Onderwijs tijdens COVID-19: zorgen voor het nieuwe schooljaar

Schoolleiders en bestuurders van scholen en instellingen hebben zorgen over de organisatie van het onderwijs dit schooljaar. Onder meer over het in acht nemen van de richtlijnen vanuit de overheid, de inzetbaarheid van voldoende personeel, de mogelijkheid om stages door te laten gaan en het herstellen van de hiaten die zijn ontstaan in de tweede helft van het afgelopen schooljaar. Dit blijkt uit de voortzetting van het onderzoek naar de effecten van COVID-19 op het onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs bij een representatieve steekproef van 898 scholen, instellingen en samenwerkingsverbanden.

De inspectie sprak voor het onderzoek telefonisch en op scholen en instellingen met schoolleiders, bestuurders en andere professionals, zoals afdelingsleiders en onderwijsondersteunende medewerkers, uit het gehele Nederlandse onderwijsveld.

Zorgen over leerlingen en studenten en werkdruk bij leraren en docenten

Tijdens de gesprekken in de periode 22 juni – 3 juli 2020 bleek wederom dat er grote inspanningen zijn geleverd om het onderwijs te continueren. In het basisonderwijs, waar de versoepeling van maatregelen het sterkst was, ervoeren schoolleiders en bestuurders de minste zorgen over nadelige consequenties voor leerlingen op de langere termijn. In andere sectoren leefden onverminderd grote zorgen bij schoolleiders en bestuurders over de motivatie, het welzijn en het perspectief van leerlingen en studenten, en over de werkdruk bij leraren en docenten. De ondervraagden noemen fysiek onderwijs cruciaal om volwaardig invulling te kunnen geven aan de brede opdracht van onderwijs. In alle sectoren moet worden voorkomen dat de verstoring van het onderwijs in verband met de uitbraak van COVID-19 en de daarmee gepaard gaande maatregelen op lange termijn consequenties voor (bepaalde groepen) leerlingen en studenten heeft. Het vraagt een gezamenlijke inspanning van het onderwijsveld om in het schooljaar 2020-2021 nader te onderzoeken welke hiaten zijn ontstaan en wat er nodig is om die te verhelpen.

Wat valt verder op?

Uit deze tweede consultatie van schoolleiders, bestuurders en andere onderwijsprofessionals, alsook enkele docenten en studenten, blijkt verder het volgende:

  • Verschillen tussen leerlingen nemen toe
    Op een deel van de scholen namen de verschillen tussen leerlingen toe. Ondervraagden op scholen in het primair onderwijs constateerden bij een klein deel van de leerlingen een verminderde cognitieve ontwikkeling, welbevinden, motivatie en concentratie. De meeste geïnterviewden op scholen voor het voortgezet onderwijs constateerden dat leerlingen, gemiddeld genomen, een achterstand hadden opgelopen. Deze bevindingen zijn niet altijd gebaseerd op een systematische toetsingswijze, als wel op basis van observaties of vermoedens. Tegelijkertijd geeft een meerderheid van de ondervraagde vo-scholen aan dat minder leerlingen bleven zitten dan vorig jaar. Het is niet ondenkbaar dat deze trendbreuk doorwerkt in de resultaten van leerlingen in het nieuwe schooljaar. Het is daarom essentieel dat niveauverschillen goed worden gemonitord en waar nodig worden aangepakt. Wat in elk geval niet verstandig is, is afwachten hoe de leerlingen straks het schooljaar zijn door gekomen. Belangrijk is goed vast te stellen waar leerlingen staan en te voorkomen dat de grotere verschillen structureel zijn.
  • Aangepast onderwijs biedt kansen voor verbetering
    Scholen en instellingen trokken diverse lessen uit de periode van aangepast onderwijs: van het inrichten van het onderwijsprogramma tot het beter organiseren van de communicatie met ouders. Ook spraken geïnterviewden uit blijvend te willen profiteren van nieuwe digitale toepassingen zoals online lessen, videobellen en het gebruik van instructievideo’s, of het afwisselen van fysiek onderwijs en onderwijs op afstand vanwege voordelen voor bepaalde groepen leerlingen en studenten.
  • De meeste leerlingen en studenten kregen onderwijs
    Het overgrote deel van de leerlingen en studenten werd bereikt met fysiek onderwijs, afstandsonderwijs of een combinatie daarvan dankzij blijvend grote inspanningen van het onderwijsveld. De volledige herstart in het basisonderwijs werd door de overgrote meerderheid van de ondervraagde schoolleiders als geslaagd ervaren. Schoolleiders en bestuurders gaven volop blijk van waardering voor de aanhoudende inzet en flexibiliteit van het onderwijspersoneel.
  • Geen volledig onderwijs door fysieke kwetsbaarheid
    Nog steeds niet alle leerlingen en studenten op de ondervraagde scholen en instellingen namen aan het einde van vorig schooljaar volledig deel aan het onderwijs, zowel bij het (gedeeltelijke) afstandsonderwijs als bij het onderwijs op de school. Dit had veelal te maken met een fysieke kwetsbaarheid van de leerling/student (of een gezinslid) of twijfels bij ouders over de waarborging van de veiligheid in relatie tot gezondheid. In het (v)so bleek dat een aanzienlijk deel van juist deze leerlingen zich trager ontwikkelde dan normaal op cognitief vlak alsook op sociaal-emotioneel vlak. Ook het onderwijsaanbod en de onderwijstijd waren na de herstart van het onderwijs kleiner dan normaal. Onder andere vanwege een fysieke kwetsbaarheid kwam een deel van de leraren niet naar school. Met name in het vso bleef bovendien een klein deel van de leerlingen thuis vanwege angst voor het coronavirus. Het risico dat deze tekortkomingen zich vertalen in onherstelbare achterstanden bij een deel van de leerlingen moet zo goed als mogelijk worden beperkt. Daarom is het goed dat wij zien dat besturen en scholen uitstralen dat, behalve in uitzonderingsgevallen, naar school gaan de norm is. Berusten in corona-angst is bijna altijd nadelig voor kinderen. Als inspectie steunen wij besturen en scholen in deze lijn.
  • Nog steeds problemen rond stages en beroepspraktijkvorming
    Problemen in het organiseren van stages en de beroepspraktijkvorming hielden volgens de geïnterviewden aan, soms met studievertraging tot gevolg. In het ho lagen veel (praktijk)stages noodgedwongen stil. Het vso toonde een vergelijkbaar beeld. In het vo vroeg een aanzienlijk deel van de scholen voor meer leerlingen een verlenging van de verblijfsduur in het praktijkonderwijs aan. In het mbo konden veel studenten niet terecht in de beroepspraktijkvorming en waren stageplekken afgebroken of niet beschikbaar.

Derde meting in het najaar

Het onderzoek zetten we voort in de komende periode. Concreet voeren we eind september/begin oktober een derde meting uit, waarin grotendeels dezelfde groep scholen en instellingen wordt benaderd. We gaan opnieuw in op (het zicht op) de ontwikkeling van studenten en leerlingen en vragen dit keer bijvoorbeeld ook naar knelpunten rond de instroom (en plaatsing) van leerlingen en studenten in het nieuwe schooljaar, en naar gemaakte aanpassingen, bijvoorbeeld in het beleid rond examinering. Voor een volledig beeld zullen daarin, naast de informatie van scholen, instellingen en samenwerkingsverbanden, ook tijdens de derde meting in enkele sectoren de ervaringen van leraren, leerlingen en studenten worden meegenomen. In de Staat van het Onderwijs 2021 zullen we uitgebreid rapporteren over de drie metingen samen.

Leeg klaslokaal, tafels en stoelen op 1,5 meter afstand
©Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderzoeksresultaten en highlights per sector

Bekijk het complete overzicht van de respons op de vragenlijsten en de highlights per onderwijssector.