De rol van de Inspectie van het Onderwijs bij het Nationaal Programma Onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs verwerkt onderzoeksvragen rond het Nationaal Programma Onderwijs in de al geplande stelselonderzoeken. Daarnaast komen activiteiten die scholen, opleidingen en besturen ondernemen in het kader van dat programma automatisch aan de orde bij het reguliere instellingstoezicht. Mede op die manier wil de inspectie overbevraging van het veld voorkomen.

Het Nationaal Programma Onderwijs in onderwijstoezicht

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt of alle leerlingen en studenten onderwijs krijgen van voldoende kwaliteit. Dat is een vraag voor het hele onderwijsstelsel en dat wordt daarom op verschillende niveaus naar rato onderzocht: op stelselniveau (stelseltoezicht) en op het niveau van scholen, opleidingen en besturen (instellingstoezicht). Hiervoor gebruikt de inspectie vanaf 1 augustus 2021 ons herziene kader.

Rond het Nationaal Programma Onderwijs betekent dit het volgende:

  • de inspectie laat zich bij onderzoeken op scholen, opleidingen en bij besturen de komende jaren informeren door scholen, opleidingen en besturen over de activiteiten die zij in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs ondernemen
  • de inspectie betrekt de informatie bij de onderzoeken, voor zover het aan de orde is betrekt de inspectie de informatie ook bij de beoordeling van de school, opleiding of het bestuur zoals dat in het onderzoekskader is aangegeven
  • de inspectie heeft een (beperkte) rol in de monitoring van het Nationaal Programma Onderwijs, waarbij de inspectie rapporteert op stelselniveau
  • in de Staat van het Onderwijs wordt beschreven hoe het staat met de realisatie van de kernfuncties van het onderwijsstelsel en waar mogelijk hoe besturen, scholen en opleidingen activiteiten ondernemen in het kader van het programma en wat zij daarvan kunnen realiseren.
©Inspectie van het Onderwijs