2 studenten werken samen op 1 laptop
© Inspectie van het Onderwijs

Onderwijs tijdens COVID-19: instellingen hebben zorgen over de continuïteit van het onderwijs en over leerachterstanden van studenten

In de periode tussen de zomervakantie en de herfstvakantie was er bij scholen en instellingen grote zorg over de voortdurende belasting van leraren. Als gevolg daarvan kwamen de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs in gevaar. Ook was er aanhoudende zorg over oplopende en mogelijk blijvende leerachterstanden en het risico op groeiende kansenongelijkheid voor leerlingen en studenten. Dit blijkt uit de voortzetting van het onderzoek naar de effecten van COVID-19 op het onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs, bij een representatieve steekproef van 847 scholen, instellingen en samenwerkingsverbanden.

Derde onderzoeksperiode

De inspectie sprak in de eerste helft van oktober telefonisch met schoolleiders, bestuurders, afdelingsleiders en onderwijsondersteunende medewerkers uit het gehele Nederlandse onderwijsveld. Tijdens de onderzoeksperiode liep de werkdruk opnieuw fors op en leidden personele problemen ertoe dat op veel scholen groepen leerlingen en studenten opnieuw geconfronteerd werden met een aanzienlijk deel afstandsonderwijs.

Meer scholen en instellingen zagen achterstanden

In het ho gaven ondervraagden aan dat zij het lastig vonden de omvang van de studievertraging in te schatten. Sommige studenten zouden geen of nauwelijks vertraging opgelopen hebben, sommige studenten een paar maanden. De studievertraging zou nog verder kunnen oplopen als de komende maanden studenten weinig praktijkervaring zouden kunnen opdoen. Net als voor de zomervakantie konden veel studenten niet terecht in de beroepspraktijkvorming en waren stages afgebroken of niet beschikbaar.

Wat valt verder op?

Uit deze derde bevraging blijkt verder het volgende:

  • Instellingen trachtten op verschillende manieren de sociale integratie van eerstejaarsstudenten te faciliteren ter compensatie van het wegvallen van de fysieke introductieperiode. Zo werden in beperkte mate en vaak in kleinere groepen alsnog activiteiten op de campus georganiseerd. Ook kregen eerstejaars voorrang bij fysiek onderwijs hetgeen hen moest helpen bij de binding met de docenten en medestudenten. Verder werd hen vaak meer coaching en/of individuele begeleiding en contact geboden of werd een tutor-of buddysysteem met ouderejaars studenten opgezet.
  • De instellingen zeiden dat in de periode na de zomervakantie, ten opzichte van de periode voor de zomervakantie, de didactiek en de ICT-deskundigheid en voorzieningen waren verbeterd. Ze beschouwden het als een stap in een verdergaand ontwikkeltraject. Instellingen faciliteerden dat hun docenten ervaringen met online onderwijs uitwisselden, daarnaast werd ook kennis uitgewisseld via SURF en landelijke netwerken.

Vervolg

In de Staat van het Onderwijs 2021 zullen we uitgebreid rapporteren over de drie metingen van onze COVID-19-monitor.

Colofon

Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of over het onderwijstoezicht? Neem dan contact op met het Loket Onderwijsinspectie. Dit kan via het contactformulier of op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur via 088-669 60 60.