2 studenten werken samen op 1 laptop
© Inspectie van het Onderwijs

Nieuwsbrief inspectie: hoger onderwijs - Inspectie volgt onderwijs tijdens COVID-19 (2e editie)

Schoolleiders en bestuurders van scholen en instellingen hebben zorgen over de organisatie van het onderwijs voor het komende jaar. Onder meer over het in acht nemen van de -aan verandering onderhevige- richtlijnen vanuit de overheid, de werkdruk voor het personeel, de mogelijkheid om stages door te laten gaan en het herstellen van de hiaten die zijn ontstaan in de tweede helft van het afgelopen studiejaar. Dit blijkt uit de voortzetting van het onderzoek naar de effecten van COVID-19 op het onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie sprak voor het onderzoek telefonisch en op scholen en instellingen met schoolleiders, bestuurders en andere professionals, zoals afdelingsleiders, uit het gehele Nederlandse onderwijsveld. Ook zijn gesprekken gevoerd met een aantal studenten.

Zorgen voor het nieuwe schooljaar

Tijdens de gesprekken in de periode 22 juni – 3 juli 2020 bleek wederom dat er grote inspanningen zijn geleverd om het onderwijs te continueren. Er leefden eveneens onverminderd zorgen bij bestuurders en andere onderwijsprofessionals over het welzijn en het toekomstperspectief van studenten, en over de werkdruk bij docenten. De ondervraagden noemen fysiek onderwijs cruciaal om volwaardig invulling te kunnen geven aan de brede opdracht van onderwijs. Voorkomen moet worden dat de verstoring van het onderwijs vanwege de uitbraak van COVID-19 en de daarmee gepaard gaande maatregelen op lange termijn negatieve consequenties voor (bepaalde groepen) studenten heeft. Het vraagt een gezamenlijke inspanning van het onderwijsveld om in het studiejaar 2020-2021 op basis van eigen onderwijsevaluaties een nieuwe didactiek en geïntensiveerde studentbegeleiding te bieden.

Resultaten tweede meting: wat valt op?

Uit deze tweede consultatie bleek in het hoger onderwijs verder onder andere het volgende:

  • Alle bevraagde instellingen gaven aan redelijk of goed zicht op de kwaliteit van de onderwijsleeromgeving en/of de toetsing van het afstandsonderwijs te hebben. Voorbeelden van positieve punten die in de evaluaties werden genoemd waren de snelle en goede overgang naar online onderwijs, dat het online aanbod ertoe leidt dat studenten beter zijn voorbereid en de onderwijstijd beter wordt benut, en de communicatie met studentdecanen. Voorbeelden van verbeter- dan wel aandachtspunten die uit de evaluaties bleken waren dat het online onderwijs en de didactiek nog weinig afgewogen was, de ICT-vaardigheden van docenten in het begin mager en de interactie tussen docent en studenten te beperkt.
  • Bijna driekwart van de bevraagde instellingen gaf aan bezig te zijn met de ontwikkeling van een nieuwe didactische/onderwijskundige visie die aansluit bij de nieuwe situatie. Veel instellingen zeiden dat het bestaande onderwijs de laatste maanden erg snel online was gezet, maar dat men nu wilde werken aan bijvoorbeeld een nieuwe didactiek, aan nieuwe wijzen om een community te vormen en aan een aangepaste toetsing met een verschuiving van summatief naar formatief toetsen.

Bekijk het complete overzicht van de respons

Derde meting in het najaar

Het onderzoek zetten we in de komende periode voort. We kijken daarbij onder meer naar mogelijke effecten als studievertraging en sociale integratie van de nieuwe lichting studenten. In de Staat van het Onderwijs 2021 zullen we hierover uitgebreid rapporteren.

Colofon

Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of over het onderwijstoezicht? Neem dan contact op met het Loket Onderwijsinspectie. Dit kan via het contactformulier of op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur via 088-669 60 60.