Gemeentelijk toezicht kinderopvang moet zich nog verder verbeteren

Gemeenten hebben een stap vooruit gezet in hun toezicht op de kinderopvanglocaties. Ze zijn hun wettelijke taken kinderopvang in 2010 beter gaan uitvoeren. De positieve trend in het behalen van alle verplicht uit te voeren onderzoeken heeft zich in 2010 verder doorgezet. Maar er blijven nog punten voor verbetering vatbaar. Dat blijkt uit het rapport ‘Kwaliteit gemeentelijk toezicht kinderopvang 2010/2011’, dat Inspectie van het Onderwijs op 1 maart 2012 presenteerde.

Gemeenten moeten alle nieuwe en bestaande kinderopvangcentra (dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus) jaarlijks door de GGD laten controleren. In 2010 is dat niet gelukt en dat moet beter. Het resultaat van 85 procent is wel een verbetering van 5 procent ten opzichte van 2009. Andere belangrijke uitkomsten over 2010 zijn:

  • In 2010 trof de GGD bij 55 procent van de onderzochte locaties een of meer tekortkomingen aan. Dit is een iets beter beeld dan over 2009.
  • Het totaal aantal ingezette handhavingsacties na jaarlijkse onderzoeken is in 2010 licht toegenomen. Daarnaast blijkt dat het aantal ‘schriftelijke waarschuwingen’ en het aantal ‘aanwijzingen door B&W’ met respectievelijk 14 en 17 procent zijn gestegen ten opzichte van 2009.
  • Het aantal onderzoeken om te zien of de tekortkomingen op een locatie inmiddels zijn opgeheven, is met ruim 30 procent gestegen.
  • Meer dan 90 procent van de gemeenten in Nederland heeft handhavingsbeleid.

Gemeenten meer bewust van handhavingstaken

Gemeenten nemen dus meer actie om tekortkomingen weg te werken. Zij zijn zich meer bewust geworden van hun handhavingstaak. Die lijn zet zich in 2011 door, waarbij gemeenten ook de voortgang van de uit te voeren inspecties beter bewaken. Zij maken nu veel meer gerichte afspraken hierover met de GGD’en.

Naleving wettelijke taken kinderopvang

De inspectie controleert of gemeenten voldoen aan hun wettelijke taken kinderopvang. Begin februari 2012 is de situatie van 262 gemeenten bekend. Daarvan voldoen 211 gemeenten aan hun wettelijke taken en 51 gemeenten niet. Met die 51 gemeenten zijn verbeterafspraken gemaakt. De belangrijkste tekortkomingen zijn het niet jaarlijks controleren van de kinderopvanglocaties en het te weinig handhaven door gemeenten.

Het toezicht van de inspectie

De Inspectie van het Onderwijs kijkt via tweedelijns toezicht jaarlijks of gemeenten voldoen aan hun wettelijke taken met betrekking tot het toezicht op de kinderopvang. De Inspectie kijkt niet naar de kwaliteit van de kinderopvang of het toezicht door de GGD, maar of gemeenten hun opgedragen taken goed uitvoeren. Eind 2010 telde Nederland ruim 6.000 locaties voor dagopvang, ruim 6.500 voor buitenschoolse opvang en ruim 700 gastouderbureaus met 47.000 geregistreerde gastouders. Zij verzorgen gezamenlijk een kleine 800.000 kindplaatsen.