Governance samenwerkingsverband passend onderwijs functioneert het best met intern toezichthoudend orgaan bestaande uit externe leden

Onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar het samenspel tussen bestuur en intern toezicht binnen samenwerkingsverbanden laat zien dat de governance van samenwerkingsverbanden met een intern toezichthoudend orgaan met enkel externe leden het best functioneert. Interne toezichthouders bestaande uit externe leden hebben de governance in structuur én cultuur goed geregeld en hebben tevens sterke autonome bestuurders binnen het samenwerkingsverband.

Drie heren in overleg aan tafel in een kantoor

Waardering voor externe blik

Alle (directeur-)bestuurders in het onderzoek waarderen zonder uitzondering de externe blik in hun intern toezicht, ook al betreft het niet in alle gevallen alle leden, maar slechts één onafhankelijk lid of een onafhankelijke voorzitter. Goed en onafhankelijk uitgevoerd intern toezicht versterkt de bestuurskracht van een samenwerkingsverband, wat ten goede komt aan de kwaliteit van passend onderwijs.

Stevigere rol voor ondersteuningsplanraden

Het onderzoek laat ook zien dat de ondersteuningsplanraden momenteel overwegend bescheiden gepositioneerd zijn. Een stevigere rol voor dit orgaan -een speciale medezeggenschapsraad voor het samenwerkingsverband met afgevaardigde leden van de scholen- zou in het kader van goede governance wenselijk zijn. Daarvoor is wel een bredere wettelijke opdracht nodig.

Aanknopingspunten voor verbeteren governance

De samenwerkingsverbanden bestaan nu ruim zes jaar en de ontwikkeling van passend onderwijs komt in veel regio’s goed op gang. De bestuurlijke inrichting en het functioneren van de governance van de samenwerkingsverbanden vragen echter nog om aandacht. Het rapport ‘Governance bij samenwerkingsverbanden passend onderwijs’ biedt aanknopingspunten voor samenwerkingsverbanden om hun governance onder de loep te nemen en dit waar mogelijk verder te verbeteren. Hierbij is het aan te raden dat samenwerkingsverbanden werken met een intern toezichthoudend orgaan dat zoveel mogelijk uit externe leden bestaat, zoals deskundigen op het gebied van financiën, juridische zaken en jeugdhulp. Begrip van de externe leden voor de complexe taak van de (directeur-)bestuurder binnen het samenwerkingsverband is hierbij uiterst belangrijk.