Financiële risicoanalyse onderwijsinstellingen

Voor goed onderwijs is het van belang dat besturen en instellingen financieel gezond zijn. Financiële risico’s moeten tijdig gesignaleerd worden. Daarbij speelt de Inspectie van het Onderwijs een rol. Op basis van een persbericht van de Algemene Onderwijsbond AOb zijn dezer dagen in verschillende media berichten verschenen over het financieel toezicht. Daarbij is de nuance soms op de achtergrond geraakt. Om mogelijke misverstanden te voorkomen wordt onderstaand het financieel toezicht vanuit de inspectie geschetst.

Financiële kengetallen

Alle onderwijsbesturen moeten jaarlijks voor 1 juli hun jaarrekening inleveren. De inspectie leidt hieruit cijfers voor liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit af.

Wanneer op basis van deze financiële kengetallen, de jaarrekening en het jaarverslag geen risico’s worden geconstateerd, hoort de instelling verder niets van de inspectie. Waar de financiële kengetallen wel op een mogelijk financieel risico duiden, winnen we nadere informatie in bij het bestuur. Op basis daarvan bepalen we of er aangepast financieel toezicht nodig is. Een financieel risico kan ook worden geconstateerd door analyse van ‘signalen’ die de inspectie krijgt. Bijvoorbeeld meldingen door de instelling zelf of door derden.

Hoog en verhoogd financieel risico

Er zijn twee vormen van aangepast financieel toezicht: wegens hoog financieel risico ('intensief financieel toezicht') en wegens verhoogd financieel risico ('geïntensiveerd financieel toezicht'). In het eerste geval bestaat de kans dat de instelling bij ongewijzigd beleid binnen een half jaar in betalingsproblemen komt. Er moeten dan ingrijpende maatregelen getroffen worden om de financiën in orde te krijgen. In het tweede geval ligt de kans op mogelijke betalingsproblemen verder weg in de tijd. Maar ook dan zullen herstelmaatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

Verbeterafspraken

Het aangepaste financiële toezicht is er op gericht dat binnen een afzienbare termijn geen financiële risico’s meer aanwezig zijn, maar het hangt af van de ernst van de risico’s. Zowel bij verhoogd als hoog financieel risico spreekt de inspectie met de instelling af welke maatregelen deze treft om de financiële positie te verbeteren. De inspectie volgt de ontwikkelingen van de instelling nauwlettend, om te zien of deze de afspraken nakomt. De inspectie informeert de minister van OCW regelmatig over de instellingen waarop aangepast toezicht is ingesteld en over de voortgang van de verbeterafspraken.

Met de wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) die sinds 1 juli 2012 van kracht is, bekijkt de inspectie hoe zij in de toekomst omgaat met de actieve openbaarmaking van haar bevindingen rond het financiële toezicht.