Vertrouwen bij goede resultaten

In de ingezonden brief gepubliceerd op 4 februari 2013 in de Volkskrant, schrijft Rick Steur, hoofdinspecteur voortgezet onderwijs:

Als een docent geliefd is, goede cijfers scoort met zijn leerlingen, oog heeft voor zijn leerlingen, zich houdt aan de schoolregels wie is dan de onderwjsinspectie om voor te schrijven hoe er les moet worden gegeven?" schreef rector Gerard Olthof afgelopen dinsdag.

Hij heeft helemaal gelijk! Daarom zegt de inspectie leraren niet hoe ze moeten lesgeven. Een goede docent weet welk onderwijs het beste bij zijn leerlingen past. De inspectie vertrouwt op zijn professioneel oordeel en handelen.

Soms is vertrouwen helaas niet genoeg. Bijvoorbeeld als de resultaten van een school te laag zijn. Dan onderzoekt de inspectie of leerlingen wel het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben. We kijken bijvoorbeeld of leraren duidelijk uitleggen en ze de leerlingen bij de les weten te houden.

De inspecteur beoordeelt de kwaliteit van de lessen aan de hand van een toezichtkader. Dat is geen blauwdruk voor goed onderwijs. Die bestaat ook niet, daarvoor zijn de verschillen tussen scholen en leerlingen te groot. Wel steunt het op onderwijspraktijken, die volgens wetenschappers en schoolleiders leerlingen tot goede prestaties brengen.

Helaas zien we dat lang niet alle leraren het ingewikkelde leraarsvak volledig in de vingers hebben. Vooral het afstemmen van de les op de verschillen tussen de leerlingen is een vaardigheid die slechts een ruime helft van de docenten in het voortgezet onderwijs beheerst.

Goede schoolleiders en bestuurders evalueren regelmatig de onderwijsresultaten en de kwaliteit van de lessen. Ze kijken waar het beter kan en zorgen ervoor dat leraren zich (kunnen) verbeteren. Gebeurt dat onvoldoende, dan grijpt de inspectie in. Leerlingen hebben daar recht op.

Rick Steur, hoofdinspecteur voortgezet onderwijs