Inspectie gaat meer aandacht besteden aan onderwijsachterstanden

De Inspectie van het Onderwijs gaat in het toezicht meer aandacht besteden aan onderwijsachterstanden. Aanleiding hiervoor zijn de uitkomsten van enkele recente themaonderzoeken. Daarin zien we dat de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie verbeterd kan worden en dat betere samenwerking tussen betrokken partijen nodig is.

Leeg klaslokaal met stickers op het raam

De onderzoeken zijn gedaan voordat scholen en de kinderopvang moesten sluiten vanwege de coronacrisis. Het belang om zicht te hebben op kinderen met onderwijsachterstanden en die achterstanden in te lopen is hierdoor alleen maar groter geworden. Daarom vinden we het belangrijk te laten weten dat de onderzoeksresultaten beschikbaar zijn zodat ze gebruikt kunnen worden bij de aanpak van de achterstanden.

Kwaliteit vve op orde, maar kan verder verbeterd worden

Voor- en vroegschoolse educatie (vve) moet kinderen met achterstanden helpen om deze in te lopen en dient tevens te voorkomen dat onderwijsachterstanden ontstaan. De inspectie onderzocht de kwaliteit van de vve. In het rapport Meting vve 2019  constateren we dat de kwaliteit op orde is, maar ook dat er ruimte is voor verbetering. We zien dat sommige voor- en vroegscholen een hogere kwaliteit bieden dan andere. Een sterke verbetercultuur en doelgericht sturen op kwaliteit spelen hierbij een belangrijke rol.

Het is aan gemeenten, houders van kinderopvang en schoolbesturen om ervoor te zorgen dat deze kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd. We hebben daarom ook onderzoek gedaan naar wat deze spelers doen en hoe zij samenwerken. In ons rapport Samenwerken aan kwaliteit en kansen voor kinderen constateren we dat gemeenten over het algemeen hun wettelijke taken op het terrein van toezicht en handhaving kinderopvang en vve naar behoren uitvoeren. Uitzondering hierop vormt het maken van resultaatafspraken rond vroegschoolse educatie.

Voor het voorkomen en inlopen van onderwijsachterstanden is samenwerking nodig tussen de gemeente, de houders van kinderopvang en de schoolbesturen. Deze samenwerking kan verder verbeterd worden. Daarnaast zien we verschillende mogelijkheden om de (eigen aspecten van) kwaliteit van vve en kinderopvang te verhogen.

Jaarlijks overleg gemeenten, schoolbesturen en houders van kinderopvangorganisaties komt moeizaam tot stand

Het thema onderwijsachterstandenbeleid komt ook terug in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Gemeenten, schoolbesturen en houders van kinderopvangorganisaties zijn verplicht om jaarlijks overleg te voeren over het voorkomen van segregatie in het onderwijs, het bevorderen van integratie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en toelating en inschrijving. Ze moeten daarover een kwaliteitsdialoog voeren en meetbare afspraken maken. De Inspectie onderzocht in hoeverre dit doel bereikt wordt en concludeert in het rapport Doelbereik Lokale Educatieve Agenda dat dit moeizaam tot stand komt. Daarvoor zijn verschillende oorzaken: een verschil in belangen, concurrentie tussen schoolbesturen, een groot verloop van beleidsmedewerkers, de schaalgrootte van het LEA-verband en onvoldoende aandacht voor de gemeentelijke context. De inspectie beveelt daarom aan om de 3 betrokken partijen te vragen zich jaarlijks te verantwoorden over hun bijdrage aan het jaarlijks overleg en de resultaten daarvan.

Gezamenlijk doel en bijdrage vanuit het toezicht

Het gezamenlijke doel van gemeenten, houders, besturen en toezichthouders is om kinderen gelijke kansen te geven, ervoor te zorgen dat alle kinderen reken- en taalvaardigheden voldoende beheersen en om laaggeletterdheid en laaggecijferdheid te voorkomen. Dat is een forse uitdaging. Zeker nu. De acties van de verschillende spelers moeten elkaar daarom versterken. Een gezamenlijk beeld van de doelen en de resultaten is daarbij van groot belang. Ons toezicht kan daaraan bijdragen en daarom gaan we het volgende doen:

In de vierjaarlijkse onderzoeken bij besturen en scholen gaan we aandacht voor onderwijsachterstandenbeleid expliciet opnemen. We gaan besturen vragen wat zij doen om onderwijsachterstanden te voorkomen en de kwaliteit van de vve te verbeteren. Daarnaast doen we (op hoofdlijnen) de volgende aanbevelingen voor het verbeteren van het toezicht op voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang op termijn.

  1. Geef de opdracht periodiek in alle gemeenten integraal toezicht te houden op de taken van gemeenten rond het onderwijsachterstandenbeleid (waaronder vve) en toezicht en handhaving kinderopvang, zodat risico’s beter in beeld zijn en verdere kwaliteitsverbetering wordt gestimuleerd. Dit is een aanbeveling voor de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
  2. Onderzoek wat de mogelijkheden zijn voor het inrichten van structureel toezicht op de proceskwaliteit van voorschoolse educatie op kinderdagverblijven. Betrek daarbij de positie van de twee toezichthouders, de Inspectie van het Onderwijs en de GGD, en de ontwikkeling van integrale kindcentra. Dit is een aanbeveling voor de ministeries van OCW en SZW, de Inspectie van het Onderwijs en GGD GHOR Nederland.