Toezicht en handhaving op de kinderopvang steeds beter, zicht op wat werkt gewenst

De afgelopen jaren zorgden gemeenten en GGD'en voor steeds beter toezicht en handhaving in de kinderopvang. De Inspectie van het Onderwijs hoefde in 2017 slechts bij 7 gemeenten nader onderzoek in te stellen. Meer inzicht in wat werkt op gemeentelijk niveau is wel wenselijk, aangezien er grote verschillen zijn in herstel van tekortkomingen per gemeente.

Zo blijkt uit de Landelijke Rapportage Toezicht en Handhaving Kinderopvang van de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie houdt interbestuurlijk toezicht op de gemeenten.

Waarborgen voor risico gestuurd toezicht

In de Landelijke Rapportage stelt de inspectie verder dat er meer aandacht moet komen voor de borging van het risicogestuurde toezicht door de GGD'en.
Kinderopvanglocaties presteren steeds beter, waardoor de GGD'en minder voorwaarden gaan toetsen. Gemiddeld wordt nu ongeveer een derde van alle wettelijke kwaliteitseisen onderzocht. Binnen een risicomodel focussen organisaties zich over het algemeen op de indicatoren uit het risicomodel die getoetst worden. Wat daarbuiten valt dreigt uit beeld te verdwijnen. Daarom vindt de inspectie het belangrijk dat het risicomodel regelmatig herijkt wordt.
Daarnaast is het vastleggen en evalueren van signalen over (mogelijke) gebreken in de kwaliteit bij kinderopvanglocaties van belang. Signalen spelen een belangrijke rol bij het bepalen van het risicobeeld van een kinderopvangorganisatie. Een GGD toezichthouder komt vaak maar een keer per jaar op een locatie. Signalen kunnen aanleiding zijn om een locatie eerder dan gepland te onderzoeken. Bovendien kunnen signalen helpen om het risicomodel verder te verbeteren.

Meer inzicht nodig in gemeentelijke handhavingsmethoden

De inspectie vraagt ook aandacht voor de handhaving door gemeenten. Ongeveer 85 procent van de tekortkomingen wordt tussen twee jaarlijkse onderzoeken opgelost. De mate van herstel van de tekortkomingen verschilt echter sterk per gemeente. Er is op dit moment geen goed zicht op welke aanpak werkt voor welke situatie. Terwijl het van het grootste belang is dat risico's en misstanden in de kwaliteit van de kinderopvang snel en adequaat worden opgelost. Nader onderzoek naar de afwegingen van gemeenten en de naleving door houders geeft inzicht in de effectiviteit van handhaving. Volgens de inspectie een belangrijke volgende stap in de versterking van toezicht en handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland.

VE-locaties regelmatig niet op orde

Tenslotte is het de inspectie opgevallen dat een kwart van de kinderopvanglocaties die subsidie krijgt van de gemeente voor het aanbieden van voorschoolse educatie, de minimale kwaliteit van de kinderopvang of de voorschoolse educatie niet op orde had in het jaar voorafgaand aan de subsidietoekenning.

Toezicht GGD'en loopt uiteen

Tegelijkertijd met de Landelijke Rapportage heeft de inspectie nog een rapport over de kinderopvang uitgebracht. In 'Verschillen in GGD-toezicht in kaart gebracht' blijkt de uitvoering van het toezicht door de GGD'en uiteen te lopen. Bijvoorbeeld in de hoeveelheid voorwaarden die ze gemiddeld toetsen en de geconstateerde tekortkomingen bij de jaarlijkse onderzoeken. Hieraan liggen verschillende factoren  ten grondslag. Bij belangrijke verschillen zoals de toepassing van het risicomodel en het risicoprofiel en de inzet van het instrument overleg en overreding is het aan de GGD'en en gemeenten samen te bepalen welke verschillen 'ongewenst' zijn. Het is aan het veld om te verkennen wat noodzakelijk is om tot een gewenste situatie te komen.