor alle leerlingen. Een groot deel van de overige scholen koos ervoor om naast het reguliere programma nog een deel van het onderwijsprogramma uit schooljaar 2019/2020 in te halen. Een enkele school besloot eerst een deel van het onderwijsprogramma uit schooljaar 2019/2020 in te halen en aansluitend het reguliere onderwijsprogramma op te starten.

Vervolg

In de Staat van het Onderwijs 2021 zullen we uitgebreid rapporteren over de drie metingen van onze COVID-19-monitor.

Colofon

Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of over het onderwijstoezicht? Neem dan contact op met het Loket Onderwijsinspectie. Dit kan via het contactformulier of op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur via 088-669 60 60.